| |
|
10. De invloed van het aardoppervlak |
| |
De
atmosfeer staat niet los van het aardoppervlak. Wat er
aan het aardoppervlak gebeurt, heeft voortdurend invloed
op de lucht erboven.
Land, zee, vegetatie en stedelijke gebieden reageren
allemaal anders op de energie van de zon. Daardoor
kunnen temperatuur, vochtigheid en luchtbewegingen van
plaats tot plaats verschillen. Voor een weermodel zoals
HARMONIE is het daarom belangrijk om niet alleen naar de
atmosfeer zelf te kijken, maar ook naar de eigenschappen
van het aardoppervlak. |
| |
|
De energiebalans tussen zon, aardoppervlak en
atmosfeer |
|
De zon levert energie aan de aarde. Een deel van de
inkomende zonnestraling wordt teruggekaatst, terwijl een
ander deel wordt opgenomen door het aardoppervlak en de
atmosfeer. Het aardoppervlak warmt hierdoor op en geeft
vervolgens weer warmte af aan de atmosfeer. Dit vormt
een voortdurende uitwisseling van energie tussen de zon,
het aardoppervlak en de atmosfeer |
|
|
 |
De energiebalans tussen de zon,
het aardoppervlak en de
atmosfeer.
Zonnestraling bereikt het aardoppervlak en de atmosfeer. Een deel van de
straling wordt teruggekaatst, terwijl een ander deel wordt opgenomen.
Het aardoppervlak geeft vervolgens warmtestraling af.
Bron: Cursus Meteorologie (Kees Floor) |
|
|
|
Land en zee gedragen zich anders |
Niet ieder deel van het aardoppervlak reageert
op dezelfde manier
op zonnestraling. Land kan overdag relatief snel
opwarmen |
| |
|
De bodem neemt energie op en geeft een deel
daarvan af aan de lucht erboven. Water reageert
anders. De temperatuur van de zee verandert veel
langzamer dan die van het land. |
| |
|
Daardoor kan er een duidelijk
temperatuurverschil ontstaan tussen land en zee.
Op een zonnige dag kan het land bijvoorbeeld
veel warmer worden dan de aangrenzende zee. |
| |
|
Dit temperatuurverschil heeft vervolgens invloed
op de luchtbewegingen. Dit kunnen we eenvoudig
samenvatten: |
| |
De zon warmt het land op, waardoor warme lucht
ontstaat die
kan opstijgen. De zee warmt langzamer op dan het
land,
waardoor de lucht boven zee relatief koeler kan
blijven. |
|
|
Het aardoppervlak geeft warmte af |
Wanneer het aardoppervlak door de zon wordt
verwarmd, wordt
die energie niet alleen opgeslagen. Een deel van
de warmte wordt
door het oppervlak weer aan de atmosfeer
afgegeven.
De manier waarop dat gebeurt, hangt af van het
soort oppervlak. |
|
| |
| Een
weiland, bos, stad, droge bodem en wateroppervlak hebben
allemaal verschillende eigenschappen. Daardoor kunnen ze
onder dezelfde weersomstandigheden toch verschillend
reageren. Dit heeft gevolgen voor de temperatuur en de
luchtbeweging vlak boven het aardoppervlak. |
| |
|
Warmte en vocht komen in de atmosfeer terecht |
Het
aardoppervlak beïnvloedt niet alleen de temperatuur van
de lucht, maar ook de hoeveelheid vocht in de onderste
luchtlaag. Warmte en vocht
van het aardoppervlak en de zee komen in de onderste
luchtlaag terecht. Wanneer vochtige lucht opstijgt, kan
deze lucht afkoelen. Wanneer de omstandigheden daarvoor
geschikt zijn, kan condensatie ontstaan. Hierdoor kunnen
wolken en uiteindelijk mogelijk neerslag ontstaan.
Het proces kunnen we eenvoudig weergeven als: |
| |
- Warmte en
vocht van het aardoppervlak en de zee komen in
de onderste luchtlaag terecht. De vochtige lucht
kan opstijgen en daarbij
afkoelen, waardoor condensatie ontstaat en wolken en mogelijk
neerslag kunnen ontstaan. |
| |
In
werkelijkheid vinden deze processen tegelijkertijd
plaats en beïnvloeden ze elkaar. Een verandering in
temperatuur kan bijvoorbeeld invloed
hebben op de luchtbeweging. Die luchtbeweging kan
vervolgens warmte en vocht verplaatsen. Daardoor kan de
ontwikkeling van bewolking veranderen en daarmee
uiteindelijk ook de neerslag. |
| |
|
De onderste luchtlaag |
De
directe invloed van het aardoppervlak is vooral
belangrijk in de onderste laag van de atmosfeer. Deze
wordt de atmosferische grenslaag genoemd. In deze laag
vindt voortdurend uitwisseling plaats tussen het
aardoppervlak en de lucht. Warmte en vocht worden vanuit
het
oppervlak aan de atmosfeer afgegeven. Tegelijkertijd
kunnen luchtbewegingen ervoor zorgen dat deze
eigenschappen verder omhoog
worden getransporteerd. |
| |
| Ook
turbulentie speelt hierbij een belangrijke rol. Daardoor
wordt de lucht in de onderste atmosfeer voortdurend
gemengd. Dit is voor HARMONIE belangrijk, omdat juist in
deze onderste luchtlaag veel processen plaatsvinden die
direct merkbaar zijn aan het aardoppervlak. |
| |
|
Wind wordt beïnvloed door
het aardoppervlak |
Ook
de wind ondervindt invloed van het oppervlak. Boven een
relatief glad oppervlak, zoals open water, is de invloed
van de ondergrond anders
dan boven een bos,
landbouwgebied of stedelijke omgeving. Gebouwen, bomen
en andere obstakels zorgen voor meer weerstand en
turbulentie. Daardoor kan de windsnelheid vlak boven het
aardoppervlak sterk verschillen van de wind hoger in de
atmosfeer. |
| |
 |
De invloed van het aardoppervlak op de wind.
Boven een glad oppervlak neemt de windsnelheid
geleidelijk toe met de hoogte. Boven een ruw
oppervlak, zoals een bos, is de invloed van
wrijving en turbulentie groter. Hierdoor blijft
de windsnelheid dicht bij het aardoppervlak
lager en neemt deze pas op grotere hoogte
sterker toe.
Bron: Cursus Meteorologie (Kees Floor) |
|
|
 |
Windsnelheid en turbulentie boven een bos. Dicht
bij het aardoppervlak wordt de wind afgeremd
door de begroeiing. Door de wrijving en de
obstakels ontstaat turbulentie. Met toenemende
hoogte neemt de
invloed van het aardoppervlak af en kan de
windsnelheid toenemen. Bron: Cursus Meteorologie (Kees Floor) |
|
| |
|
Steden hebben hun eigen invloed |
Ook
steden kunnen een duidelijke invloed hebben op de
onderste atmosfeer. Gebouwen, wegen en andere verharde
oppervlakken kunnen
overdag warmte opnemen en deze warmte later weer
afgeven. Een stedelijk gebied kan daardoor anders
reageren op zonnestraling dan het omliggende
platteland. Voor een model met een hoge ruimtelijke
resolutie is het daarom belangrijk om de eigenschappen
van het aardoppervlak
zo goed mogelijk mee te nemen. |
| |
|
Het aardoppervlak verandert voortdurend |
Het
oppervlak van de aarde is bovendien niet het hele jaar
hetzelfde. In de winter kan sneeuw of ijs aanwezig zijn.
In het voorjaar en de zomer verandert de vegetatie. Ook
de hoeveelheid vocht in de bodem kan sterk verschillen.
Al deze veranderingen kunnen invloed hebben op de
uitwisseling van energie en vocht tussen het
aardoppervlak en de atmosfeer. Het model moet daarom
niet alleen rekening houden met de
toestand van de atmosfeer, maar ook met de eigenschappen
van het oppervlak waarop die atmosfeer zich bevindt. |
| |
|
Waarom is dit belangrijk voor het weer? |
| De invloed van het aardoppervlak werkt
uiteindelijk door in de weersontwikkeling. |
| |
- Warmte en vocht van het
aardoppervlak en de zee komen in de onderste
luchtlaag terecht. De vochtige lucht kan
opstijgen
en daarbij afkoelen, waardoor condensatie ontstaat en wolken en
mogelijk neerslag kunnen ontstaan. |
| |
| In werkelijkheid vinden al deze processen
tegelijkertijd plaats en beïnvloeden ze
elkaar. Een verandering in temperatuur kan
bijvoorbeeld invloed hebben op de luchtbeweging.
Die luchtbeweging kan vervolgens warmte en vocht
verplaatsen. Daardoor kan de ontwikkeling van
bewolking veranderen en daarmee uiteindelijk ook
de neerslag. |
| |
|
Land, zee en atmosfeer vormen één
systeem |
We kunnen de atmosfeer daarom niet los zien van
het aardoppervlak. De zee kan warmte en vocht
leveren. Land kan overdag sterk opwarmen.
Vegetatie kan vocht aan de atmosfeer afgeven en
steden kunnen warmte vasthouden. Tegelijkertijd
beïnvloeden bomen, gebouwen en andere
oppervlakken de wind en turbulentie. Al deze
processen hebben invloed op de lucht erboven.
HARMONIE probeert deze wisselwerking mee te
nemen in zijn berekeningen. |
| |
- Het weer ontstaat dus niet alleen
in de atmosfeer. Ook het aardoppervlak speelt
een belangrijke rol bij de ontwikkeling van
temperatuur, wind, vochtigheid, bewolking en neerslag. |
| |
|
Samengevat |
|
Het aardoppervlak heeft voortdurend invloed op de
atmosfeer. Land, zee, vegetatie en stedelijke gebieden
reageren verschillend op de zon en beïnvloeden daardoor
de temperatuur, vochtigheid en luchtbeweging. Warmte en
vocht kunnen vanuit het aardoppervlak in de atmosfeer
terechtkomen en bijdragen aan de vorming van wolken en
neerslag. HARMONIE moet daarom niet alleen de atmosfeer
berekenen, maar ook rekening houden met de eigenschappen
en veranderingen van het aardoppervlak. |
| |
Het aardoppervlak en de atmosfeer veranderen
voortdurend. Ook nieuwe waarnemingen blijven
binnenkomen. Daarom kan een modelberekening niet voor
altijd hetzelfde blijven. In hoofdstuk 11 bekijken we
waarom HARMONIE steeds opnieuw wordt
uitgevoerd en hoe nieuwe modelruns tot stand komen |
|
|
|
|