Hoogte van de grenslaag

 
 
Hoogte van de grenslaag AMSL (Height of Boundary Layer Top, hbl)
De hoogte van de grenslaag boven zeeniveau in meters. Dit is de bovengrens van de luchtlaag die wordt gemengd door thermiek of (verticale) windschering.
Deze parameter wordt ook de “Thermiekhoogte zonder eigen dalen AMSL” genoemd. Het model berekent deze hoogte door met blauwe thermiek,
dus zonder wolken en de daarmee verbonden condensatieprocessen. Deze hoogte is daarom die hoogte tot waar een thermiekbel onder de lokaal
heersende atmosferische omstandigheden droogadiabatisch kan opstijgen. Voor de thermische convectie is dit de gemiddelde bovenkant van een droge thermiekbel. Thermiekvliegers kunnen deze maximum hoogte van de grenslaag als gevolg van het eigen dalen niet volledig gebruiken.
De droge thermiekhoogte zal daarom in de praktijk lager zijn (zie “Bruikbare (droge) thermiekhoogte”). Als er zich cumulus wolken vormen dan zal in
de praktijk de thermiekhoogte hoger zijn. Door de condensatieprocessen komt dan energie vrij waardoor thermiekbellen verder kunnen stijgen, het zogenaamde zuigeffect van wolken. De thermiekhoogte wordt in dit geval beperkt door de hoogte van de wolkenbasis (zie “Wolk parameters”).
Net zoals “Warmte-overdracht bodem/lucht” bepaalt de “Hoogte van de grenslaag” in belangrijke mate de “Thermieksterkte zonder eigen dalen”.
Opgemerkt moet worden dat “Hoogte van de grenslaag AMSL” niet de hoogte is waar de “Thermiek Index” (TI) nul is. Deze “Thermiek Index” (TI),
gebaseerd op vele eenvoudige criteria, wordt ookwel gebruikt voor de hoogte van de grenslaag. In plaats hiervan gebruikt het BLIPMAP model meer verfijndere criteria voor de hoogte van de grenslaag gebaseerd op zogenaamde turbulente fluxes. Tenslotte geldt dat wanneer de grenslaagmenging het gevolg is van scheringsturbulentie, door sterke hoogtewinden, deze parameter niet bruikbaar is voor thermiekvliegers.
 
Bron: Blipmaps
 
 
 
 
web design florida