Wat is fijnstof
 
 
Fijnstof is een vorm van luchtvervuiling. Tot fijnstof worden in de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 10 micrometer gerekend. Fijnstof bestaat uit deeltjes van verschillende grootte, herkomst en chemische samenstelling. Uit epidemiologische en toxicologische gegevens blijkt dat fijnstof bij inademing schadelijk is voor de gezondheid.
 
In Nederland en België sterven enkele duizenden mensen enige dagen tot maanden eerder door acute blootstelling aan fijnstof. Bovendien is de morbiditeit door (chronische) blootstelling hoog. Bij mensen met luchtwegaandoeningen en hart-en vaatziekten verergert chronische blootstelling
aan fijnstof hun symptomen en het belemmert de ontwikkeling van de longen bij kinderen.  De normen voor fijnstof worden in Europa op veel plaatsen overschreden, vooral langs drukke wegen. 
 
Meetpaal in Den Haag 
 
Smog in New York 
 
Beijing, links zonder smog en rechts met smog 
 
Soorten fijnstof en herkomst: 
 
Bij het indelen van fijnstof in soorten wordt er onderscheid gemaakt in grootte van de deeltjes: 
 
- PM10: deeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 micrometer. PM is hierbij de afkorting voor particulate matter; 
- PM2,5: deeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 2,5 micrometer; 
- PM0,1: deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer (ultra-fijnstof). 
 
Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt in primaire en secundaire deeltjes:
 
Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt in primaire en secundaire deeltjes: 
 
- Primair fijnstof ontstaat door verbranding, wrijving, of verdamping. Voorbeelden zijn de verbranding van fossiele brandstoffen (aardolie, aardgas
  en steenkool) en het malen van stoffen in de industrie (zoals de mengvoeder-, metaal- of chemiebedrijven). Naast het door menselijke activiteiten
  ontstane fijnstof, kan het ook natuurlijk ontstaan: door de wind (die deeltjes van gebouwen of rotsen afschuurt) en de verdamping van
  zeewaterdruppels; 
- Secundair fijnstof; ontstaat als moleculen van verzurende stoffen als stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide, (SO2), ammoniak (NH3),
  vluchtige organische stoffen en ozon (O3) zich verbinden tot vaste deeltjes. Deze kunnen zich ook aan primaire deeltjes hechten. 
 
Als een nader onderscheid in bronnen gemaakt wordt, komen de volgende categorieën aan bod: 
 
- Verkeer, bijvoorbeeld roet uit dieselmotoren, inclusief die in (zee)schepen en locomotieven. Daarnaast ontstaat fijnstof door wrijving van remmen,
  afschuren van rubberbanden en het wegdek. Opstijgende en dalende vliegtuigen produceren eveneens fijnstof, waaronder veel ultrafijnstof.
- Uitstoot door de industrie, bijvoorbeeld de metaalindustrie. Ook bij het storten en overslaan van bulkgoederen komt stof vrij.
- Uitstoot door veebedrijven, door stro en gedroogde mest in stallen.
- Uitstoot door elektriciteitscentrales.
- Uitstoot uit woningen, bijvoorbeeld door een open haard, een houtkachel, een allesbrander, de barbecue alsmede door sigarettenrook.
- Afkomstig van natuurlijke bronnen, bijvoorbeeld zeezout, of stof vanuit de bodem. 
 
Fijnstof in Nederland 
 
Fijnstof in de lucht boven Nederland komt voor ongeveer twee derde uit naburige landen. Nederland produceert evenwel meer fijnstof dan dat het
uit andere landen ontvangt. Circa 15% is afkomstig van menselijke activiteiten in Nederland, vooral uit de sectoren verkeer, energie en industrie.
In het westen bestaat het fijnstof - afhankelijk van de windrichting en de locatie voor een flink deel uit het ongevaarlijke zeezout. Het gebied van Londen, Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen en het Ruhrgebied is te zien als de ergste bron van vervuiling in Europa.  
 
In Nederland is houtrook verantwoordelijk voor 10% tot 12% van het fijnstof in de lucht, de rest komt van de industrie en dieselmotoren. Bij een proef in Schoorl uitgevoerd door het Energieonderzoek Centrum Nederland in 2009, bleek dat houtrook zelfs verantwoordelijk was voor 9 tot 27 procent van de lokale PM10-concentratie, tegenover 30 tot 39 procent aan PM 2,5. 
 
Volgens een rapport van de Gezondheidsraad uit januari 2018 was de verwarming
van woningen en gebouwen door houtkachels gemiddeld verantwoordelijk voor
1 tot 2 procent van het fijnstof (PM 2,5) in de lucht boven Nederland; NRC Handelsblad waarschuwde echter dat de precieze uitstoot moeilijk vast te stellen is door onzekerheid in een aantal variabele factoren en dat de daadwerkelijke uitstoot waarschijnlijk hoger ligt dan 1-2%.  
 
Uit onderzoek van het RIVM uit oktober 2018 bleek dat 0,5% van de fijnstofuitstoot door houtrook komt van vreugdevuren, zoals paasvuren in vooral Noord-, Oost- en Midden-Nederland, nieuwjaarsvuren in bijvoorbeeld Den Haag en Luilakvuren in
Noord-Holland.   
 
Ook barbecueën (met houtskool) is een veelvoorkomende bron van fijnstofoverlast volgens onderzoek van het Rechtsbijstand Informatie Centrum uit 2016 was barbecuerook verantwoordelijk is voor 3% van alle burenruzies, omdat veel mensen in hun tuin willen barbecuen, maar hun buren gezondheidsklachten krijgen van de rook. 
 
Daarnaast veroorzaakt vuurwerk tijdens de jaarwisseling ook 0,5% van de jaarlijkse fijnstofuitstoot. In Nederland worden zeer hoge fijnstofconcentraties waargenomen in het eerste uur na de jaarwisseling als gevolg van het massaal afsteken van vuurwerk.
 
De bronnen van door menselijke activiteiten ontstane PM10 (een type fijnstof) in Nederland in 2002
 
Voor de jaarwisseling van 2019–2020 bleek de uitstoot van fijnstof door vuurwerk in Nederland veel sterker te zijn dan in België, waar de door luchtsensoren gemeten fijnstofwaarden stabiel bleven rond middernacht.  
 
Europese normering 
In hete figuur 'Bronnen van fijnstof' laat zien dat het om een grensoverschrijdend milieuprobleem gaat. Daarom heeft de Europese Unie normen opgesteld voor fijnstof. In 2005 mocht het daggemiddelde van fijnstof niet het niveau van 40 microgram per kubieke meter overschrijden over een heel jaar. Per jaar mocht het daggemiddelde
aan fijnstofconcentratie de 50 microgram per kubieke meter slechts 35 dagen overschrijden. In 2010 zouden deze normen worden aangescherpt, maar deze indicatieve grenswaarden zijn herzien omdat er meer informatie bekend is over de effecten op de gezondheid en de milieu-impact, de technische haalbaarheid en de ervaring met de toepassing van de grenswaarden van fase 1. Daarom is in 2008 deze tweede fase vervallen.  
 
  PM10
 1-1-2005
PM2.5
 1-1-2015
  Jaargemiddelde 40 µg/m³ 25 µg/m³
  Daggemiddelde (24 uur) 50 µg/m³
  Maximum aantal overschrijdingen
  per jaar
35 -
 
De Europese lidstaten moeten zelf wetgeving opstellen om de Europese normen te halen. Nederland heeft de normen in 2004 gekoppeld aan ruimtelijke-ordeningwetgeving. Daardoor treden grote belemmeringen op voor bouwactiviteiten in Nederland op plaatsen met hoge fijnstofconcentraties. Door de Raad van State is een aantal besluiten van het Nederlandse kabinet voor de aanleg van spitsstroken en voor een snelwegverbreding vernietigd, omdat de fijnstofconcentratie door deze activiteiten zou toenemen. De aanleg van nieuwe eilanden voor IJburg is stilgelegd. Ook de vestiging van nieuwe industrie wordt hierdoor op sommige plaatsen sterk belemmerd.

Door rekening te houden met het van nature aanwezige zeezout in de lucht kan door middel van de zeezoutcorrectie het berekende aantal overschrijdingen per jaar naar beneden worden bijgesteld. In diverse regio's wordt onderzocht of door de aanplant van bomen en struiken de concentraties fijnstof kunnen verminderen.
 
Normering van de Wereldgezondheidsorganisatie 
De Wereldgezondheidsorganisatie (of WHO) hanteert strengere normen dan de Europese Unie.
De maximale normen voor fijnstof volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn.
 
- PM10 = 20 µg/m³ 
- PM2,5 = 10 µg/m³ 
 
Concentraties 
 
PM10 
In Nederland en België overschrijden de concentraties fijnstof vooral de normen binnen 100 meter van een drukke snelweg, of binnen 50 meter
van een drukke stedelijke weg. In de bebouwde kom worden sterk verhoogde concentraties gemeten in de omgeving van houtkachels. In grote gemeenten in Nederland wordt hierdoor tot 10% van de bevolking aan te veel fijnstof blootgesteld (stand van zaken in 2004). Niettemin zijn de concentraties vanaf de jaren tachtig van de twintigste eeuw gedaald (van 116 kiloton uitstoot aan fijnstof in 1980 tot 47 kiloton in 2002).
Dit is voornamelijk te danken aan maatregelen in de industrie, met name door ontzwaveling van de schoorsteenemissies en bij auto's door
schonere motoren en katalysatoren (waardoor minder stikstofoxiden uitgestoten worden, de voorloper van het ammoniumnitraat). Bij dieselauto's zijn in toenemende mate roetfilters in gebruik. De problemen in de zones langs verkeerswegen verminderen door het verbeterde motormanagement en het gebruik van dieselroetfilters, ondanks een toename van het verkeer. Door de toename van het aantal houtkachels neemt lokaal het fijnstofniveau juist toe. 
 
Van 2003 op 2004 trad een trendbreuk voor de concentraties in landelijke gebieden in Nederland. Daarnaast is er een onzekerheidsmarge van
20% voor gebieden met een hoge concentratie, en van 40% voor het noorden van Nederland. Door bijzondere weerssituaties treedt regelmatig overschrijding van de acceptabele fijnstofwaarden op in gebieden waar onder normale omstandigheden geen overschrijding gemeten kan worden. Eind 2006 is door de GGD Amsterdam geconstateerd dat er vanaf 1999 geen daling meer van de concentraties PM10 zijn aan te tonen. Eind 2007 heeft het RIVM dit eveneens geconstateerd.
 
In 2005 werden de Amsterdamse Veerkade en Stille Veerkade te Den Haag aangewezen als smerigste straten van Nederland, in 2007 was dit het Weena in Rotterdam. Februari 2006 kwam in het nieuws dat de gemeente Den Haag via een experiment met een zogenaamde fijnstofflitspaal de vervuiling van het passerende verkeer wilde gaan bepalen. In de komende 5 tot 10 jaar zal het aantal luchtkwaliteitsknelpunten voor zowel fijnstof
als stikstofdioxide sterk afnemen. De ringwegen van de grote steden en de drukste binnenstedelijke straten in de Randstad behoren tot de meest hardnekkige luchtkwaliteitsknelpunten.
 
De gemeten jaargemiddelde hoeveelheden fijnstof in de lucht zijn de afgelopen 20 jaar gehalveerd (opent in een nieuw venster) door maatregelen
bij verkeer, industrie en de energiesector. In 2019 (opent in een nieuw venster) werd de grenswaarde voor fijnstof op enkele plekken, bij grote veebedrijven, nog overschreden. Naar verwachting zal de gemiddelde hoeveelheid fijnstof in de lucht de komende jaren verder afnemen door het Schone Lucht Akkoord en andere beleidsafspraken. Plaatselijk kan de luchtkwaliteit verbeteren door de overstap naar elektrisch vervoer.
Dit betekent niet dat er in de toekomst helemaal geen fijnstof meer in de lucht komt door verkeer. Ook remblokken, banden en slijtage van het wegoppervlak zorgen namelijk voor fijnstof. 
 
 
Afname van fijnstof vanaf 2013 tot 2018 - Bron: Atlas leefomgeving
 
PM2,5 
Het is bekend dat gezondheidsschade vooral optreedt door de kleinere fractie van de deeltjesgrootteverdeling: de PM2.5. Deze deeltjes dringen het diepst door in de longen en richten de meeste schade aan. Deze fractie wordt ook voor een groter deel door mensen veroorzaakt, vooral door verwarming, wegverkeer en scheepvaart. In de EU is verwarming door biomassa (vnl. hout) verantwoordelijk voor meer dan 40% van het fijnstof. .
 
Doorgaans wordt echter de PM10 gemeten, omdat dat eenvoudiger is en omdat zo historische reeksen met elkaar te vergelijken zijn. Bovendien worden de gemeten waarden gebruikt in modellen die uiteindelijk de concentraties vaststellen
 
De deeltjes worden vaak ingedeeld naar hun grootte, zoals je ziet in de figuur. Voor de gezondheid maakt het namelijk uit hoe groot de deeltjes zijn die je inademt. Een veel gebruikte afkorting voor fijnstof is PM. PM staat voor ’Particulate Matter de Engelse vertaling van fijnstof ’ .  
 
Bij PM10 gaat het om deeltjes met een diameter kleiner dan
10 micrometer. Ter vergelijking: de gemiddelde diameter van een mensenhaar is 50-70 micrometer.  PM10 is dus minimaal nog
5 keer kleiner dan de doorsnede van een haar.
 
 
PM2,5 en ultrafijn stof zijn nog kleiner. Dan gaat het om deeltjes met een diameter doorsnede kleiner dan 2,5 en 0,1 micrometer. Hoe kleiner de deeltjes, hoe verder ze in het lichaam kunnen doordringen. 
 
Fijnstof en gezondheid 
 
Fijnstof is niet goed voor de gezondheid. De grootte van de deeltjes heeft invloed op waar fijnstof in de luchtwegen terecht komt. En dat bepaalt welke effecten op de gezondheid fijnstof heeft. Maar het maakt ook uit om hoeveel deeltjes het gaat, wat hun vorm is en uit welke stoffen ze bestaan 
 
Effecten van kortdurende, hoge niveaus (pieken) 
Soms zit er plotseling veel fijnstof (PM10, PM2,5) in de lucht, bijvoorbeeld door verkeersdrukte en het weertype. Dat is niet goed voor mensen die daar gevoelig voor zijn. Het gaat dan om kinderen, ouderen of mensen met hart-, vaat- of longziekten. Zij kunnen last krijgen van hoesten en benauwdheid. De klachten verdwijnen meestal weer zodra de concentratie van fijnstof in de lucht daalt. Maar zieke mensen kunnen ook enkele
dagen tot maanden eerder komen te overlijden door pieken in luchtvervuiling. Het is niet bekend of kortdurende pieken (maximaal 24 uur) blijvende schade geven als je er meerdere malen aan wordt blootgesteld. Omdat de fijnstof-niveaus sinds begin jaren negentig dalen, neemt ook de vroegtijdige sterfte door een kortdurende verhogingen sinds die tijd af. 
 
Effecten van langdurige blootstelling 
Fijnstof kan leiden tot gezondheidseffecten zoals verminderde longfunctie en verergering van luchtwegklachten. Vermoedelijk zijn er ook effecten
op de ontwikkeling van de foetus, longen en hersenen bij kinderen. Ook is er mogelijk een effect op diabetes en dementie . Mensen kunnen ook vroegtijdig overlijden door met name luchtwegklachten en hart- en vaatziekten. Nederlanders hebben door langdurige blootstelling aan fijnstof een verminderde levensduur van circa 9 maanden in vergelijking met een fijnstof-vrije omgeving. Dit is een gemiddelde: sommige mensen zullen minder invloed ondervinden en andere meer. Er lijkt geen veilig niveau te zijn: ook lage niveaus (onder de normen en advieswaarden) kunnen schadelijk zijn. Gezondheidseffecten, zoals een verminderde longfunctie, herstellen waarschijnlijk als mensen verhuizen naar een gebied met schonere lucht. 
 
Gezondheidseffecten ultrafijnstof 
Er wordt steeds meer gekeken naar nog kleinere stofdeeltjes, die onderdeel zijn van PM10. Ultrafijnstof bestaat uit stofdeeltjes die kleiner zijn dan 0,1 micrometer (PM0,1). Deze kleinere deeltjes hebben waarschijnlijk een groter effect op de gezondheid dan PM10 en PM2,5. Dit komt doordat ze dieper in de longen kunnen doordringen en ook in de rest van het lichaam terecht lijken te komen. In de buurt van Schiphol zit er vaak wat meer ultrafijnstof in de lucht. Op dagen met meer ultrafijnstof hebben kinderen met luchtwegaandoeningen meer last en gebruiken ze meer medicijnen. Klachten zijn kortademigheid en piepende ademhaling. 
 
Fijnstof en beleid 
 De jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 is 40 µg/m³. Voor PM2,5 is 25 µg/m³ de grenswaarde. De advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie liggen een stuk lager; 20 µg/m³ voor PM10 en 10 µg/m³ voor PM2,5 is twee keer zo laag. Met bijvoorbeeld het Schone Lucht Akkoord wordt gewerkt aan een betere luchtkwaliteit om schade aan de gezondheid zo veel mogelijk te voorkomen.
 
Wat kun je zelf doen tegen luchtvevuiling 
 
1:  Laat de auto wat vaker staan en neem voor korte ritten de fiets en voor langere de trein. Zo verminder je de uitstoot van ongezonde stoffen.
2:  Bij houtstook komt er veel fijnstof in de lucht. De vuurkorf en open haard zijn de grootste boosdoeners: laat die dus uit.
3:  Als je toch hout stookt in huis, pas dan onze stooktips toe. Nog beter: vervang je houtkachel of open haard door een moderne pelletkachel en
     gebruik die maximaal 2 avonden per week.
4:  Voor je gezondheid is het beter om niet langs drukke wegen te fietsen of (hard)lopen. Kies liever een route met minder verkeer:
     een paar straten verderop is de lucht al een stuk schoner.
 
Zelf doen voor je gezondheid 
Bij wegen en in gebieden met veel industrie is de lucht het meest vervuild. Je kunt de gevolgen voor jezelf beperken door rekening te houden met de volgende punten. 
-  Bij fietsen en hardlopen adem je veel lucht in. Vermijd hardlopen of fietsen langs drukke wegen.
    Kies liever een route langs wegen met minder verkeer.
-  Gebruik de app Mijn luchtkwaliteit: daarop zie je hoeveel luchtvervuiling er bij jou in de buurt is.
   Ook krijg je advies of je bepaalde activiteiten beter kunt vermijden.
-  Fiets liever dan dat je auto rijdt. Weliswaar maakt het voor de inademing van vuile lucht niet veel uit (zowel in de auto als op de fiets adem je
   vervuilde lucht in), maar fietsen veroorzaakt geen uitstoot. 
-  Rijd je in de auto, houd dan liefst de ramen dicht nog voordat je in de file belandt. Zo houd je iets van de vuile lucht buiten.
   Buiten de file is een open raampje gezonder, want de lucht in auto's is meestal erg slecht.
-  Laat in tunnels en in de file geen verse lucht de auto inkomen, maar zet de ventilator op de recirculatiestand: zo komt er minder vervuilde lucht de
   auto in. Doe dit echter niet langer dan een kwartier; na een kwartier is het nodig om de lucht in de auto te verversen, zelfs als je in de file staat.
Ventileer je woning 
Ondanks luchtvervuiling is het beter om de ramen en ventilatieroosters open te houden. Binnenshuis ontstaat namelijk ook vervuiling door bijvoorbeeld koken, stoken en ademen, en die moet afgevoerd worden. Doe je dat niet, dan kan de lucht in huis vuiler worden dan die erbuiten. 
 
De beste manier om de lucht in huis gezond te houden is door te zorgen voor voortdurende luchtverversing, dag en nacht, het hele jaar door (dus ook in de winter). Dan komt frisse lucht binnen en verdwijnen vocht en vervuilende stoffen. Dat klinkt eenvoudig, maar in veel huizen is de lucht ongezond omdat bewoners niet genoeg ventileren. Ventileren betekent continu frisse lucht aanvoeren én vervuilde lucht afvoeren. Dat is niet hetzelfde als luchten. 
 
Luchten betekent ramen en deuren tegen elkaar open zetten. Zet tijdens het luchten de thermostaat laag, anders slaat de verwarming onnodig aan. Luchten is nuttig om snel extra vervuilde lucht af te voeren, maar het is geen vervanging van ventileren. Het effect is namelijk snel weg: zodra het raam dicht gaat zal vervuiling zich weer ophopen. Woon je nabij een snelweg of drukke weg, lucht dan zoveel mogelijk buiten de spitsuren. 
 
 
 
     Bronnen:  Wikipedia, Atlas Leefomgeving, Milieu Centraal  
 
    Categorieën: Gezondheid en luchtkwalitieit  I  Weer A tot Z
 
 
Web Design