|
In hoofdstuk 5 hebben we gezien dat HARMONIE
gebruikmaakt van een grote hoeveelheid actuele
waarnemingen. Deze gegevens komen uit
verschillende bronnen en beschrijven
verschillende eigenschappen van de atmosfeer. Al
deze informatie wordt gebruikt om een zo goed
mogelijke beginsituatie van de atmosfeer samen
te stellen. De beginsituatie is het moment
waarop de eigenlijke modelberekening begint. |
| |
|
Een driedimensionale beginsituatie |
De atmosfeer bevindt zich niet alleen aan het
aardoppervlak. Zoals we in hoofdstuk 2 hebben
gezien, verandert de toestand van de atmosfeer
ook met de hoogte. Daarom moet de beginsituatie
niet alleen aangeven wat er op verschillende
plaatsen aan het aardoppervlak gebeurt, maar
ook hoe de atmosfeer daarboven is opgebouwd.
Voor de verschillende roosterpunten en verticale
lagen wordt onder andere informatie over de
volgende eigenschappen gebruikt: |
| |
| temperatuur |
vochtigheid |
wind |
luchtdruk |
bewolking |
neerslag |
| |
|
Zo ontstaat een driedimensionale beschrijving
van de atmosfeer. |
| |
|
Waarom is een goede beginsituatie
belangrijk? |
De beginsituatie vormt het startpunt van de
modelberekening. Je kunt het vergelijken met een
hardloper die aan de startlijn staat. Voordat de
wedstrijd kan beginnen, moet duidelijk zijn waar
iedere deelnemer zich bevindt. Bij HARMONIE is
het vergelijkbaar: voordat het model vooruit
kan rekenen, moet zo goed mogelijk bekend zijn
hoe de atmosfeer er op dat moment voor staat. |
| |
Als de beginsituatie niet goed overeenkomt met
de werkelijkheid, kan dat later invloed hebben
op de modelberekening. Een verschil in
temperatuur, vochtigheid of wind kan zich
tijdens de berekening verder ontwikkelen.
Daardoor kan de verwachting na verloop van tijd
steeds
meer gaan afwijken van wat er werkelijk gebeurt. |
| |
|
De beginsituatie is geen momentopname
van één meetstation |
Het is belangrijk om te begrijpen dat de
beginsituatie niet afkomstig is van één
meetstation. Er worden juist veel verschillende
waarnemingen gebruikt. Deze metingen bevinden
zich op verschillende plaatsen en hoogtes en
worden op een samenhangende manier verwerkt.
Het resultaat is één driedimensionale toestand
van de atmosfeer waarmee HARMONIE kan beginnen
te rekenen.
Je kunt het proces vereenvoudigd zo weergeven: |
| |
|
Veel waarnemingen |
→ verwerking van de gegevens |
→ beginsituatie |
→ modelberekening |
| |
|
Vanaf dit moment gaat HARMONIE vooruit
rekenen |
Wanneer de beginsituatie is samengesteld, kan
het model beginnen met het berekenen van de
toekomstige ontwikkeling van de atmosfeer.
Het model kijkt daarbij niet alleen naar één
punt, maar naar het volledige rekengebied en de
verschillende verticale lagen. De waarden op de
roosterpunten beïnvloeden elkaar. Lucht beweegt,
warmte en vocht worden verplaatst en de toestand
van de atmosfeer verandert
voortdurend. HARMONIE berekent deze
veranderingen stap voor stap. |
| |
|
|
Het model heeft al een verwachting |
Dat klinkt misschien vreemd: waarom heeft het
model al informatie nodig als we juist een
nieuwe verwachting willen maken?
Een modelberekening wordt namelijk steeds
opnieuw uitgevoerd. Bij een nieuwe berekening
beschikt HARMONIE al over de toestand die uit
een eerdere berekening is voortgekomen. Die
toestand vormt een eerste schatting van hoe de
atmosfeer er nu voor staat.
Vervolgens komen
de nieuwste waarnemingen
binnen. Daar kunnen verschillen tussen zitten. |
| |
|
TEMPERATUUR |
| - eerdere modelberekening 18,2 °C |
| - verschil actuele waarneming 19,0 °C |
| |
Het model moet dan bepalen hoe deze nieuwe informatie
moet worden verwerkt. Het gaat daarbij niet simpelweg om
het vervangen van de modelwaarde door de gemeten waarde.
De waarneming wordt samen met de bestaande
modelinformatie gebruikt om een verbeterde analyse
van de atmosferische toestand te maken. |
| |
|
Waarom niet gewoon de gemeten waarde
gebruiken? |
Een meetstation vertelt ons heel nauwkeurig wat
er op die specifieke plaats wordt gemeten. Maar
HARMONIE moet informatie hebben voor het
hele rekengebied. Tussen twee meetstations
bevinden zich immers ook gebieden waarvoor geen
directe meting beschikbaar is. Daarom wordt de
informatie uit de waarnemingen gecombineerd met
de ruimtelijke informatie die het model al
heeft. Het resultaat is een nieuwe, zo goed
mogelijke beschrijving van de atmosfeer. Die
noemen we de beginsituatie van de nieuwe
modelrun. |
| |
|
De beginsituatie is cruciaal |
| De kwaliteit van deze beginsituatie is erg
belangrijk. Vanaf dit moment gaat HARMONIE
namelijk vooruit rekenen. Het model gebruikt de
natuurkundige vergelijkingen om te berekenen hoe
de verschillende luchtlagen zich verder
ontwikkelen. Een kleine afwijking in de
beginsituatie kan daardoor later gevolgen hebben
voor de verwachting. Dat is één van de redenen
waarom meteorologen zoveel waarde hechten aan
goede en actuele waarnemingen. |
| |
|
Een voortdurend proces |
| Het maken van een weersverwachting is dus geen
eenmalige berekening. Het proces ziet er
vereenvoudigd zo uit: |
| |
| |
Het model wordt hierdoor steeds opnieuw
geconfronteerd met de werkelijkheid. Dat is
belangrijk, want de atmosfeer blijft veranderen.
Een weersverwachting die enkele uren geleden is
gemaakt, kan inmiddels alweer door nieuwe
ontwikkelingen zijn ingehaald |
| |
|
Van de beginsituatie naar de toekomst |
Nu heeft HARMONIE uiteindelijk wat het nodig
heeft: een zo goed mogelijke beschrijving van de
huidige atmosfeer.
Vanaf dat moment kan de eigenlijke voorspelling
beginnen. De computer gaat voor iedere tijdstap
opnieuw berekenen hoe onder andere:
temperatuur, luchtdruk, vochtigheid, wind,
bewolking en neerslag zich ontwikkelen. |
|
|
|
Samengevat |
|
De beginsituatie is een zo compleet mogelijke
driedimensionale beschrijving van de atmosfeer op het
moment waarop HARMONIE met zijn berekening begint.
Vanuit deze beginsituatie berekent het model hoe de
atmosfeer zich verder kan ontwikkelen. |
|
|
Nu de beginsituatie is samengesteld, heeft
HARMONIE een zo goed mogelijke beschrijving van de
huidige toestand van de
atmosfeer. Vanaf dit punt kan het model vooruit gaan
rekenen en bepalen hoe temperatuur, vochtigheid, wind en
andere
eigenschappen van de atmosfeer zich verder kunnen
ontwikkelen. In hoofdstuk 7 bekijken we hoe deze
modelberekening stap
voor stap verloopt. |