Antarctica, hoe een ijzige reus langzaam verandert
 
 
Antarctica is verreweg het koudste continent op aarde. Met uitzondering van een smalle kuststrook vriest het er eigenlijk altijd. Antarctica is niet alleen erg koud, maar ligt ook nog eens extreem geïsoleerd van andere continenten doordat het wordt omringd door de ijskoude en diepe Antarctische Oceaan. Desondanks ontkomt Antarctica niet aan klimaatverandering, al is het vooralsnog beperkt. De enorme ijskap van Antarctica is aan het smelten, vooral doordat het omliggende oceaanwater wél sterk is opgewarmd. Naast klimaatverandering zijn er andere factoren die Antarctica beïnvloeden, zoals een groeiend aantal toeristen, sportieve activiteiten en visserij. In deze special zet het KNMI de veranderingen en bedreigingen voor Antarctica op een rij. Van microalgen en krill, via pinguïns en toeristen naar zee-ijs en zeespiegelstijging.
 
Het diepvriesklimaat van Antarctica
Antarctica is kouder dan koud, met ’s winters temperaturen die bovenop de vier kilometer dikke ijskap tot wel 90 graden onder nul kunnen dalen.
Met uitzondering van een smalle kuststrook vriest het er eigenlijk altijd. Dat het er zoveel kouder is dan in het noordpoolgebied komt door de enorme ijskap en door de geïsoleerde ligging van het Antarctisch continent, omringd door de Antarctische Oceaan.
Antarctica is een bijzonder droog continent: door de ijskoude lucht valt er in
het centrale deel van het continent gemiddeld slechts vijf centimeter sneeuw
per jaar – een ware poolwoestijn. Toch groeit het centrale deel van de Antarctische ijskap beetje bij beetje aan, omdat vanwege de diepvriestemperaturen de sneeuw nooit smelt.
 
De Antarctische ijskap
De massa van de Antarctische ijskap neemt toe door sneeuwval.
Afname gebeurt door het smelten van de ijskap (meestal aan de randen),
het smelten of uiteenvallen van drijvende ijsplaten waardoor de ijsstroom naar de randen toeneemt, en door het afkalven van ijsbergen. Een aanzienlijk deel van de Antarctische ijskap rust op bodem die onder de zeespiegel ligt.
Hierdoor staat de ijskap in verbinding met de oceaan en is het risico groter dat, door de opwarming van de oceaan, de ijskap instabiel wordt en in hoog tempo massa kan verliezen.
 
De Zuidpool warmt minder op maar smelt tóch
De geïsoleerde ligging van het zuidpoolcontinent is de voornaamste reden waarom Antarctica minder snel opwarmt dan het noordpoolgebied. Er waaien krachtige westenwinden ongehinderd rond het continent die verhinderen dat warmte uit noordelijker regionen tot de Zuidpool kan doordringen.
Deze westenwinden zijn de laatste decennia aangewakkerd door de sterke afkoeling in de hogere atmosfeer boven Antarctica vanwege zowel het ozongat als het broeikaseffect. Ondanks de geringe opwarming van de atmosfeer is de enorme ijskap van Antarctica toch aan het smelten. Dit komt vooral doordat
het omliggende oceaanwater wél sterk is opgewarmd.
 
 
Op het schiereiland zijn de effecten het grootst
Het Antarctisch schiereiland is een 1300 kilometer lange keten die als een ‘staart’ aan het continent Antarctica vastzit en recht naar Zuid-Amerika wijst. Het noordelijkste deel van het schiereiland is een van de weinige delen van Antarctica die ten noorden van de zuidpoolcirkel liggen. Waar het Antarctisch schiereiland zich naar het noorden uitstrekt wordt de isolerende schil rondom Antarctica doorbroken. De gevolgen van klimaatverandering zijn dan ook met name hier zichtbaar: de temperatuur en luchtvochtigheid nemen toe, grote platen zee-ijs breken af en de zee-ijsbedekking wordt minder en korter.
 
De bijdrage van Antarctica aan zeespiegelstijging
Het speciale IPCC-rapport over oceanen en de cryosfeer (SROCC) van september 2019 concludeert dat zowel de Groenlandse IJskap als de Antarctische IJskap in een versneld tempo massa verliezen. Rond 2000 droeg de Antarctische ijskap nog slechts voor zeven procent bij aan de mondiale zeespiegelstijging. Rond 2010 was dat al twaalf procent. De snelheid van afsmelten is in deze korte tijd verviervoudigd.

De oorzaak van de versnelde afsmelt ligt in het steeds warmer wordende oceaanwater waardoor de ijsplaten, die op het warme water drijven, aan de onderzijde in hoog tempo afsmelten. Met steeds minder beschermende ijsplaten – de steunberen van de ijskap – smelt ook de vier kilometer hoge ijskap steeds sneller af. Dit kan het begin zijn van een onomkeerbaar proces. Vooral het deel van de ijskap dat onder water ligt kan instabiel worden, waardoor totale afsmelt van grote delen van de ijskap niet meer te voorkomen is. Als dat gebeurt, zal Antarctica nog eeuwen ijsmassa blijven verliezen, zelfs als het klimaat stabiliseert. De gemeten versnelling in zeespiegelstijging is vooral te verklaren door een toename van het massaverlies van Groenland en Antarctica. De bijdrage van landijs, gletsjers en ijskappen samen is sinds 2006 zelfs groter dan de bijdrage door de uitzetting van het oceaanwater.  
 
 
 
Toekomstscenario’s 
De zeespiegel zal als gevolg van klimaatverandering de komende honderden jaren onvermijdelijk blijven stijgen, maar de snelheid waarmee hangt
af van de hoeveelheid broeikasgassen die mondiaal wordt uitstoten. De nieuwste zeespiegelscenario’s uit het SROCC-rapport (2019) van het IPCC vallen iets hoger uit dan de schattingen uit het vorige rapport van het IPCC uit 2013. Vooral de bovengrens voor een scenario waarin de broeikasgasemissie blijft stijgen, is naar boven bijgesteld: deze staat nu op 1,1 meter zeespiegelstijging in 2100 ten opzichte van de referentie periode 1986-2005. Deze bovengrens stond in het vorige IPCC-rapport op 0,98 meter. Deze verhoging komt doordat er steeds meer aanwijzingen zijn dat de Antarctische ijskap sneller kan afsmelten dan voorheen werd gedacht. Er zijn aanwijzingen dat er nu al processen optreden waardoor delen van de ijskap instabiel kunnen worden met een versneld massaverlies tot gevolg. 
 
Bijdrage Antarctica na 2300 
Voor langere tijdschalen, tot het jaar 2300, stelde het IPCC-rapport uit 2013 nog dat het onbekend was of de Antarctische ijskap zou aangroeien
of afsmelten. Het nieuwe rapport geeft wél een schatting van de toekomstige bijdrage van de Antarctische ijskap in 2300: maximaal 2,9 m stijging van de 5,4 meter in totaal. Dit is de bovengrens voor het scenario waarbij de uitstoot van broeikasgassen onverminderd doorgaat. De ondergrens voor het scenario waarbij de uitstoot van broeikasgassen sterk wordt verminderd is 0,6 meter in 2300, waar Antarctica zo’n 7 centimeter aan bijdraagt. 
 
 
Het is een droom van veel mensen, een reis naar Antarctica. Een van de laatste grote wildernisgebieden op aarde met dramatische landschappen
en hele bijzondere diersoorten. In de winter van 2019-2020 reisden ongeveer 78.000 toeristen af naar het Zuidpoolgebied, aan boord van een cruiseschip of per vliegtuig. Vooral de laatste jaren neemt het toerisme flink toe, na een tijdelijke daling tijdens de economische crisis tussen
2008 en 2011. 
 
Met de hernieuwde belangstelling is ook het debat over Antarctisch toerisme weer nieuw leven ingeblazen. Beleidsmakers, wetenschappers en milieuorganisaties maken zich zorgen over de groei en de nieuwe vormen van toerisme in Antarctica. Toerisme zou kunnen leiden tot schade en verstoring van het kwetsbare Antarctische ecosysteem, tot verhoogde veiligheidsrisico’s en tot verstoring van onderzoeksprogramma’s.? 
 
Wat maakt Antarctica zo aantrekkelijk? 
Toerisme naar Antarctica is geen nieuw fenomeen. De komst van de Lindblad Explorer in 1970, een klein en krachtig cruiseschip van de Amerikaanse ondernemer Lars-Erik Lindblad, vormde het startpunt van expeditie-achtige cruises naar Antarctica. Tijdens deze reizen maken de passagiers diverse excursies en gaan daarbij met kleine rubberboten aan land. De laatste twee decennia zijn daar de ‘cruise-only’ reizen bijgekomen: grotere cruiseschepen die door Antarctische wateren varen maar waarbij de passagiers aan boord blijven. Naast deze twee vormen van cruisetoerisme
reizen toeristen steeds vaker per vliegtuig naar Antarctica om daar aan boord te gaan van een cruiseschip of om deel te nemen aan een expeditie
op de ijskap. 
 
Er varen steeds meer cruise schepen in Antarctica 
 
Whales Bay Bron: Oceanwide Expeditions 
 
Toeristen worden vooral aangetrokken door de prachtige unieke landschappen en de bijzondere diersoorten, zoals de verschillende soorten pinguïns, zeehonden en walvissen. Ook op cultuurhistorisch gebied is er het nodige te bewonderen; restanten van nederzettingen van walvisvaarders, beroemde ontdekkingsreizigers en wetenschappelijke stations. Naast deze gebiedseigen attracties worden er steeds meer sportieve en avontuurlijke activiteiten aangeboden, zoals kajakken, duiken, klimmen, helikoptervluchten en zelfs het lopen van een marathon. 
 
 
Véél toeristen in een klein gebied 
Antarctica is een enorm continent van ongeveer veertien miljoen vierkante kilometer; dit is ongeveer zo groot als de Verenigde Staten en Mexico samen. Toch bestaat er bezorgdheid over de toeristische en ecologische draagkracht van het zuidpoolgebied. In Antarctica vinden de meeste toeristische activiteiten plaats op een beperkt aantal locaties in het meest toegankelijke deel van het continent: het Antarctisch Schiereiland. Bovendien vinden de bezoeken plaats in een relatief kort seizoen dat van november tot maart loopt. Buiten deze periode vormt het zee-ijs een vrijwel onneembare hindernis voor de scheepvaart en zijn de meeste diersoorten ook ‘gevlogen’. Vanwege de hoge aantallen en de concentratie in tijd en plaats is het inmiddels niet meer vanzelfsprekend dat je tijdens je vakantie in het uitgestrekte zuidpoolgebied geen andere toeristen tegenkomt. Sterker nog, touroperators houden er een strakke planning en communicatie op na om tijdens de cruises geen andere cruiseschepen tegen te komen. 
 
Bark Europa 
 
 
Bark Europa in Neko Harbour 
 
Gletsjer wandeling Neko Harbour
 
Stormband pinguins op Bailey Head
 
Zorgen over toerisme 
Overheden, wetenschappers en milieuorganisaties zijn vanaf de start van toerisme naar het zuidpoolgebied bezorgd geweest over de mogelijke gevolgen voor de fragiele ecosystemen. Tot nu toe zijn aanzienlijke schadelijke ecologische en fysieke effecten nog niet aangetoond. Wel wordt het gebied steeds minder ‘wild’. Mensen dringen door tot een steeds groter gebied, er ontstaan paden en hier en daar ondervinden pinguïnkolonies of zeezoogdieren last van de toeristen. Menselijk bezoek brengt ook het risico mee dat nieuwe planten die niet in het gebied thuishoren (exoten), worden geïntroduceerd. De lange vliegreizen en cruises leveren bovendien een aanzienlijke broeikasgasbijdrage per toerist op. Een goede monitoring van de gevolgen van toerisme ontbreekt tot nu toe. 
 
Goede samenwerking helpt 
Dat er tot nu toe weinig milieueffecten zijn, is te danken aan internationale afspraken tussen landen (zie kader Beheer van Antarctica), en aan de goede samenwerking tussen touroperators. Touroperators werken sinds 1991 samen binnen de International Association of Antarctic Tour
Operators waarin ze duidelijke regels opstellen, die veelal goed worden nageleefd. 
 
Onderzoek naar effecten is nodig 
Ook al lijkt de impact van toerisme tot nu toe beperkt, de vraag is wat er gebeurt als er nóg meer toeristen komen en dat in combinatie met een toename van onderzoekstations en klimaatverandering, waardoor de druk op het ecosysteem ook toeneemt. Om de duurzaamheid van toerisme
in de toekomst te garanderen is meer onderzoek nodig naar de effecten van het toerisme op de ecologie, de wilderniswaarden en historische vindplaatsen. Maar ook naar de risico’s voor de veiligheid van de toeristen zelf en mogelijke nieuwe reguleringsinstrumenten. Met het drukkere verkeer neemt het risico op incidenten toe. Daarnaast blijft hulpverlening bieden op de koudste en meest afgelegen plek op aarde beperkt mogelijk, kostbaar en risicovol. 
 
Beheer van Antarctica
 
Het Antarcticaverdrag
Gedurende de eerste helft van de vorige eeuw claimden zeven landen – Argentinië, Australië, Chili, Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk - grote delen van Antarctica. Deze claims werden onderling en door andere landen niet erkend. Om conflicten te voorkomen
werd in 1959 het Antarcticaverdrag afgesloten waarin het meningsverschil over de claims werd ‘bevroren’. Daar werd afgesproken om het gebied gezamenlijk te beheren. Dit verdrag werd getekend door zowel deze zeven claimende landen als vijf andere landen die actief waren in Antarctisch onderzoek: België, Japan, de voormalige Sovjet-Unie, Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Deze landen spraken af dat andere landen kunnen meebeslissen over het beheer, als zij kunnen aantonen dat zij een wetenschappelijk belang bij Antarctica hebben. Wetenschappelijk onderzoek op Antarctica - een gebied dat geldt als een belangrijke klimaatindicator van de planeet - biedt ons inzicht in wat de planeet te wachten staat.
Nederland heeft deze status in 1990 ontvangen. Inmiddels kent het verdragssysteem negenentwintig partijstaten die ieder jaar bijeenkomen tijdens de zogenaamde Antarctic Treaty Consultative Meetings.
 
Natuurreservaat voor vrede en wetenschap
In 1998 werd het Protocol inzake Milieubescherming bij het Antarcticaverdrag van kracht. Dit protocol wijst Antarctica aan als ’natuurreservaat, bestemd voor vrede en wetenschap’. Regels voor de bescherming van Antarctica zijn in het Protocol vastgelegd. Omdat Antarctica niet onbetwist
tot het grondgebied van één land behoort, moeten deze regels in de nationale wetgeving van de partijstaten worden opgenomen. Dit is de enige manier om bedrijven en burgers aan de regels van het Protocol te binden. Daarom heeft Nederland in 1998 een nationale Antarcticawet vastgesteld: de Wet bescherming Antarctica. In deze wet is een vergunningsplicht voor Nederlandse activiteiten op Antarctica vastgelegd. Tot nu toe worden er zo’n zes aanvragen per seizoen gedaan. Meestal gaat het om toeristenbedrijven, soms om wetenschappelijk onderzoek.
 
Sneeuwstormvogel  Foto: Oceanwide-expeditions
 
Ongerepte schoonheid van Antarctica
 
Wat mag er echt niet?
Je zou het misschien niet verwachten, maar er zijn maar heel weinig activiteiten echt verboden in Antarctica. Er gelden verboden voor bijvoorbeeld nucleair afval storten, militaire activiteiten en mijnbouw (anders dan voor onderzoek). Het is verboden om (anders dan voor onderzoek) dieren en planten naar Antarctica te brengen, om dieren te doden of te storen, om afval achter te laten of om historische plaatsen te beschadigen. Maar in beginsel is Antarctica toegankelijk voor veel activiteiten, waaronder toerisme. In de Wet bescherming Antarctica zijn wel veel regels opgenomen waaraan moet worden voldaan voordat een vergunning verstrekt wordt. Zo moet er bijvoorbeeld een milieu-effectbeoordeling worden gemaakt.
De wet bepaalt ook dat gebieden met uitzonderlijke waarden, de ‘Antarctic Specially Protected Areas’ niet zonder vergunning mogen worden
bezocht. Op dit moment zijn er 72 van die gebieden, maar gezamenlijk gaat het maar om enkele procenten van het gehele Antarctische continent. 
 
Hoe te handhaven op de Zuidpool? 
Bij wetgeving hoort ook handhaving. Maar hoe doe je dat op een continent hier ver vandaan dat ook nog eens veertien miljoen vierkante kilometer beslaat? Vanwege deze praktische problemen en omdat het toerisme in Antarctica enorm toeneemt, overleggen de landen van het Antarcticaverdrag over samenwerking. Zo wordt er nagedacht over een internationale ‘pool’ van toezichthouders. Naast toezicht door de overheid is er ook toezicht door anderen. Zo werken de meeste touroperators samen onder de vlag van de ‘International Association of Antarctic Tour Operators’ en één van de afspraken is dat zij regelmatig een inspecteur mee moeten nemen. Verder is er ook veel sociale controle: de mensen die in Antarctica zijn letten op elkaar.
 
Extra regels vereist om natuurreservaat te borgen 
Al met al kent Antarctica een indrukwekkend juridisch systeem, waarvan de Nederlandse Wet bescherming Antarctica een onderdeel is. Of hiermee Antarctica ook in de toekomst goed genoeg beschermd is, wordt ieder jaar tijdens de vergadering van het Antarcticaverdrag besproken. Veel landen, waaronder Nederland, maken zich zorgen om de groei van het aantal activiteiten, zoals de bouw van nieuwe onderzoeksstations (er zijn er al meer dan honderd) en de toenemende toeristenaantallen. Zeker in combinatie met klimaatverandering, waardoor de druk op het ecosysteem al toeneemt. 
 
De regels voor iedere activiteit afzonderlijk bieden redelijke bescherming, maar de optelsom van alle activiteiten samen kan Antarctica veranderen
en met name de wilderniswaarden van het gebied aantasten. Voor Antarctica en de bijzondere waarden van dit gebied is het te hopen dat internationale samenwerking en nieuwe afspraken leiden tot aanvullende regels die Antarctica als natuurreservaat, bestemd voor vrede en wetenschap’ kunnen beschermen. 
 

 
Antarctica is niet alleen erg koud, het ligt doordat het wordt omringd door de ijskoude en diepe Antarctische Oceaan, ook nog eens extreem geïsoleerd van andere continenten. Antarctica ontkomt niet aan klimaatverandering, maar door dit isolement zijn de effecten op het leven in het grootste deel van het continent vooralsnog beperkt. 
 
Het isolement maakt de biologische diversiteit op Antarctica uniek. De Antarctische Oceaan is voor veel soorten uit omringende continenten een onneembare vesting. Een plant uit Zuid-Amerika zou een sprong van meer dan duizend kilometer over zee moeten maken om zich daarna aan te moeten passen aan het Antarctische diepvriesklimaat. Dit in tegenstelling tot het Noordpoolgebied dat een stuk toegankelijker is. Daar kunnen soorten langzaam over land noordwaarts trekken en zich van generatie op generatie langzaam aanpassen. 
 
Door de huidige opwarming smelt er op Antarctica veel sneeuw en ijs waardoor meer land beschikbaar komt voor de vegetatie. Daarnaast zijn er andere factoren die samen met een veranderend klimaat de ecologie van Antarctica beïnvloeden, zoals toerisme en visserij, en in het verleden de massale jacht op walvissen en zeehonden. 
 
Het mariene ecosysteem 
Het ijzige Antarctische continent wordt omringd door een diepe, onstuimige oceaan, de Antarctische Oceaan. Deze oceaan is tijdens de winter voor een groot deel bedekt met zee-ijs, maar in het vroege voorjaar en de zomer smelt dit vrijwel helemaal weg. Deze sterke jaarcyclus in zee-ijsbedekking bepaalt voor een groot deel de groei, leefwijze en diversiteit van het leven in dit enorme gebied. 
 
Microalgen vormen de basis 
Aan de basis van de Antarctische mariene voedselketen staan in het water zwevende eencellige microscopische algen. Microalgen komen zelfs aan
de onderkant van het zee-ijs voor: hier weten zij nog net te profiteren van het beetje licht dat door het metersdikke ijs heendringt. Daar waar veel microalgen voorkomen kan in potentie veel dierlijk plankton overleven, en daardoor ook vissen, pinguïns, zeehonden en walvissen. Microalgen spelen daarnaast een cruciale rol in het wereldwijde klimaat. Zo dragen ze bij aan het vastleggen van kooldioxide (CO2) en het produceren van zuurstof.
Op deze manier vormen microalgen de mariene tegenhanger van de tropische regenwouden. 
 
De ene alg is de andere niet 
De diversiteit binnen de groep van Antarctische microalgen is heel groot: relatief grote microalgen (tot 0,5 millimeter lang), zoals de zeer fotogenieke kiezelwieren (zie foto) vormen een belangrijke en voedzame voedselbron voor dierlijk plankton. En zeer kleine algensoorten, die tot wel honderd keer kleiner zijn dan de kiezelwieren (zoals de Geminigera op de foto). Wanneer deze kleine soorten overheersen is de opbouw van de voedselketen beduidend minder efficiënt. Onderzoek heeft aangetoond dat de algensamenstelling door klimaatverandering kan veranderen. 
 
Foto-1 
 
Foto-2 
 
- Twee vaak voorkomende fytoplankton-soorten in de Antarctische Oceaan: de grote eencellige kiezelalg Proboscia en de vele malen kleinere
   fytoflagellaat Geminigera (linksonder). Krill voedt zich alleen met grote algen. (Foto: Anita Buma)
- Antarctische krill (Euphausia superba) aan de onderkant van het zee-ijs. De geelgroene kleur duidt op recent opgegeten algen.
 
Krill lust alleen grote algen 
In het Antarctische mariene ecosysteem speelt krill – een kreeftachtig beestje van maximaal zes centimeter - een sleutelrol. Het wordt door
pinguïns, walvissen, zeehonden en vele vissoorten gegeten. Krill komt regelmatig in enorme zwermen voor tot wel 30.000 individuen per kubieke meter zeewater. Een duidelijke risicofactor van krill is dat het door zijn filtersysteem alleen grote algen op kan nemen. Door klimaatverandering kan de verhouding tussen grote en kleine algen veranderen, net als de hoeveelheid en de locatie waar ze bloeien. Dat heeft directe gevolgen voor
de hoeveelheid krill, wat weer van invloed is op al het zeeleven in het Antarctisch gebied. Ook de krillvisserij speelt een rol in de hoeveelheid krill.
Sinds 1982 worden via de internationale Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources afspraken gemaakt om krill op duurzame wijze, met een minimale impact op het ecosysteem, te oogsten. 
 
Door klimaatverandering verandert de basis van het ecosysteem 
In de Antarctische Oceaan is het verdwijnen van het zee-ijs door de mondiale opwarming minder duidelijk dan in het Noordpoolgebied. In specifieke gebieden zijn echter al geruime tijd onomkeerbare veranderingen gaande. Langs het Antarctisch Schiereiland bijvoorbeeld, verdwijnt het zee-ijs in rap tempo. Dit heeft grote gevolgen voor de microalgen die groeien langs de randen van het zee-ijs. In bepaalde gebieden zijn de op algen jagende krillzwermen door de afname van het zee-ijs al volledig verdwenen. Ook zijn er aanwijzingen dat door de klimaatverandering de zone met het meeste krill richting het Antarctische continent verschuift. De door klimaatverandering veroorzaakte oceaanverzuring kan een negatief effect hebben op bodemdieren, vis, krill en plantaardig plankton. Veel van deze soorten maken kalk voor hun inwendig of uitwendig skelet, en deze kalkvorming wordt nu juist door verzuring afgeremd. 
 
Er zijn ook positieve feedbacks op mariene organismen denkbaar. Door het verdwijnen van het zee-ijs is er een toename van instraling van de zon
in de waterkolom. Hierdoor kan een versterkte algengroei optreden. Algengroei kan nog verder worden versterkt doordat smeltende gletsjers in kustgebieden voedingsstoffen voor algengroei inbrengen. Het gaat hier vooral om ijzer dat normaal gesproken beperkend is voor de algengroei. Minder zee-ijs kan ook een positieve uitwerking hebben op zeewieren (macroalgen) en andere organismen die in ondiepe kustgebieden leven. 
 

 
Effecten op zeezoogdieren en vogels
De meeste soorten zeezoogdieren en vogels zijn zeer afhankelijk van krill en de Antarctische zilvervis, die zelf ook krill eet. Beide soorten komen in grote hoeveelheden voor en walvissen trekken in de zomer naar Antarctica om daar te foerageren. Als door verzuring van het zeewater of door afname van het zee-ijs minder krill beschikbaar is, dan heeft dat een negatief effect op dieren die aan het eind van de voedselketen in Antarctica staan. Een voorspelde zuidwaartse verschuiving van krillzwermen zou wel positief kunnen uitpakken voor dieren die op of vlakbij het continent broeden. Op dit moment zijn de grootste veranderingen op het ecosysteem zichtbaar op het Antarctisch schiereiland, waar sommige pinguïnsoorten profiteren en andere in aantal achteruitgaan.
 
Bultrugwalvis
 
Krabben etende zeehonden
 
keizerspinguins
 
Zuidelijke stormvogel
 
Landleven op een ijsmassa 
Antarctica bestaat uit ijs en nog eens ijs. Het is daarmee op zijn zachtst gezegd een onherbergzaam gebied voor leven op land. Maar leven is er wel degelijk. Een klein deel, een schamele 0,03 procent van het totale oppervlakte, is tijdens de Antarctische zomermaanden, december, januari en februari, ijs - en sneeuwvrij en vanonder de sneeuw komen dan planten en dieren tevoorschijn. Het meeste Antarctische landleven bevindt zich aan de kust en de vegetatie bestaat uit mossen en korstmossen. Er groeien slechts twee inheemse vaatplanten, namelijk de grassoort Deschampsia antarctica en het kussenplantje Colobanthus quitensis. 
 
Korstmossen groeien traag maar gestaag
De twee grootste problemen voor leven op Antarctica zijn de koude temperaturen en watergebrek. Antarctica mag dan gebukt gaan onder kilometersdikke ijslagen, de Antarctische vegetatie kan dit bevroren water niet gebruiken. Tijdens het groeiseizoen maken mossen en korstmossen gebruik van smeltwater en van toevallige sneeuwbuien. De mossen, en vooral korstmossen, zijn hierdoor vaak maar een paar uur per dag actief,
en groeien soms ook weken achterelkaar helemaal niet. Antarctische korstmossen groeien meestal minder dan een millimeter per jaar.
Op een aantal zeer droge locaties, zoals de McMurdo Dry Valleys, groeien korstmossen zelfs nog honderd keer trager, slechts 0,01 millimeter per jaar. Het is erg lastig om van zulke traag groeiende planten de groeisnelheid te bepalen. Daarvoor zijn vele tientallen jaren aan waarnemingen nodig. De effecten van klimaatverandering op Antarctische vegetatie is daarom nu nog lastig te bepalen. 
 
De korstmos Umbilicaria antarctica een van soorten die langs de
 Antarctische Peninsula groeit. (Foto: Stef Bokhorst)
 
Het mos Sanionia uncinata een van de soorten die langs de Antarctische Peninsula groeit. (Foto: Stef Bokhorst)
 
Mossen: het dagelijks brood voor minuscuul leven
Antarctische mossen, korstmossen en de micro-organismen die daarin leven staan aan de basis van het voedselweb op land. Door de langzame
groei en het koude klimaat zijn er slechts een handjevol grazers die hiervan kunnen leven. Deze dieren zijn minuscuul klein: Springstaarten en mijten zijn ongeveer een tot twee millimeter lang en nog net met het blote oog zichtbaar als je op je knieën tussen de korstmossen zit. Nematoden en beerdiertjes zijn alleen onder een microscoop te zien.
 
De vele pinguïns, zeehondachtigen en vogels die langs de Antarctische kust leven zijn voor hun voedsel geheel afhankelijk van de zee en behoren daarom strikt genomen niet tot het landleven. De mest van pinguïns en stormvogels is wel een belangrijke bron van nutriënten voor het leven op land. De grootste biodiversiteit aan springstaarten, mijten en nematoden vind je dan ook in de buurt van pinguïns.
 
De springstaart Cryptopygus antarcticus, een van de ‘grote grazers’ van Antarctica.
 
De mijt Stereotydeus villosa een van de ‘grote grazers’ van Antarctica
 
 
Het noord- en zuidpoolgebied zijn zusjes maar ook elkaars tegenpool. Beide poolgebieden zijn erg koud, er valt veel sneeuw, er ligt ijs en het is er ’s winters pikkedonker. Toch zijn er ook grote verschillen tussen het Arctische gebied en Antarctica. 
 
Oceaan versus continent 
Het noordpoolgebied is een oceaan (de Arctische Oceaan) omringd door continenten, terwijl Antarctica juist een continent is omringd door een oceaan (de Antarctische Oceaan). De Arctische Oceaan is een echte oceaan, met een diepte tot wel vier kilometer. De Antarctische Oceaan bestaat uit al het water rond Antarctica 
 
Zee-ijs versus landijs 
Het ijs dat het noordpoolgebied bedekt is voornamelijk zee-ijs, bevroren zeewater van enkele meters dik, dat op de Arctische Oceaan drijft.
In de Groenlandse IJskap ligt landijs opgeslagen. Deze is een stuk kleiner dan de Antarctische ijskap. Het ijs in het Zuidpoolgebied is veelal landijs, vele kilometers dik, dat op een continent rust en dit vrijwel geheel bedekt, met her en der bergruggen en zelfs vulkanen die door de dikke ijskap steken 
 
Landschap van zee-ijs en smeltwater in de Arctische Oceaan.
 
De vulkaan Mount Discovery in Antarctica.
 
IJskoud versus allerkoudst 
Antarctica is veel kouder dan het noordpoolgebied, met temperaturen die bovenop de kilometers hoge ijskap in de donkere winter tot wel -90°C kunnen dalen. Vanwege de intense kou is bovenop de ijskap van Antarctica nauwelijks leven te vinden; al het leven, van korstmossen tot pinguïns, bevindt zich langs de kust, in de nabijheid van voedsel in de Antarctische Oceaan. In het noordpoolgebied leven daarentegen allerlei landzoogdieren, zoals rendieren, vossen, wolven, en ijsberen.
 
Bewoond versus onbewoond 
Een ander belangrijk verschil tussen beide poolgebieden is dat in het noordpoolgebied ongeveer vier miljoen mensen leven, waaronder inheemse volken (Inuit), die volledig zijn aangepast aan het leven in barre omstandigheden. Op Antarctica verblijven, naast de korte bezoeken door toeristen, alleen wetenschappers, die vanuit een aantal bases wetenschappelijk onderzoek uitvoeren: naar de invloed van het veranderende klimaat, naar het afsmelten van de Antarctische ijskap en de invloed daarvan op het mondiale zeeniveau. 
 
IJsberen versus pinguïns 
IJsberen en pinguïns zijn kenmerkende bewoners van de koude poolgebieden. Toch zullen ze elkaar nooit tegenkomen. De ijsbeer komt alleen in
het noordpoolgebied voor, terwijl pinguïns voornamelijk op het zuidelijk halfrond leven. Hoewel pinguïns vooral bekend zijn van Antarctica, zijn zij in tegenstelling tot ijsberen niet persé aan ijs of koude gebieden gebonden. Er zijn ook pinguïnsoorten die in het gebied wel economische en militaire activiteiten plaatsvinden. In de Noordelijke IJszee vormt het VN-Zeerechtverdrag hiervoor de basis. Antarctica valt sinds 1959 onder de werking van het Antarcticaverdrag. Op basis van dit verdrag worden territoriale claims in het gebied niet erkend, zijn militaire activiteiten en mijnbouw verboden, en is Antarctica een natuurreservaat waar in beperkte mate toerisme en onderzoek mogen plaatsvinden.
 
Kaart van het noordpoolgebied
 
Kaart van het zuidpoolgebied
 
      Bron: KNMI specials 05, Wat gebeurt er nu het ijs in het noordpool gebied smel  
 
    Categorieën: Klimaat  I Weer A tot Z
 
 
Web Design