Thermiekhoogte onzekerheid
 
  Thermiekhoogte onzekerheid (Thermal Height Uncertainty, bltopvariab)  
De onzekerheid/veranderlijkheid van de “Hoogte van de grenslaag AMSL” die uit meteorologische variaties kan voortvloeien in meters. Deze parameter geeft aan hoeveel hoger de “Hoogte van de grenslaag AMSL” is, als de werkelijke temperatuur op de grond 2,2 graden Celcius hoger is dan voorspeld. Des te onstabieler de atmosferische gelaagdheid is, des te sterker kleine temperatuursveranderingen op de grond kunnen leiden tot grote schommelingen in de maximale thermiekhoogte (zie “Hoogte van de grenslaag AMSL”). Hoge waarden wijzen op betere thermiek dan voorspeld over lokale “hot spots” of kleinschalige topografie die niet is opgenomen in het model. De waarden tonen ook het effect van mogelijke temperatuurvoorspellingsfouten op andere parameters. Hoge waarden wijzen op een grotere foutgevoeligheid in de voorspelde oppervlaktetemperatuur waardoor het waarschijnlijker is dat de werkelijke condities sterker afwijken van de voorspellingen. Lage waarden worden vaak veroorzaakt door de aanwezigheid van een stabiele atmosferische (inversie) laag die de thermische activiteit beperkt. Opgemerkt moet worden dat bij deze parameter alleen met kennis over de relatieve verschillen een nauwkeurige uitspraak kan worden gedaan over de voorspelling. Door eerst door observatie over langere tijd voor een bepaalde regio de “typische” variabiliteit van thermiekhoogten in de voorspelling te bepalen kan later worden nagegaan of de voorspelling voor een bepaalde dag meer of minder onzeker is dan gebruikelijk.
Bron: Blipmaps
 
 
 
web design florida