| |
|
2.
Niet alleen horizontaal: ook verticale lagen |
| |
Wanneer we naar een weerkaart kijken, lijkt het alsof
het weer zich vooral over het aardoppervlak verplaatst.
Een buiengebied trekt van west
naar oost, de temperatuur verschilt van plaats tot
plaats en de wind waait op verschillende locaties uit
een andere richting. |
| |
|
Maar de atmosfeer is natuurlijk geen platte
laag. |
De lucht
boven Nederland strekt zich uit over vele kilometers en de
eigenschappen van de lucht veranderen voortdurend met de hoogte.
De temperatuur kan bijvoorbeeld sterk afnemen wanneer je hoger
in de atmosfeer komt. Ook de windsnelheid en windrichting kunnen
op
verschillende hoogtes sterk verschillen. |
| |
Daarom rekent HARMONIE niet alleen met een
horizontaal rooster, maar ook met verticale
lagen. Het KNMI omschrijft dit als een atmosfeer
die
is verdeeld in een groot aantal horizontale
roosterpunten en verticale lagen. |
| |
 |
Een modelcel heeft een horizontale én verticale structuur.
De atmosfeer wordt niet als een platte kaart berekend,
maar als een driedimensionaal veld met meerdere lagen.
Bron: NOAA (2008) |
|
|
 |
|
Harmonie 3D atmosferisch rasternetwerk Bron: onbekend |
|
| |
|
Een driedimensionale atmosfeer |
Je kunt het
rekenmodel het beste voorstellen als een enorme driedimensionale
stapel van kleine luchtvolumes. Op de kaart zie je de positie
van
de roosterpunten.
Het model krijgt daarmee als het ware een
3D-raster. Voor de verschillende punten
en hoogtes worden de atmosferische
eigenschappen
berekend. Daarbij gaat het
onder andere om: |
| |
|
temperatuur |
luchtdruk |
vochtigheid |
windsnelheid |
windrichting |
bewolking |
neerslag |
beweging en menging van lucht |
| |
|
Waarom zijn die verticale lagen zo
belangrijk? |
Stel
dat het aan de grond windstil is. Dat betekent niet
automatisch dat er ook op enkele honderden meters hoogte
nauwelijks wind staat.
Op grotere hoogte kan de wind bijvoorbeeld veel sterker
zijn en uit een andere richting komen. |
| |
|
Simulatie met hoge resolutie van diepe
convectie
en windstoten Bron: Onbekend |
|
|
Ook
temperatuur en vochtigheid kunnen sterk veranderen met
de hoogte.
Een laag koude, vochtige lucht dicht bij de
grond kan bijvoorbeeld
worden afgedekt door een drogere of warmere luchtlaag
erboven.
Voor het voorspellen van het weer is het daarom
belangrijk dat het model
niet alleen weet waar een
bepaalde luchtmassa zich bevindt, maar ook op welke
hoogte die lucht zich bevindt. |
|
|
|
De
verticale indeling is vooral belangrijk wanneer lucht
omhoog of omlaag beweegt. Warme lucht aan het
aardoppervlak kan opstijgen.
Tijdens het opstijgen verandert de temperatuur en kan
waterdamp condenseren. Daardoor kunnen wolken ontstaan
en onder de juiste
omstandigheden kunnen zich uiteindelijk
buien ontwikkelen. |
| |
Omgekeerd kan lucht vanuit hogere lagen naar beneden
bewegen.
Het model moet daarom niet alleen berekenen hoe
lucht horizontaal van
de ene plaats naar de andere beweegt, maar
ook hoe lucht verticaal door
de verschillende lagen wordt verplaatst. |
| |
Een
belangrijk onderdeel hierbij is turbulentie en verticale
menging.
Het KNMI doet specifiek onderzoek naar de
manier waarop deze verticale
menging in HARMONIE-AROME wordt weergegeven,
omdat dit onder
andere invloed heeft op de berekende wind. |
| |
|
De luchtlagen beïnvloeden elkaar |
De
verschillende lagen staan dus niet los van elkaar. Wat
er in een bepaalde laag gebeurt, kan gevolgen hebben
voor de lagen daarboven en daaronder.
Een vereenvoudigd
voorbeeld: |
|
| 1:
Zon verwarmt het aardoppervlak |
5:
temperatuur en vochtigheid veranderen |
| 2:
lucht vlak boven de grond wordt warmer |
6:
wolkenvorming kan ontstaan of veranderen |
| 3:
warme lucht stijgt |
7:
onder geschikte omstandigheden kan neerslag ontstaan |
| 4:
lucht wordt gemengd met hogere luchtlagen |
|
| |
| Dit
soort processen vinden voortdurend plaats en worden door
het weermodel in de berekeningen meegenomen. |
| |
|
Niet overal hetzelfde |
De
verticale opbouw van de atmosfeer is bovendien niet
overal hetzelfde. Boven land kan de atmosfeer zich
anders gedragen dan boven zee.
Ook het tijdstip van de dag speelt een grote rol. Overdag warmt het aardoppervlak op en kan daardoor meer
verticale menging ontstaan.
's Nachts kan de onderste
luchtlaag juist sterk afkoelen
en kan de atmosfeer stabieler worden. |
| |
Het
KNMI gebruikt HARMONIE-AROME bijvoorbeeld ook om de
invloed van windparken op de atmosfeer te onderzoeken.
Daarbij wordt gekeken
naar veranderingen in
windsnelheid, temperatuur, vochtigheid en turbulentie op
verschillende hoogtes. Dat
laat mooi zien waarom een
driedimensionaal model nodig
is: het effect van een windpark beperkt zich niet tot
één punt op de kaart,
maar kan zich ook verticaal door de
atmosfeer verspreiden. |
| |
|
Van het aardoppervlak tot de hogere
atmosfeer |
Je kunt HARMONIE daarom zien als een enorme
driedimensionale kubus die voortdurend opnieuw wordt
berekend. Op ieder horizontaal
roosterpunt bevinden zich meerdere verticale lagen.
In iedere laag heeft het model informatie over de
toestand van de atmosfeer.In werkelijkheid
is dit natuurlijk veel complexer: het model bestaat
uit zeer veel roosterpunten en lagen en berekent
voortdurend hoe de atmosferische toestand
verandert. |
| |
|
Waarom dit voor weersverwachtingen
belangrijk is |
Dankzij deze driedimensionale aanpak kan HARMONIE
processen beschrijven die met een eenvoudige
tweedimensionale kaart niet zichtbaar
zouden zijn. Denk bijvoorbeeld aan: |
| |
|
1: sterke wind die op grotere hoogte aanwezig is |
5: de ontwikkeling van wolken |
|
2: temperatuurverschillen tussen verschillende
luchtlagen |
6: convectie en onweersbuien |
|
3: vochtige lucht die opstijgt |
7: veranderingen in de onderste luchtlaag |
|
4: verticale menging van lucht |
9: de invloed van het aardoppervlak en de zee op de
atmosfeer |
| |
| HARMONIE-AROME is juist bedoeld als hoog-resolutiemodel
voor kortetermijnverwachtingen en wordt bij het KNMI
voortdurend verder ontwikkeld, onder andere op het
gebied van de model-fysica. |
| |
| HARMONIE maakt geen eenvoudige weerkaart van Nederland.
Het model probeert een driedimensionale beschrijving van
de atmosfeer te maken, waarbij op verschillende plaatsen
én verschillende hoogtes wordt berekend hoe temperatuur,
vochtigheid, wind en andere eigenschappen zich
ontwikkelen. |
|
|
|
|