| |
|
Satellieten en radar |
Niet
alle informatie kan vanaf de grond worden gemeten.
Satellieten kunnen bijvoorbeeld informatie leveren over
bewolking en de toestand van
de atmosfeer boven grote gebieden. Weerradar is vooral
belangrijk voor het waarnemen van neerslag. Een radar
kan laten zien waar zich neerslag bevindt en hoe een
neerslaggebied zich verplaatst. Deze waarnemingen geven
een actueel beeld van wat er in de atmosfeer gebeurt |
| |
|
Van waarneming naar model |
De
verschillende waarnemingen vormen samen een grote
hoeveelheid informatie. Het model moet deze informatie
verwerken voordat de
eigenlijke berekening kan beginnen. De waarnemingen
worden gebruikt om de toestand van de atmosfeer zo goed
mogelijk vast te leggen op het rekenrooster dat we in
hoofdstuk 1 hebben besproken. Daarmee ontstaat de
beginsituatie voor de modelberekening. Dit is een
belangrijk punt: |
| |
|
- Hoe beter de actuele toestand van de atmosfeer bekend
is, hoe beter het model aan zijn berekening kan
beginnen. |
| |
| Dat
betekent overigens niet dat alle metingen precies op een
roosterpunt plaatsvinden. De waarnemingen komen uit
verschillende bronnen en locaties. Het model moet deze
informatie daarom op een geschikte manier verwerken. |
| |
|
Niet overal zijn evenveel metingen |
De
hoeveelheid beschikbare waarnemingen kan per gebied
verschillen. Boven land zijn bijvoorbeeld veel
meetstations beschikbaar, terwijl boven
zee veel minder directe metingen plaatsvinden.
Satellieten zijn daarom belangrijk omdat zij informatie
kunnen leveren over grote gebieden waar weinig
grondmetingen beschikbaar zijn. Door verschillende
soorten waarnemingen te combineren ontstaat een
vollediger beeld van de atmosfeer. |
| |
|
Waarom zijn actuele gegevens zo belangrijk? |
| De
atmosfeer verandert voortdurend. Een meting van enkele
uren geleden kan daardoor inmiddels anders zijn dan de
werkelijke toestand op dit moment. Nieuwe waarnemingen
zijn daarom belangrijk voor iedere nieuwe
modelberekening. |
| |
|
HARMONIE begint niet steeds met een volledig nieuwe,
onbekende atmosfeer. De actuele waarnemingen worden
gebruikt om de beginsituatie zo goed mogelijk te
beschrijven. Vanuit die beginsituatie kan het model
vervolgens berekenen hoe de atmosfeer zich verder kan
ontwikkelen. |
| |
|
Van meten naar rekenen |
| Het
proces kunnen we eenvoudig samenvatten: |
| |