Geschiedenis van het weer en historische tijdlijn van de meteorologie
 
De ontwikkeling van de meteorologie heeft een lange geschiedenis, hier onder volgen de belangrijkste gebeurtenissen die zich tot heden hebben plaats gevonden. Niet alleen de historische feiten binnen ons eigen land, ook de feiten buiten Nederland zijn dikwijls belangrijk geweest voor het ontstaan en de vooruitgang van de meteorologie in Nederland en België.
 
140000 v.chr    Nederland is tijdens zeker twee ijstijden gedeeltelijk met ijs bedekt geweest. Dat heeft grote gevolgen gehad voor het landschap. Vooral van de voorlaatste ijstijd (het Saalien) is nog veel te terug te vinden in het relief van Nederland. Het ijs van de Scandinavische ijskap lag toen tot aan de lijn Nijmegen-Amsterdam

Tijdens de laatste ijstijd kwam het landijs niet verder dan Denemarken en Noord Duitsland. Wel was
het klimaat in de stadialen erg koud, het grootste deel van de laatste ijstijd groeiden er geen bomen in Nederland. In de extreem koude periode van 21000 tot 18000 jaar geleden was er poolwoestijn waarin de wind vrij spel had. Kort daarna volgde een nieuwe IJstijd die 100.000 jaar duurde. 
 
         
2500 v.chr    Het oude Egypte was een ideale bakermat van beschaving. Het weer was er warm en zonnig en de
Nijl leverde voldoende water voor de bevloeiing. Dit betekende echter dat de Egyptische samenleving voor haar welvaart vrijwel geheel van deze rivier afhankelijk was. De Egyptenaren probeerden de
bewegingen van de sterren te gebruiken als leidraad voor het jaarlijkse stijgen en dalen van de rivier
en van de duur van de periodieke overstromingen die hij teweegbracht. Deze afhankelijkheid van de
Nijl en de hemellichamen kwam tot uitdrukking in twee machtige goden: Ra (of Re) en Osiris.
De Egyptenaren geloofden dat de zonnegod Ra de bewegingen van de hemellichamen beheerste,
door iedere dag in zijn zonneboot langs de hemel te reizen en 's nachts naar de onderwereld terug te keren. Osiris werd gezien als zowel de heerser van de doden als de bron van vruchtbaarheid voor de levenden. Hij regelde het ontkiemen van gewassen en de jaarlijkse overstromingen van de Nijl.   
 
         
2100 - 610 v.chr   Op dit Assyrische kleitablet uit de 7de eeuw voor Christus wordt gewaarschuwd voor zware regens en overstromingen.    De oppergod van Babylonië dat in het zuiden van Mesopotamië de grootste bloei bereikte,
was Mardoek. Aanvankelijk was hij alleen de god van het onweer, maar later ook van de gehele atmosfeer. Een van oudste en goed bewaarde tabletten is het zogenaamde Venus-tablet van Ammisaduqa, dat beschreven werd onder de heerschappij van koning Ammisaduqa van Babylon, ergens tussen 1646 en 1626 v.Chr.
Het tablet bevat de volgende tekst: "In maand 11, de 15e dag, verdween Venus in het Westen.
Drie dagen lang bleef zij weg, en toen op de 18e dag werd zij weer zichtbaar in het Oosten.
Bronnen zullen zich openen en Adad zal zijn regen brengen en Ea zijn vloedstromen.
Boodschappen van verzoening zal worden verzonden van koning tot koning...".  
 
         
1300 v.chr  In China zouden ten tijde van de Yin-dinastie al metingen zijn verricht van neerslag en wind.   
         
668 - 626 v.chr    Sommige volkeren, in het bijzonder de Babyloniërs, probeerden veranderingen op korte termijn in het weer te voorspellen. Hun voorspellingen waren gebaseerd op astronomische waarnemingen, op de uiterlijke kenmerken van wolken en op optische verschijnselen aan de hemel zoals Halo's.

Eén van de voorspellingen die zijn vastgelegd in de bibliotheek van kleitabletten van de Assyrische koning Assurbinal luidt: 'Als de maan in een donkere kring is, zal de maand regen brengen of pakken zich wolken samen ...'Dit was het begin van de volksweerkunde die de grondslag zou vormen voor de latere voorspellingen. 
 
         
384 - 322 v.chr    Het woord meteorologie is afkomstig uit het boek Meteorologica geschreven door door Aristoteles.
Aristoteles combineerde hierin waarnemingen met speculaties over de oorzaken van verschijnselen
aan het firmament. Het Griekse woord meteoron refereert aan zaken hoog in de lucht, dat is, tussen
de aarde en de sterren. Logos betekent studie.

Aristoteles oordeelde dat er vier fundamentele functies zijn: warmte, koude, droogte en vochtigheid en onder invloed van die functies worden vier elementen gevormd: lucht, vuur, aarde en water. 
 
         
300 v.chr    Omstreeks 300 voor Christus hadden Chinese astronomen een kalender ontwikkeld waarin het jaar
was onderverdeeld in 24 'feesten', die gekoppeld waren aan het weer in elk van die perioden.
Het oudste meteorologisch instrument is waarschijnlijk de regenmeter 
 
         
372 - 282 v.chr  De vier elementen van Empedocles (aarde, water, lucht en vuur) afgebeeld in Lucretius.   Het werk van Aristoteles wordt voortgezet door zijn leerling Theophrastus. In zijn boek Over voortekenen van het weer geeft hij ongeveer 80 verschillende voortekenen van regen, 50 van stormen, 45 van winden en 24 van mooi weer.

Sommige waren opmerkelijk betrouwbaar, zoals 'Als het mist, is er weinig of geen regen'. Andere voortekenen hadden echter geen enkele wetenschappelijke basis. De pogingen die Theophrastus in zijn andere werken om wolken en weer in verband te brengen met de richting van de wind waren in het algemeen juist en gestoeld op objectieve waarnemingen.  
 
         
23 - 77     Ook de Romeinen werden sterk beïnvloed door Aristoteles. De Romeinse schrijver Plinius de Oudere stelde een Historia Naturalis samen, een monumentale encyclopedie van 37 boeken waarin de werken van ongeveer 2000 Romeinse en Griekse schrijvers waren verenigd, samen met waarnemingen en bijgeloof uit Egypte en Babylonië. Boek 2 handelde over volgende onderwerpen: Kosmologie, astronomie, meteorologie, vulkanologie, geologie.  
         
100    Hero van Alexandrië vond allerlei apparaten uit die werkte op lucht-, stoom- of waterdruk. Een van die apparaten was een stoommachine genaamd aeolipile. Dit apparaat werkt door in een luchtdichte kamer lucht op te waren en dit te laten ronddraaien door de warme lucht te laten ontsnappen via buisjes(zie plaatje hiernaast). De naam is afgeleid van de Griekse god Aeolos. Het is een vroeg voorbeeld van de latere derde wet van Newton: actie=reactie, dit is eigenlijk een vroeg voorbeeld van een stoommachine en een voorloper van de straalmotor en raket.    
         
1185    De Spaanse astronoom Johannes van Toledo voorspelde dat in september van het komende jaar alle planeten bij elkaar zouden staan, hetgeen stormen, hongersnood en andere rampen zou veroorzaken. Hoewel niets daarvan waarheid werd, bleef de astrometeorologie nog tot in de achttiende eeuw een bloeiende activiteit. Almanakken waren in de zeventiende en achttiende eeuw erg populair in Europa en Noord-Amerika. Zij bevatten vaak weersvoorspellingen en raadgevingen voor boeren, en ook informatie over astronomische gebeurtenissen en religieuze feestdagen.   
         
1452 -1519   De dagboeken van Leonardo da Vinci (1452-1519) bevatten ontelbare studies van weersverschijnselen en ontwerpen voor weerkundige instrumenten, zoals de hygrometer.  Dit instrument meet het vochtgehalte van de lucht op het moment dat de meting wordt genomen. Een huishoudelijke naam, die al in Leonardo's dag bestaat, bestaat uit twee schalen waar één schaal een hygroscopische stof bevat(spons, katoenwol), en in de andere schaal was. (Was absorbeert geen water.)
Bij droge weersomstandigheden markeert de weegschaal nul.
Aangezien het vocht in de lucht toeneemt en het gewicht van de hygroscopische stof daardoor stijgt, wijst de schaal naar de pan waar de hygroscopische stof is.
 
         
1500    Tot aan de 16e eeuw kregen windrichtingen Latijnse namen: Septentrionalis (noord), Orientalis (oost), Meridonalis (zuid) en Occidentalis (west). De namen zijn nog onder meer te vinden op het Sint Pietersplein in Rome. Rond 1600 begon men de wind aan te tekenen in scheepsjournalen.   
         
1540 Dit jaar staat bekend als het Grote Zonnejaar. Grote delen van West- en Midden-Europa kenden een half jaar lang een
mediterraan klimaat.
 
         
1543    De Pool Nicolaus Copernicus wijdde zich aan het einde van zijn leven als kanunnik aan de studie van de antieke sterrenkundigen. Zijn hoofdwerk, De revolutionibus orbium coelestium, Over de omwentelingen van de hemelse sferen verscheen in 1543, het jaar van zijn dood. Terwijl alle geleerden tot dan toe de aarde als het vaste middelpunt van het heelal hadden gezien waar zon, maan, sterren en planeten omheen draaien, het zogenaamde geocentrische model, stelde Copernicus dat de zon het middelpunt van het heelal is. De aarde en planeten bewegen om de zon. Alleen de maan draait om de aarde. Bovendien wordt de afwisseling van dag en nacht niet veroorzaakt door de omwenteling van de hemel, maar van de aarde zelf. Dit wordt het heliocentrische model genoemd, naar het Griekse woord helios, zon.   
         
1546 Gerardus Mercator ontdekt de magnetische polen op aarde.  
         
1593    Hoewel de Galileo-thermometer wel vernoemd is naar Galileo Galilei, heeft hij hem zelf niet
uitgevonden. Galilei heeft echter wel het principe ontdekt, waarop deze thermometer gebaseerd is.
Dit principe is het feit dat de dichtheid van een vloeistof verandert in verhouding tot de temperatuur.
Op basis van dit principe bedacht Galilei de 'thermoscoop'.

Bij veranderende temperatuur verandert ook de dichtheid van de vloeistof, waardoor de glasbelletjes
met hun eigen karakteristieke dichtheid omhoog of omlaag gestuwd worden. Dit is volgens de wet van Archimedes omdat voorwerpen met een lagere massadichtheid omhoog gaan zweven en die met een hogere zinken.
 
         
1611    Marco Antonio de Dominis publiceerde in 1611 in Venetië een wetenschappelijk werk getiteld:
Tractatus de radis visus et lucis in vitris, perspectivis et iride, waarin volgens Isaac Newton eerste wet was om de theorie van de regenboog te ontwikkelen, door aandacht te vestigen op Het feit dat in elk regendruppel het licht twee refracties en een tussentijdse reflectie ondergaat. Zijn aanspraak op dat onderscheid wordt echter betwist voor Descartes.
 
         
1620 Als experiment worden in Nederland de eerste weerkundige waarnemingen gedaan door werktuigbouwkundige Cornelis Drebbel
en astronoom Beeckman. Beeckman hield een dagboek bij in Zierikzee die nooit werd teruggevonden. Jan Baptista van Helmont gebruikt voor het eerst het woord "gas".
 
         
1632 John Ray ontwerpt een waterthermometer.  
         
1643   In 1643 deed Torricelli als eerste de bekende kwikbuisproef, al had zijn opstelling nog geen schaalverdeling en was het dan ook niet echt een barometer. Het besef van de weersvoorspellende waarde ervan kwam pas na zijn dood. Torricelli vulde een dunne buis van een meter lengte in zijn
geheel met kwik en zette de buis op zijn kop in een bakje met kwik. Het kwik zakte voor een deel uit de buis, maar een kolom van circa 76 cm bleef in de buis staan. De hoogte van deze kwikkolom varieerde een beetje met de weersomstandigheden. Als de kolom wat zakte kwam er meestal regen en storm.
Bij stralend rustig weer stond de kolom hoog. Torricelli trok hieruit de gevolgtrekking dat de druk die het gewicht van het kwik in de kolom op het kwik in het bakje uitoefende gelijk moest zijn aan de druk die de luchtkolom van de atmosfeer er op uitoefende.
 
         
1648   Pascal toonde proefondervindelijk aan dat de luchtdruk op verschillende hoogten verschilt (door de hoogte van kwik in een buis op verschillende hoogten te meten). Hoe lager de meting werd uitgevoerd, hoe hoger het kwik in de buis steeg, dus hoe hoger ook de luchtdruk moest zijn op dat niveau en omgekeerd. Daarmee werd tevens vastgesteld dat de atmosfeer eindig is: de luchtdruk is het grootst net boven de grond (zeeniveau); deze moet gelijk zijn aan het gewicht van de totale luchtkolom boven een oppervlakte-eenheid.  
         
1654 - 1667   In 1654 richtte Ferdinand II ook het eerste meetnet voor weerkundige waarnemingen op. Waarnemingsstations over heel Europa werden uitgerust met gestandardiseerde weerkundige instrumenten voor het meten van onder andere luchtdruk, windrichting, temperatuur, vochtigheid.
Deze metingen werden naar de academie gezonden, om daar met elkaar te worden vergeleken.
Het meetnet hield op te bestaan nadat de academie in 1667 werd gesloten. 
 
         
1654   De Maagdenburger halve bollen zijn twee losse halve bollen van sterk materiaal die tegen elkaar aan worden gehouden, waarna de ruimte binnen de zo ontstane bol vacuüm wordt gezogen. Door de luchtdruk op het buitenoppervlak blijven de halve bollen tegen elkaar aangedrukt. Deze proef werd door Otto von Guericke, de toenmalige burgemeester van het Duitse Maagdenburg, in 1654 voor het eerst uitgevoerd. Zestien paarden waren niet in staat de twee bolhelften met een diameter van circa
50 cm van elkaar te scheiden. De kracht die overwonnen had moeten worden, bedroeg dan ook ruim
20.000 N, wat gelijk is aan het gewicht van een massa van 2 ton. Von Guericke demonstreerde zodoende de grootte van de luchtdruk op grondniveau, die het gevolg is van het gewicht van de aardatmosfeer. Von Guericke heeft zich ontwikkeld tot de grondlegger van de vacuümtechniek.
 
         
1655 De eerste gesloten thermometer wordt vervaardigd door Boyle. Als vulvloeistof wordt ethylalcohol
(het gewone alcohol uit dranken) gebruikt.
 
         
1659 Bouillon vervaardigt in dit jaar de eerste kwikthermometer. Bij dit type was net zoals bij het type van Galillei (1592) het capillair
aan de bovenzijde open.
 
         
1663 Robert Boyle bedenkt de naam barometer. In 1662 ontwerpt hij zijn beroemde gaswet, de wet voor ideale gassen: de relatie
tussen druk en volume.
 
         
1665   Isaac Newton ontwikkelt zijn theorie over het lichtspectrum. In 1665 plaatste hij voor het eerst een glazen prisma in de lichtbundel en zag hij vervolgens de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw,
indigo en violet op zijn muur verschijnen. Newton noemde de kleurenband op zijn muur spectrum,
een woord uit het Latijn dat ‘(geestes)verschijning’ betekent. Ook toonde hij aan dat met een tweede prisma de kleuren van de regenboog weer tot wit licht samengevoegd kunnen worden.
 
         
1670   De Vlaamse Jezuïet Ferdinand Verbiest (1623-1688) bouwt een thermoscoop in Beijing en hij schenkt deze voorloper van de thermometer aan keizer K’ang-si. Verbiest’s werk “Astronomia Europea” wordt
in 1687 in het Duitse Dillingen uitgegeven. In het hoofdstuk over meteorologie worden Verbiest’s tekeningen van de door hem gebouwde hygroscoop en thermoscoop gepubliceerd.
 
         
1686   Edmund Halley ontdekt en beschrijft voor het eerst de relatie tussen de luchtdruk en hoogte boven zeeniveau. Ook ziet hij als eerste de verbanden tussen passaatwinden en moessons (het algehele windpatroon). Op de eerste meteorologische kaart staat een overzicht van de richtingen van de passaatwinden en moessons. Hij schrijft de circulatie van heersende winden toe aan de opwarming door de zon en de draaiing van de aarde, waardoor ze er algemene oostelijke wind staat. Als de zon ondergaat, draait de lucht van richting om een evenwicht te bereiken. Hij beweert dat de effecten van continenten (en andere landmassa's) en breedtegraden bemoeilijken maar de basisprincipes niet in gevaar brengt. Op de kaart tonen rijen korte lijnen de gang van de wind; De scherpe uiteinden van die lijnen wijzen op windbronnen. Waar winden heen en weer gaan, met name in het moessonachtige gebied van de Indische Oceaan, zijn de lijnen dikker dan elders en wijzen beide manieren aan.  
         
1697 De Leidse filosoof Wolfert Senguerd begint met het dagelijks noteren van de standen van verschillende barometers en thermometers.  
         
1703 De Luikenaar Laurent Gobart (1658-1750) publiceert zijn "Tractatus philosophicus de barométro" in 1703 te Amsterdam.  
         
1705 - 1734   Op 19 december 1705 begon Cruquius enkele keren per dag met aflezingen van temperatuur, luchtdruk, vocht en neerslag. Hij maakte gebruik van primitieve instrumenten, zoals een opvangbak
voor de regen en een luchtthermometer. Dit instrument bestond uit een afgesloten U-vormige buis, waarvan een uiteinde uitmondde in een met lucht gevulde bol. Bij verwarming zette de lucht uit en werd de vloeistof in de buis omlaag gedrukt. Cruquius bedacht een eigen schaalverdeling, omdat er nog geen universele thermometerschaal bestond. Vanaf 1727 vermeldde hij de temperatuur in graden
Fahrenheit.Hij onderhield nauwe contacten met een Engelse meteorologische organisatie, die voorschreef hoe de metingen moesten worden gedaan. Zodoende is bekend hoe Cruquius heeft gemeten en kon het KNMI zijn temperatuurreeks van 1706 tot 1734 reconstrueren. .
 
         
1709 Voor zover we weten (KMI), wordt de eerste meteorologische waarneming met een instrument in België genoteerd tijdens de
zeer koude winter van 1708-1709:

"De koude startte gevoeld te worden de dag voor Driekoningen ... De Maas vroor dicht tot een diepte van 5 (Parijse) voet (of 1,62 m). De Réaumur thermometer toonde 15 en een kwart graad (dit is -19°C)."


Het is niet helemaal duidelijk of dit wel een echte waarneming was of eerder een schatting die later gedaan werd ter vergelijking met andere koude winters uit de 18de eeuw.
 
         
1721 - 1722 Tijdens zijn reis met het schip de "Sint Pieter" van de Oostendse Compagnie, onderweg naar de kust van Coromandel, Goa en Soerat in Indië, meet de Gentse scheepsalmoezenier, Michael De Febure, geregeld de temperatuur op zee.
Deze unieke metingen worden spijtig genoeg niet met een gedefinieerde schaal uitgevoerd.
 
         
1709 - 1724   Fahrenheit temperatuurschaal is bedacht door Gabriel Fahrenheit. Zijn schaal gebaseerd op drie referentiepunten. (0° F) Het nulpunt werd verkregen door de thermometer in een mengsel van ijs,
water en ammoniumchloride en keukenzout te plaatsen. (32 °F) vond hij door de thermometer in zuiver water te plaatsen waarop ijsvorming plaatsvond (het vriespunt van water). (96 °F) werd bepaald door
de lichaamstemperatuur van een gezond persoon, gemeten in de mond of onder de oksel.Het verschil tussen het smeltpunt van ijs (32 °F) en de lichaamstemperatuur (96 °F) bedroeg 64 graden, wat hem toeliet zijn schaal op zijn instrumenten aan te brengen door het interval 6 keer in tweeën te delen. Water kookt op 212 °F. Fahrenheit ontdekt onderkoeld water, de vloeibare vorm van water bij een temperatuur beneden het vriespunt, het verschijnsel dat op het aardoppervlak ook ijzel veroorzaakt.
 
         
1735   Een Hadleycel (genoemd naar George Hadley, die de cellen voor het eerst beschreef) is een atmosferische circulatiecel in de tropen, die vanaf de thermische evenaar tot 30 graden naar het noorden of zuiden loopt. De windrichting aan het oppervlak (de passaat) is naar de evenaar toe
gericht. Aan de evenaar stijgt warme, natte lucht op tot de tropopauze waar het richting de polen
begint te stromen. Rond de 30e breedtegraad daalt de afgekoelde lucht weer, waardoor hier meestal een hogedrukgebied ligt. De lucht zal daarna weer in de vorm van een passaat naar de evenaar stromen, waarmee de cirkel compleet is. In schematische tekeningen zijn er twee Hadleycellen,
één vanaf de evenaar naar het noorden en één vanaf de evenaar naar het zuiden.
 
         
1736 - 1783 De Luikse arts Jean Motte (1719-1791) – men noemde hem ook Fallize of Falisse -, staat bekend als de allereerste persoon in België die meteorologische waarnemingen doet. Van al de meteorologische waarnemingen die hij in de periode van 1736 tot 1783 uitvoert, zijn er slechts enkele extreme waarden voor de temperatuur en de atmosferische druk, bewaard gebleven.  
         
1742   Celsius is een temperatuurschaal vernoemd naar de Zweedse astronoom Anders Celsius (1701-1744), die deze schaal voor het eerst voorstelde in 1742. De Celsiusschaal is gedefinieerd met de volgende twee ijkpunten bij een luchtdruk van 1 bar.:
De temperatuur waarbij water bevriest is gedefinieerd als 0°C (0 graden Celsius).
De temperatuur waarbij water kookt s gedefinieerd als 100°C.
Het bereik hiertussen wordt verdeeld in 100 gelijke delen.
Oorspronkelijk had Celsius voor ogen dat het vriespunt van water bij 100° zou liggen
en het kookpunt bij 0°.
 
         
1745  In 1745 werd de schaal omgedraaid door de Zweedse natuuronderzoeker Carolus Linnaeus en deze schaal is nu bekend als
de Celsiusschaal
 
         
1752   Benjamin Franklin (1706-1790), is vooral bekend door de experimenten waarmee hij liet zien dat bliksem een elektrische ontlading is. In 1752 liet hij tijdens een onweer aan een metalen draad een vlieger op. Onderaan de draad bevond zich een sleutel, die onder stroom kwam te staan toen de bliksem op de vlieger sloeg. Het was een wonder dat Franklin het experiment overleefde. Enkele jaren eerder had Franklin bedacht dat een lange, dunne, metalen staaf die op een dak stond en was verbonden met een draad die buiten het gebouw in grond verdween, de elektriciteit van de bliksem
veilig naar de aarde zou kunnen leiden. Deze uitvinding, die in 1753 werd gepresenteerd en bliksemafleider werd genoemd, werd al snel een standaardvoorziening op gebouwen in de Verenigde Staten en Europa.
 
         
1756 William Cullen ontdekt dat door verdamping lucht afkoelt.  
         
1763 Het is Jean-Baptiste Chevalier (1722-1801), een Portugese astronoom, die meestal beschouwd wordt als de eerste persoon die in België meteorologische waarnemingen verrichtte. Hij kon zich in het paleis van de Hertog van Arenberg (het huidige Egmont Paleis) vestigen. Waarschijnlijk deed hij zijn meteorologische waarnemingen in de tuin van het paleis. De jaarlijkse extremen van deze metingen worden gepubliceerd in het Deel I van de “Mémoires” van de Brusselse Académie.  
         
1766 De landbouw-meteoroloog of agro-meteoroloog en boomkenner (dendroloog) Eugène d’Olmen, baron de Poederlé (1742-1813) begint in 1766 met weerkundige waarnemingen in Brussel en in Saintes. Hij publiceert deze waarnemingen regelmatig in verschillende tijdschriften en kranten. De Koninklijke Bibliotheek "Albertina" is in het bezit van een handschrift dat aan Baron de Poederlé toegeschreven wordt. Het bevat de dagelijkse meteorologische waarnemingen van januari 1785 tot en met
december 1787.
 
         
1767  Een arts uit Verviers, Guillaume-Lambert Godart (1717-1794), begint op 1 januari 1767 met een reeks van dagelijkse meteorologische waarnemingen. Deze lange reekseindigt slechts kort voor zijn dood in februari 1794. Hij neemt ’s morgens de temperatuur, luchtdruk, windrichting en weertype waar. Dit is de enige gekende langdurige waarnemingsreeks van dagelijkse klimatologische gegevens, vóór Quetelet’s waarnemingsreeks in de 19de eeuw. De reeks wordt gebruikt bij het samenstellen van de "Central Belgian Temperatuur (CBT)" tijdreeks.  
         
1780 De eerste hoogtewaarneming was op een bergstation.  
         
1780 Horace de Saussure maakte de lijst van belangrijke meteorologische instrumenten volledig met de uitvinding van de hygrometer, die de luchtvochtigheid meet. Hij stelde vast dat een menselijk haar dat gekookt was in soda de vochtigheid goed aangaf. Zorgvuldig bewerkt haar wordt nog steeds gebruikt in hygrometers.  
         
1780 - 1795 De Palatijnse Elector, of keurvorst van de Palts, Karl Theodor (1724-1799) sticht te Mannheim de “Societas meteorologica palatina”. Het doel van deze vereniging is om dagelijks overal ter wereld, op exact hetzelfde ogenblik, meteorologische waarnemingen uit te voeren met dezelfde instrumenten die door de organisatie zelf gebouwd werden. De leiding van het project komt in handen van Johann Jacob Hemmer (1733-1790). De resultaten van de waarnemingen worden gepubliceerd in de twaalfdelige reeks van de “Ephemerides Societatis meteorologicae palatinae, Manheimi, 1783-1795”.

Op 19 februari 1781 stelt de Palatijnse meteorologische Maatschappij voor om samen te werken met de Brusselse Academie. Deze laatste ontvangt de nodige instrumenten pas tijdens de zomer van 1782. Het project stopt definitief in 1795 wanneer de Franse revolutionaire troepen Mannheim belegeren en het kasteel van de Elector verwoesten.
 
         
1784 Het verband tussen temperatuur en hoogte wordt ontdekt. Als men hoger in de bergen komt dan daalt de temperatuur
met 6°C per 1000 meter.
 
         
1789 De Brusselse Academie stopt haar activiteiten ten gevolge van de woelige politieke toestanden in onze gewesten:
de Franse revolutie in 1789, de Brabantse Omwenteling in 1789 en 1790, de Eerste Oostenrijkse Restauratie in 1790, de Eerste Franse inval in 1792, de Tweede Oostenrijkse Restauratie in 1793 en de Tweede Franse inval in 1794.
Pas in 1816, onder Koning Willem I der Nederlanden, worden de bezigheden hernomen.
 
         
1790   Tegen het einde van de 18e eeuw ontwierp de Engelsman Alexander Dalrymple, hydrograaf bij de Engelse ‘East India Company’, een windkrachtschaal met 13 schaaldelen(0–12) voor maritiem gebruik in navolging van een molenschaal, ontworpen door de Engelse ingenieur John Smeaton.  
         
1794 De Commissie van gewichten en metingen, opgericht door “l’Assemblé Français”, besliste in 1794 dat de thermometrische graad 1/100 zou zijn van de afstand tussen het ijspunt en stomend water (waarbij het woord centigraad ontstond). In October 1948
kende de “IX Conference of Weights and Measures” de Celsiusgraad toe aan deze eenheid. De thermometer van Celsius zou slechts weinig gebruikt zijn als de Franse Revolutie de wereld het metrieke systeem niet zou gegeven hebben en indien de Commissie van de Gewichten, door de Conventie in het leven geroepen, in 1794 niet zou beslist hebben dat de ‘thermische graad het honderdste deel van de afstand tussen ijs en kokend water’ moest zijn.
 
         
1800   Herschel is de ontdekker 1800 van het infrarood. Hij deed dat door met een thermometer de temperatuur te meten van het spectrum van licht dat door een prisma viel. Hij stelde vast, dat de temperatuur in het rode deel van het spectrum hoger lag dan in het blauwe deel. In het deel van het spectrum dat voorbij het rood lag mat hij nog een hogere temperatuur en hij concludeerde dat in dit deel van het spectrum er licht bestond dat niet voor het menselijk oog waarneembaar is.
De infrarood ruimtetelescoop Herschel, die ESA op 14 mei 2009 lanceerde, is naar William en
Caroline Herschel genaamd. Ook de William Herschel-telescoop die zich op het Canarische eiland
La Palma bevindt verwijst naar hem
 
         
1801   Ultraviolet (afgekort uv, ook wel ultraviolette straling, black light of uv-licht genoemd) is elektromagnetische straling net buiten het deel van het spectrum dat met het menselijk oog waarneembaar is. De golflengte van ultraviolette straling ligt tussen 10 en 400 nanometer, dus 'voorbij het violet', wat ook de letterlijke betekenis is van 'ultraviolet'. Doordat ultraviolet licht een kortere golflengte heeft dan zichtbaar licht, is het energierijker; het kan zelfs het ionisatiepotentiaal van organische moleculen bereiken en daarmee chemische reacties in gang zetten. Ultraviolette straling is in 1801 door Johann Wilhelm Ritter ontdekt toen hij met zilverchloride werkte. Ultraviolette straling laat zilverchloride snel van kleur veranderen.  
         
1802   Het was de Brit Luke Howard die aan de wieg stond van het eerste internationale classificeringssysteem. Hij publiceerde dit systeem in 1802. Hij werd geïnspireerd door Carolus Linnaeus’ classificatie van het dierenrijk. Howard gaf alle soorten wolken Latijnse namen.
Een combinatie van twee Latijnse namen gaven aan van welke klasse Zijn classificatie kende drie soorten wolken: krullende wolken (Cirrus), opgehoopte wolken (Cumulus) en verspreide wolken (Stratus). Een combinatie van deze eigenschappen kon dan weer nieuwe wolkensoorten vormen.
Zo bestond de Cirro-Cumulus uit losse en dunne wolkjes die zich zichtbaar bij elkaar bevinden.
Zie Wolkenatlas
 
         
1802   Een belangrijke doorbraak in de hygrometrie werd in 1802 gedaan door de Britse onderzoeker
John Dalton. Hij toonde aan dat de hoeveelheid waterdamp die nodig was om lucht te verzadigen
sterk afhing van de temperatuur. Dit leidde tot de begrippen dampdruk, verzadigingsdruk en relatieve vochtigheid. John Dalton toonde aan dat de hoeveelheid waterdamp die nodig was om lucht te verzadigen sterk afhing van de temperatuur. Dit leidde tot de begrippen dampdruk, verzadigingsdruk
en relatieve vochtigheid.
 
         
1806   Beaufort was marinecommandant van het fregat Woolwich van de Royal Navy. Hij maakte een indeling in 13 windsterkten, aan de hand van de zeilvoering van een fregat. Zijn schaal was gebaseerd op de kracht die de wind per oppervlakte-eenheid uitoefende, niet op de snelheid: hij keek naar het gedrag van zijn schip, niet naar de wind zelf. In 1838 stelde de Royal Navy de schaal van Beaufort verplicht voor de windkrachtaanduiding in het scheepsjournaal. De omschrijvingen van Beaufort varieerden van Geen vertier (0 Bft) tot Zeilen waaien uit de lijken (12 Bft). Daartussen lagen uitdrukkingen als Bovenbramzeilkoelte (5 Bft), Dubbelgereefde marszeilkoelte (7 Bft), Dichtgereefd grootmarszeil en gereefde fok (10 Bft).  
         
1807 Beaufort rondt zijn windschaal af. Schaalnummers 1 en 2 voegt hij samen zodat een 12 delige schaal ontstaat.
In dit jaar besluit hij ook om een beschrijving van de zeilvoering van een oorlogsfregat zeilend onder verschillende windomstandigheden toe te voegen.
 
         
1816 - 1820   Heinrich Wilhelm Brandes was een Duits hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Breslau en is bekend als de uitvinder van de eerste weerkaarten. Hij ontwikkelde tussen 1816 en 1820 het concept voor een reeks zogenaamde synoptische weerkaarten die hij baseerde op waarnemingen verricht door het meetnet van het Mannheim Genootschap. Hij schreef over het verband tussen luchtdruk verdeling en wind en zag kans aan de hand van kaarten vast te stellen dat stormen steeds in de buurt van lagedrukgebieden optraden.  De kaarten van Brandes lieten hoge- en lagedrukgebieden boven Europa zien, maar waren echter niet geschikt voor de weersverwachting. De kaarten konden echter de tot dan toe bestaande hypothese van ronddraaiende winden en convergentie in het centrum van een lagedrukgebied bevestigen.  
         
1826 Sinds dit jaar houdt het astronomisch observatorium in Brussel zich al eerste bezig met meteorologie in Europa (vermoedelijk
ook in de wereld). België hoorde toen nog bij Nederland.
 
         
1827 De Koninklijke Sterrenwacht van België wordt opgericht te Brussel door een Koninklijk Besluit van Willem I, de koning der Nederlanden (verhuist in 1890 naar Ukkel). De bouwwerken voor de Sterrenwacht vangen aan in 1827. Het duurde nog geruime
tijd vooraleer de Sterrenwacht met sterrenkundige instrumenten werd uitgerust. Zo komt het dat men zich eerst ging bezighouden met meteorologie, een wetenschap die toen nog op het programma van de meeste sterrenwachten stond.
 
         
1831   William Redfield ontdekt na de passage van een orkaan in New England dat de bomen in een verschillende richting zijn gevallen en suggereert dat de wind rond een lagedrukgebied tegen de wijzers van de klok in waait.  
         
1832 Door de Engelsman Samuel Morse werd de telegraaf uitgevonden. Deze werd al snel toegepast voor het onderling uitwisselen
van weergegevens, zodat men "stormen zag aankomen". In die tijd begon men de weergegevens in kaart te brengen.
 
         
1835   Gustave-Gaspard Coriolis beschreef de traagheidseffecten die worden waargenomen vanuit een roterend assenstelsel, en onderscheid zich in de middelpuntvliedende kracht, en de later naar hemzelf is vernoemd: de corioliskracht. Deze kracht wordt veroorzaakt door de draaiing van de aarde. Door de corioliskracht krijgt de stroming een afbuiging, afhankelijk van de plaats op aarde en van de windsnelheid: op het noordelijk halfrond is er een afbuiging naar rechts (kijkend met de wind mee),
die groter is naarmate de plaats waar men zich bevindt verder van de evenaar verwijderd is.
Verder geldt dat naarmate de windsnelheid hoger is, de lucht sterker afbuigt. In eerste, overigens zeer goede, benadering stelt zich een evenwicht in tussen de luchtdrukgradiëntkracht, die naar het lagedrukcentrum is gericht, en de corioliskracht, die precies de tegenovergestelde kant op wijst.
 
         
1838 Op 28 december wordt de windschaal van Beaufort officieel in Engeland ingevoerd bij de Engelse marine.  
         
1842   Het effect werd genoemd naar de Oostenrijkse natuurkundige Christian Doppler, die in 1842 dit verschijnsel voor zowel licht- als geluidsgolven beschreef. In 1845 werd het experimenteel getoetst
door de Nederlandse meteoroloog Christophorus Buys Ballot. Hij deed dat door een groep hoornisten bij Utrecht in een open spoorwagon met hoge snelheid langs een groep waarnemers te laten rijden. Tegenwoordig is een proefopstelling niet meer nodig om het dopplereffect bij geluid te constateren.
Wie auto’s snel voorbij hoort rijden, merkt dat de toonhoogte van het geluid van de auto's daalt op het moment dat ze voorbijrijden. Met de sirene van een politie- of brandweerauto is het effect nog duidelijker, doordat die sirene een vaste toonhoogte heeft.
 
         
1843   Eeuwenlang keken de vletterlieden en de vissers naar de lucht om het weer te voorspellen. Het was een beproefde methode voordat zij naar zee gingen. Door de oprichting van het weerkundig observatorium Den Helder in augustus 1843 op de dijk zou daar verandering in komen. Het bestond uit wat gebouwtjes en een toren die bekend werden als waarnemingsstation de Windwijzer. In 1860 werd er een rijkstelegraaf geïnstalleerd voor het onderling overseinen van de waarnemingen naar het KNMI de Bilt en de overige stations. Nu konden de inwoners op borden in de Ouwe Helder en langs de haven lezen wat voor weer het in Nederland was. In 1863 werd het systeem uitgebreid met een stormwaarschuwingssysteem. Sinds dat jaar hingen in alle havenplaatsen en vissersdorpen stormseinen als kegels, ballen en een rode lantaarn als er storm werd verwacht.  
         
1844   Samuel Morse ontving in Washington van het Congres 30.000 dollar voor de aanleg van een telegraaf tussen Washington en Baltimore. Op 27 mei 1844 werd het eerste bericht over deze lijn verzonden.
De telegraaf van Morse werd een succes. De uitvinding van de telegraaf brengt een doorbraak, doordat gegevens over grote afstanden nu snel vergelijkbaar werden en daardoor ook de synoptische weersverwachting mogelijk werd.
 
         
1844 Begin van de waarnemingen van de luchtelektriciteit. België was een van de eerste landen waar men zich officieel met
meteorologie bezighield. Quetelet was vrij vlug tot de bevinding gekomen dat de meteorologische en geofysische waarnemingen slechts zin hebben als zij gelijktijdig worden uitgevoerd op internationale schaal. Hij was dan ook een pionier op het gebied van
de nauwe samenwerking tussen de verschillende nationale meteorologische diensten.
 
         
1846   Robinson's windmeter is in 1846 uitgevonden door Ierse astronoom Thomas Romney Robinson
(1792-1882) van Armagh Observatory. Een anemometer is een instrument voor het meten van de windsnelheid, is een standaard instrumentn van elk weerstation. Dit ontwerp besteht vier halfronde bollen die elk zijn gemonteerd aan een einde van vier horizontale armen die onder gelijke hoeken van elkaar om een verticale as zijn gemonteerd. De lucht stroomt langs de bollen in een horizontale
richting en de bollen draaien met een snelheid die evenredig is met de windsnelheid.
De omwentelingen van de bollen worden geregistreerd door een stel wijzerplaten linksonder.
 
         
1848   Lord Kelvin (William Thomson) (1824-1907) een Engelse wetenschapper, stelde een andere schaalverdeling voor, die wel gebaseerd was op dezelfde principes als de Celsius thermometer,
met als vast nulpunt het equivalent van -273.15°C (de eenheden gebruikt op deze schaal worden
Kelvin [K] genoemd). Het vriespunt en het kookpunt werden op respectievelijk 273K en 373K geregistreerd. De schaal van Kelvin wordt meestal gebruikt in wetenschappelijk onderzoek.
 
         
1848 Op 1 december beginnen Buys Ballot en Krecke op het bolwerk Sonnenborgh een reeks van waarnemingen die onafgebroken
zou voortduren.
 
         
1849 Een meteorolgisch meetnet via telegraaftoestellen werd in 1849 in de Verenigde Staten opgezet door Joseph Henri (1797-1878). De metingen werden verzameld door vrijwilligers en in het Smithsonian Institution werd dagelijks een synoptische weerkaart uitgestald.  
         
1850 Buys Ballot begint met het tekenen van de eerste weerkaarten.  
         
1851 Het eerste Nederlandsch Meteorologisch Jaarboek verschijnt bij het KNMI met daarin jaar- en maandtabellen van waarnemingen op de Sonnenborgh te Utrecht en de andere stations in Nederland over de jaren 1849 en 1850, bewerkt door Krecke en Buys Ballot.  
         
1851 In dit jaar ook waarnemingen gemaakt in Utrecht, Leeuwarden, Groningen, Den Helder en verder op particuliere stations te Breda, Assen en Nijmegen.  
         
1852 Joule en Thomson bemerken dat een uitzettend gas energie kost en uiteindelijk voor afkoeling zorgt.  
         
1852 Buys Ballot doet op 19 juli aan de minister van Binnenlandse Zaken het voorstel om een Meteorologisch Instituut op te richten.  
         
1853 Minister Thorbecke brengt een persoonlijk bezoek aan Sonnenborgh in Utrecht. Hij raakt overtuigd van het feit dat een
Nederlands Meteorologisch Instituut een toekomst heeft. Hij verleent een krediet uit de staatskas van fl. 5000,-.
 
         
1853 - 1879   De Campbell-Stokes recorder, die in 1853 door John Francis Campbell werd uitgevonden en in 1879 werd verbeterd door Sir George Gabriel Stokes. Campbell maakte een instrument met een houten bak, waarop een glazenbol schroeiplekken achterliet. Stokes verbeterde het instrument door het van metaal te maken met een kaart achter de bol. Door de glazenbol brandt de volle zon gaatjes in de achter de bol zittende kaart. Bij zonsopgang en -ondergang is het echter moeilijk de kaart goed af te lezen, omdat de zon dan laag staat en meer een schroeiplek achterlaat, vooral bij het begin en het eind van de strook geeft dit problemen.  
         
1854   Het KNMI - het landelijk meteorologisch instituut - wordt bij Koninklijk besluit van Koning Willem III
op 31 januari opgericht. Stichter en eerste directeur (tot 1890) is Christophorus Henricus Didericus Buys Ballot. Tot 1 mei 1897 zetelt het KNMI in het bolwerk Sonnenborgh te Utrecht. In de loop van
dat jaar verhuist het naar "Het Klooster" aan de Wilhelminalaan in De Bilt. In dit gebouw, dan landhuis Koelenberg genaamd, huisde voorheen een strenge vrouwelijke benedictijnenorde. Een houten toren
die aan de villa was vastgebouwd, deed dienst als waarnemingscentrum. De houten constructie was nodig om verstoring van de magnetische instrumenten te voorkomen.
 
         
1854 In dit jaar wordt ook de windschaal van Beaufort in Nederland opgenomen in het scheepsmeteorologisch journaal
(ook wel Extract-Journaal genoemd). In de periode voor 1898 gaat men bij het KNMI niet verder dan windkracht 11.
Om 4 uur 's morgens, 12 uur 's middags en 20 uur 's avonds wordt "de meest heerschende windrichting en windkracht" genoteerd.
 
         
1856 Ferrel's publicatie beschrijft ook effecten in de atmosfeer die tegenwoordig corioliseffecten worden genoemd, waarmee de richting waarin de wind draait verklaard kan worden.  
         
1857   De Wet van Buys Ballot wordt voor het eerst gepubliceerd bij de Koninklijke Academie van Wetenschappen in Amsterdam:

Als men op het noordelijk halfrond op de grond staat en de wind in de rug heeft, heeft men de lage
druk links voor en de hoge druk rechts achter.

Op het zuidelijk halfrond ligt voor een waarnemer die
met de rug in de wind staat de lage druk rechts voor en de hoge druk links achter.
 
         
1862   Expedities met luchtballon bereikten een hoogtepunt met de onverschrokken Engelsen James Glaiser en Robert Coxwell. Zij maakten tussen 1862 en 1866 boven Engeland 28 vluchten en deden daarbij
vele metingen. Hun hoogste vlucht, in september 1862, kostte hen bijna het leven. Toen zij boven de 9.000 meter kwamen, raakte Glaisher als gevolg van zuurstofgebrek buiten bewustzijn.
Rond de 11.000 meter slaagde een verzwakte Coxwell erin de ballon weer te doen dalen, net voordat ook hij het bewustzijn zou verliezen. Kort daarna maakte de ontwikkeling van onbemande ballonnen
die instrumenten meevoerden zulke gewaagde avonturen overbodig.
 
         
1868   In 1868 werden tijdens de stormen op de Grote Meren in de Verenigde Staten meer dan 3000 schepen beschadigd of naar de bodem gejaagd en verloren ongeveer 530 mensen het leven. Dit leidde tot een wetsvoorstel in het Congres, dat in 1870 door president Ulysses S. Grant werd goedgekeurd, en voorzag in de oprichting van de eerste officiële weerdienst. Dit was de meteorologische afdeling van
de verbindingsdienst van het Amerikaanse leger, beter bekend als het Weerbureau
 
         
1873 De International Meteorological Organization (IMO) wordt opgericht om wereldwijd samen te werken op het gebied van weer en klimaat. In de Verenigde Staten wordt de eerste waarschuwing voor een tropische orkaan uitgegeven.  
         
1876 Jean Charles Houzeau wordt de nieuwe directeur van de Sterrenwacht te Brussel. Hij begon dadelijk plannen te maken voor het overbrengen van de Sterrenwacht van Sint-Joost-ten-Node naar Ukkel en om de sterrenkunde te scheiden van de meteorologie. Dankzij het feit dat de regering hem een belangrijk budget ter beschikking had gesteld, kon hij het personeel verviervoudigen en
de wetenschappelijke apparatuur volledig vernieuwen. Op 1 september wordt net eerste weerbulletin gemaakt, gebaseerd op de analyse van synoptische kaarten.
 
         
1879 Josef Stefan doet de empirische ontdekking van zijn stralingswet van Stefan.  
         
1883 Houzeau van de Sterrenwacht te Brussel biedt zijn ontslag aan als directeur van de Sterrenwacht. In zijn afscheidsbrief staat o.m.: 'Er bestaat in Europa geen enkele instelling waar zo gevarieerde studies, die in wezen dikwijls dan nog gans verschillend zijn, onder één bestuur zijn samengebracht. Hoe meer de tijd verliep, hoe minder ik mij bekwaam achtte al deze verschillende wetenschappen te kennen.' Houzeau wordt opgevolgd door Folie. Tijdens het directoraat van Folie wordt de Sterrenwacht in Ukkel geïnstalleerd.  
         
1897  Bij het heengaan van Folie was België het enige land in Europa waar de sterrenkunde en de meteorologie nog onder éénzelfde bestuur verenigd waren. De toenmalige regering, die niet wou ingaan op de idee van de scheiding van deze twee wetenschapsdomeinen, aanvaardde de volgende gebrekkige oplossing: de sterrenkunde en de meteorologie zouden onder de bevoegdheid van de Sterrenwacht blijven, als twee afzonderlijke diensten, die elk onder het bestuur van een wetenschappelijk directeur zouden vallen. De wetenschap ging er echter niet op vooruit, vooral de meteorologie niet, die stiefmoederlijk werd behandeld.  
         
1900 Nederlandsch Tijdschrift voor Meteorologie wordt opgericht  
         
1900 De oprichting van de Vereeniging voor Weer en Sterrenkunde door Christiaan A.C. Nell en leidde in deze jaren ook de Nederlandsche Weerkundige Vlieger Vereeniging.  
         
1900 In de staat Texas komen ca. 6000 mensen om door de Galveston orkaan.  
         
1900 In het Extract-Journaal (scheepsweerjournaal) van het KNMI wordt nu 6 maal per dag de windrichting en windkracht genoteerd,
nu ook evt. met windkracht 12.
 
         
1902   De Franse meteoroloog Teisserence de Bort deed honderden experimenten met onbemande
ballonnen vanaf zijn particuliere observatorium bij Parijs. Deze proeven brachten iets onverwachts aan het licht. De temperatuur in de atmosfeer hield op hoogten tussen ongeveer 9 en 13 kilometer op te dalen en begon daarna weer te stijgen. In 1902 wist de Bort zijn collega's ervan te overtuigen dat het hier niet om toevallige meetfouten ging, maar dat er een nieuwe laag in de atmosfeer was ontdekt:
de stratosfeer.
 
         
1911 Marinus Meel, vliegtuigbouwer verleent aan Cannegieter toestemming om op de Fokker D-XVI een meteorograaf te monteren.
Dit apparaat schrijft de luchtdruk, temperatuur en vochtigheid tijdens de vlucht.
 
         
1913 Op 1 juli wordt Luchtvaart Afdeling (LVA) opgericht. Als eerste vliegveld wordt Vliegheide Soesterberg (thans een grote vliegbasis) in het leven geroepen. Daar wordt tevens een meteorologisch vliegerstation geïnstalleerd.  
         
1913  31 juli: Door middel van een koninklijk besluit wordt de Koninklijke Sterrenwacht van België gereorganiseerd.
Haar meteorologische dienst opereert voortaan als een autonome wetenschappelijke instelling onder de naam Koninklijk Meteorologisch Instituut van België of KMI.
 
         
1917 In dit jaar verving het KNMI de houten toren van 30 meter door een betonnen exemplaar. De toren, met later daarin een weerradar, is het symbool geworden van het KNMI en heet in de volksmond de Kopspijker.  
         
1917 In 1917 verzoekt het KNMI de Minister van Oorlog om vliegtuigen van de LVA meteorologische hoogtevluchten te laten uitvoeren. Tot 1920 wordt dit "weerberichtvliegen" onregelmatig gedaan.  
         
1918 - 1923   Een belangrijke stap voorwaarts werd tussen 1918 en 1923 gezet door een groep Skandinavische meteorologen onder leiding van Vilhelm Bjerknes (1862-1951; foto links) die bekend werd als de Bergense School. Deze meteorologen brachten de theorie naar voren dat de activiteit van het weer is geconcentreerd in betrekkelijk smalle zones, die de grenzen vormen tussen warme en koude luchtmassa's. Zij noemden deze zones 'fronten' een term uit de krijgskunde. Al snel werd bevestigd
dat deze fronten inderdaad een belangrijk deel van ons weer veroorzaken en men ging dan ook methoden ontwikkelen waarmee meteorologen de bewegingen van deze fronten met vrij grote nauwkeurigheid konden voorspellen.
 
         
1919 Bergeron voegt er een derde type front aan toe: het occlusiefront.  
         
1919 Op 6 november 1919 verzorgd Ingenieur Steringa Idzerda was de eerste die in Nederland de eerste officiële radio-uitzendingen  
         
1920 Solberg bedenkt een model voor zogenaamde depressiefamilies.  
         
1922   De numerieke weersverwachting is gebaseerd op modellen waarin de bewegingen in de atmosfeer
en de fysische processen die het idee van numerieke weersverwachtingen werd voor het eerst in 1922 naar voren gebracht door Lewis Fry Richardson (1881-1953; foto links), een Brits wiskundige, in zijn zeer vooruitziende artikel 'Weervoorspelling door numerieke processen'. Richardson had vele maanden nodig om een verwachting tot 24 uur vooruit te kunnn maken. De drukverandering die hij voorspelde waren 10 tot 100 maal te groot, maar hij had de eerste stap gezet op de weg naar een nauwkeurige, numerieke weersverwachting.
 
         
1923   Uit dit jaar stamt het nog steeds in gebruik zijnde klimaatsysteem van Vladimir Köppen.
Volgens zijn wijze van indelen worden de landen ingedeeld naar een klimaattype met name aan de hand van de gemiddelde temperaturen en hoeveelheden neerslag en formules die daaraan gekoppeld zijn. Hij lette daarbij vooral op de verschillen in vegetatie op aarde. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vijf algemene klimaten: droog, tropisch regenklimaat, gematigd maritiem, continentaal en poolklimaat. Deze algemene klimaatindeling kan vervolgens nog verder gespecificeerd worden in
droog klimaat, tropisch regenklimaat, gematigd maritiem klimaat, continentaal klimaat en poolklimaat.
 
         
1924 KNMI, De Bilt zendt voor het eerst via de eigen zender "Fort Vossegat" weerberichten de ether in. Met tussenpozen van hooguit twintig minuten worden de weerberichten uitzonden  
         
1926   Carl-Gustaf RossbyAls leerling van Vilhelm Bjerknes was Carl Gustav Rossby (1898-1957) een van
de meest invloedrijke meteorologen van de twintigste eeuw. Hij werd geboren in Zweden en ging in 1926 naar Verenigde Staten. Hier deed hij baanbrekend onderzoek over de algemene circulatie van de atmosfeer en de slingerende, langgolvige patronen van westwaartse luchtstromingen in de hogere atmosfeer, nu bekend als Rossbygolven. Rossby ontwikkelde ook wiskundige modellen voor de weersverwachting en legde eveneens de grondslag voor de eerste succesvolle (numerieke) computermodellen voor het voorspellen van het weer. Hij voorspelde eveneens het bestaan van straalstromen. In de Tweede Wereldoorlog kwamen de piloten van B-29 bommenwerpers op grote hoogte krachtige windstromingen tegen. Het bewijs van de straalstroom was geleverd.
 
         
1927 De eerste officiële weercode wordt verspreid en toegepast. Nog steeds een internationaal werkend systeem waardoor er geen taalproblemen voorkomen.  
         
1928 De radiosonde wordt door de Rus Pavel Aleksandrovich Moltchanoff uitgevonden.  
         
1928 De Oostenrijks-Hongaarse raketgeleerde Herman Potočnik beschrijft hoe een geostationaire baan zou kunnen gebruikt worden voor communicatiedoeleinden. Hij beschreef ook de opzet van een ruimtestation.  
         
1932 De eerste Internationale Atlas Der Bewolking En Toestanden Van Den Hemel verschijnt.  
         
1933 Tor Bergeron bewijst samen met Findeisen de tot op heden belangrijkste theorie voor het ontstaan van neerslag.  
         
1938 Het KNMI richt een meteodienst op de luchthaven Schiphol op.  
         
1940 - 1945   De twee wereldoorlogen stimuleerden vriend en vijand om het weer nog beter te volgen en te voorspellen. De weersituaties konden immers rechtstreeks een invloed hebben op de afloop van veldslagen. Zo konden da landingen van de geallieerden in Normandië, op 6 juni 1944, plaats tijdens een tijdelijke weersverbetering die nauwkeurig was voorspeld door Amerikaanse en Britse meteorologen. De ontwikkeling van de meteorologie werd ingrijpend beïnvloed door de technologische ontwikkelingen die plaatsvonden in het kader van de oorlogsinspanningen. Experimenten aan het
einde van de negentiende eeuw met ballonnen die meteorologische instrumenten omhoog brachten hadden in de jaren dertig geleid tot de komst van de radiosonde: een klein instrumentenpakket opgehangen aan een ballon. 
 
         
1943 Een Amerikaanse piloot voor het eerst (het oog van) een orkaan binnen.  
         
1944 Tijdens de vluchten van Amerikaanse militaire piloten boven Japan, wordt de straalstroom (de jetstream) ontdekt.  
         
1940 - 1945   De instrumenten maten onder andere luchtdruk, temperatuur en vochtigheid. Die gegevens werden
door een radiozender naar de aarde gestuurd.  Ballonnen werden ook vanaf de aarde gevolgd met optische theodolieten (instrumenten die horizontale en verticale hoeken meten), ten einde windsnelheden te kunnen berekenen. De ballonnen dreven echter vaak uit het zicht en verdwenen achter wolken.  De radar die tijdens de Tweede Wereldoorlog op grote schaal werd ontwikkeld voor
het opsporen en volgen van vliegtuigen, verschafte de oplossing voor dit probleem. Men ontdekte ook dat radar kon worden gebruikt  voor het volgen van buiencomplexen. Zo kon men op weerstations veel langer van tevoren cyclonen, fronten, onweersbuien en tornado's zien aankomen.  
 
         
1945   Na de Tweede Wereldoorlog braken gouden tijden aan: nieuwe weerstations, weerschepen, weerboeien, weerballonnen, radar, kunstmanen en computers gaven de meteorologie nieuwe
impulsen. Door internationale samenwerkingsverbanden kon de hele meteorologische wereld de vruchten plukken. De onderzoekers krijgen steeds meer vat op de ingewikkelde fysische processen
en het klimaatsysteem.

De Britse sciencefictionschrijver en acteur Arthur C. Clarke maakt het principe van de geostationaire baan als eerste wereldwijd bekend. Hierdoor wordt deze baan soms ook de ‘Clarke-Belt’ genoemd.
 
         
1945 Op 4 juni marinekamp Valkenburg begint een reeks van waarnemingen, het eerste militaire onderdeel dat hieraan begint.  
         
1945 Op 14 september wordt er een telexverbinding tussen het KNMI en Schiphol verwezenlijkt.  
         
1946 In De Bilt wordt een apart Meteorologisch Detachement opgericht, welke zich later met meteorologische opleidingen zou gaan bezighouden.
         
1947 Dit jaar krijgt het Nederlandse weerbericht een eigen plaats op de Hilversumse zenders. 's Ochtends om 05.45 uur en 07.15
wordt overgeschakeld naar een studiocel van het KNMI waar behalve de verwachting ook het weeroverzicht en weerrapporten
wordt gedicteerd.
 
         
1947 De windschaal van de Duitse zeilkapitein Petersen wordt officieel aan de schaal van Beaufort toegevoegd. Deze schaal is vooral gebaseerd op het uiterlijk van de zee en het geluid en toestand van de rollende cq. brekende golven.  
         
1947 - 1951   De IMO wordt omgedoopt in WMO de Wereld Meteorologische Organisatie.
Het WMO heeft 185 leden met hoofdkwartier in Genève.

Het verzamelt kennis en uitrusting van de leden en moedigt onderzoek en opleiding aan.
Het weer stopt niet aan grenzen, het WMO zorgt voor data-overdracht tussen naties.
 
         
1951 Op 7 oktober is het eerste weerbericht op de Nederlandse televisie te zien tijdens een tweede experimentele TV-uitzending van
de NTS. Weerman is Cor van der Ham, KNMI-meteoroloog. Diezelfde avond wordt ook een uitgebreide bijdrage over het weer uitgezonden in het VPRO-programma "de mens en zijn liefhebberijen". Daarin wordt aan de Friese onderwijzer Hans de Jong,
toen nog weeramateur en later weerman van de NCRV, ruim aandacht geschonken.
 
         
1953 In Amerika worden vanaf nu aan de tropische stormen meisjesnamen gegeven.  
         
1953 1 februari: één van Nederlands grootste natuurrampen treedt op: de watersnoodramp waarbij op meer dan 90 plaatsen dijken in Zeeland, Zuid-Holland en West-Brabant doorbreken. In totaal komen 1835 mensen om het leven. Meer dan 140.000 ha. land
komt onder water te staan.
 
         
1954 Bij het 100-jarig bestaan van het KNMI in dit jaar waren er vijf afdelingen: Algemene Dienst, Weerdienst en Luchtvaartmeteorologie
Klimatologie en Landbouwmeteorologie, Oceanografie en Maritieme Meteorologie en Geophysica
 
         
1955   Richards werk (1922) legde de nadruk op fundamentele problemen: veel berekeningen in korte tijd,
te weinig meteorologische waarnemimgen. De modellen waren slechts ruwe afspiegelingen van de atmosfeer en door problemen met de wiskundige technieken konden kleine fouten in de loop van het rekenproces steeds groter worden. Computers hebben uiteindelijk een antwoord gegeven. In 1950
werd in de Verenigde Staten de eerste relatief betrouwbare numerieke weersverwachting opgesteld.
De wiskundige John von Neumann (1903-1957) en zijn collega's maakten deze verwachting met een primitieve computer, de ENIAC (Electronic Numerical Integrator And Computer). In de loop van 1955 werden de computerverwachtingen in de Verenigde Staten op een regelmatige basis opgesteld. Met snelle computers, nauwkeurigere metingen en betere modellen nam de nauwkeurigheid snel toe.
 
         
1956 De allereerste neerslagradar wordt in de Verenigde Staten operationeel.  
         
1959 Het KNMI krijgt zijn eerste weerradar op de luchthaven Schiphol  
         
1 april 1960   Na de Tweede Wereldoorlog vervingen onderzoekers in de Verenigde Staten de springlading van
V2-raketten (foto links) door camera's. De resultaten waren verbijsterend. Eindelijk was het nu
mogelijk om wolken vanuit de ruimte waar te nemen en panoramaopnamen van weersystemen te maken. Kort daarna, werd de eerste weersatelliet Vanguard 2 (1959) gelanceerd - jammer genoeg
met technische problemen. Op 1 april 1960, werd TIROS 1 (Television Infrared Observation Satellite)
in een baan om de polen gebracht. In de loop van 78 dagen maakte deze satelliet 23.000 opnamen
van de aarde en zijn wolkendek.
 
         
1960 Toen de Amerikaan Edward Lorenz een paar keer een numeriek model op zijn computer had gedraaid merkte hij grote verschillen in de uitkomst van de rekenopgave. Later ontdekte hij dat dit kwam door kleine afrondingsfouten. Hij merkte dat het weer zich 'chaotisch' gedroeg. De atmosfeer is erg gevoelig voor klein verstoringen. Dit is ook wel bekent als het vlindereffect in de chaostheorie. Het geeft aan dat het weer op de lange termijn nauwelijks te voorspellen is.  
         
1962 De eerste weerradar op de KNMI-toren van De Bilt te staan. De waarnemingen worden met de hand gedaan.  
         
1962   In het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België te Ukkel, kreeg men een elektronische ordinator, namenlijk een IBM 7070 (waarvan het geheugen een capaciteit bezit van 5000 getallen van 10 cijfers). De weersvoorspellingen voor de toekomst zullen dus ook op een andere leest geschoeid worden.
Alles vertrekt echter van dezelfde basis, namelijk waarnemingen en hoogtegegevens!
Alle ‘meteo’s’ die op de telex binnenlopen worden op geperforeerde banden geplaatst om een
500 mbar-kaart te tekenen en zo te komen tot voorspellingen voor de volgende 48h met een
maximum van 72h"
 
         
1963 De World Weather Watch (WWW) wordt opgericht. Leden van de WMO wisselden meteorologische waarnemingen uit,
waardoor het maken van mondiale weerkaarten aanzienlijk vergemakkelijkt werd.
 
         
1969 In 1969 wordt de schaal door Herbert Saffir ontworpen. Robert Simpson, directeur destijds van het NHC voegde de storm surge (wateropzet boven normale getij) hieraan later toe. Deze schaal bepaalt aan de hand van o.m. luchtdruk, stormvloed en maximaal gemiddelde windsnelheden de sterkte van een orkaan. Hieraan gerelateerd is de sterkte en mogelijke schade van een tropische orkaan. In de Atlantische Oceaan gelden vijf categorieën, waarbij categorie 5 de sterkste is.  
         
1972 In dit jaar wordt door de Tropical Prediction Center (nu bekend als de National Hurricane Center) de schaal van Saffir/Simpson
in gebruik genomen.
 
         
1972 In dit jaar moest het monumentale complex ter hoogte van de Coenraadbotstraat in Den Helder wegens de dijkverzwaring
gesloopt worden en verhuisde het KNMI weerstation naar het marinevliegkamp De Kooy waar het op 1 augustus als officieel synoptisch station (06235) geopend wordt.
 
         
1973 Na jaren van ruimtegebrek nam het KNMI te De Bilt een nieuwe vleugel in gebruik. Ook in de periode na 1973 maakte het weerkundig instituut een groei door, waardoor de behuizing binnen tien jaar opnieuw te klein was.  
         
1973 Tijdens een conventie werd er een Europees samenwerkings-verband opgericht voor het maken van middellange termijnverwachtingen. Het is begonnen als een project van de "European Cooperation in Science en Technology" - Europees samenwerkingsverband voor wetenschap en techniek.  
         
1974 De Amerikanen Mario J. Molina en F. Sherwood Rowland ontdekken dat CFK's het ozonlaag kunnen afbreken.  
         
1975 De eerste GOES, de GOES-1 wordt gelanceerd en is de eerste weersatelliet in een (geo)stationaire baan.  
         
1976 De TOR (Telex Over Radio) en de radiofax worden steeds meer gemeengoed, met name op zeeschepen. Hierdoor wordt de weerinformatievoorziening aan schepen sterk verbeterd, doordat veel weerinstituten, zoals Offenbach (DWD) via de lange- en kortegolfradio een zeer uitgebreide service bieden.  
         
1976 Bij het KNMI worden de eerste plotmachines van het type XYnetics aangeschaft. Een jaar later worden ze operationeel.
Het papier werd plat op een soort tafel neergelegd waarboven de plotpennen in alle richtingen verplaatst konden worden.
 
         
1977   De Europese geostationaire weersatelliet van de eerste generatie, Meteosat-1 wordt als eerste van
een reeks van 7 (1998) gelanceerd. Ze bezorgen voornamelijk wolkfoto's bij dag en nacht, zichtbaar licht en infrarood. De satelliet heeft een diameter is 2,1 mtr en een lengte van 3,96 mtr en
weegt 282kg. Het oppervlak bestaat uit zes panelen bedekt met de zonnecellen die de elektrische stroom leveren. De panelen hebben ook openingen voor sensoren.
 
         
1978 De GOES-3 wordt op 16 juni gelanceerd, de eerste weersatelliet die op basis van infraroodtechniek zowel overdag als 's nachts opnamen van de weerpatronen kan maken.  
         
1978 De eenheid van druk officieël over van Bar naar Pascal. Voor de weerkundigen betekent dat voortaan Hectopascal (hPa)
i.p.v. Millibar (mbar).
 
         
1979   Leden van de WMO (links logo WMO) namen ook deel aan het Global Atmospheric Research Programme (GARP). In het kader hiervan werd een aantal belangrijke meteorologische onderzoeken verricht, waaronder het Global Weather Experiment: het grootste wetenschappelijke experiment dat ooit ondernomen is. Eén jaar lang, van 1 december 1979, werden de technologische middelen van de WMO-leden continu ingezet om het gedrag van de atmosfeer zo grondig mogelijk te kunnen bestuderen. Door de hieruit voortvloeiende gegevens kregen onderzoekers een beter inzicht in de mondiale weersystemen en konden zij de bestaande numerieke modellen van de atmosfeer verder verfijnen.  
         
1979 In juni 1979 werden in de Engelse plaats Reading door het ECMWF(European Center for Medium Range Forecasts) de eerste middellange termijnverwachtingen opgesteld.  
         
1979 Op 1 augustus 1979 werden deze verwachtingen operationeel. Originally a COST (European Cooperation in Science and Technology) project, the Centre was established in 1973 by a Convention. The first real-time medium-range forecasts were made
in June 1979. The Centre has been producing operational medium-range weather forecasts since 1 August 1979.
 
         
1981 De SYNOP, de internationale weercode die (bijna) uurlijks door meer dan 9000 weerstations onder auspiciën van de WMO wordt 1-januari gemaakt, krijgt een drastische metamorfose. Vooral in de regelgeving als in de volgorde van de elementen verandert veel. Ook de herkenbaarheid van bepaalde elementen verbetert in sterke mate.  
         
1982 Na bijna 14 jaren van het scherm te zijn verdwenen, keert de weerman terug op TV, eerst alleen in het late NOS-journaal.  
         
1985 Voor het eerst wordt door onderzoek een gat in de ozonlaag boven Antartica ontdekt. Hiermee wordt de theorie van Paul Crutzen waarheid.  
         
1986   Oprichting van MeteoConsult B.V door de Nederlander Harry Otten, de weerman van de TV omroep. Een eerste uitbreiding gebeurde in 1993 naar Duitsland en in 1996 naar België. Het werd
overgenomen in 2005 door de PA Group en werd in 2006 MeteoGroup genoemd. Actueel heeft de groep ook kantoren in Frankrijk, Ierland, Italië, Zweden, Polen, Spanje, USA, UK en offshore-diensten met een 100 tal weermannen en een dienstverlening in negen talen.
 
         
1988 De NOS heeft nu ook in het 8-uur journaal een uitgebreide rubriek.  
         
1990 Op de Nederlandse Teletekst begint KNMI-er Harry Geurts op pagina 717 de educatieve weerrubriek Nader Verklaard.  
         
1991 Op 30 maart wordt het eerste particuliere weercentrum in Nederland, dat van Jan Versteegt in Tolkamer,
geopend door Jan Pelleboer.
 
         
1992 De nestor van de weermannen in Nederland en ooit meteoroloog bij het KNMI, Jan Pelleboer, overlijdt.  
         
1992 Op augustus worden het zuiden van Florida en Louisiana getroffen door orkaan Andrew; deze veroorzaakt een schadepost van
50 miljard gulden, de meest kostbare orkaan in de USA
 
         
1992 In september wordt met de oprichting van de LMG (Luchtmacht Meteorologische Groep) de LMC (Luchtmacht Meteorologisch Centrum, onderdeel van LVMG) en de LMS (Luchtmacht Meteorologische School) gefuseerd. De LMG vormt als klein en zelfstandig onderdeel het overkoepelende orgaan voor de weerkundige diensten binnen de krijgsmacht. De LMG is gezeteld op
de vliegbasis Woensdrecht.
 
         
1992 Het KMI installeert een systeem dat toelaat om elke impact van een bliksemflits te lokaliseren over België in rëelle tijd met een precisie van ongeveer 1 km. Dit systeem levert ook een resem informatie over de eigenschappen van elke bliksemflits op de aarde. Dit systeem draagt de naam ‘SAFIR’ (bliksemalarmsysteem via interferometrische radio-electriciteit)  
         
1993 De METAR, een weercodevorm voor de luchtvaart, wordt 1 juli drastisch gewijzigd.  
         
1994 Steeds meer meteorologische instuten, zoals de DWD (Offenbach) stoppen om commerciële redenen met de distributie van uitgebreide weergegevens als verwachtingsmodellen en analyses per radiofax (facsimile).  
         
1994 De NOS breidt de hoeveelheid zendtijd voor het weerbericht uit.  
         
1995 Het KNMI neemt in samenwerking met de Koninklijke Luchtmacht een eigen onweersdetectiesysteem in gebruik, SAFIR,
een Frans systeem
 
         
1995 Het Internet is in opmars. Steeds meer mensen ontdekken dat hier veel weerinformatie, zoals bijvoorbeeld satelietfoto's,
op te vinden is.
 
         
1995   De Meteosat satelliet hant op een hoogte van 36.000 km van de aarde en stuurt elk half uur zijn waarnemingen door. Dit pluspunt maakt van hem dé meteorologische satelliet bij uitstek daar hij toelaat om atmosferische verschijnselen op grote en middelmatige schaal te volgen waarvan de
evolutie in de loop van de tijd heel snel kan veranderen.

Begin van de activiteiten van EUMETNET. Dit is een samenwerkingsovereenkomst tussen de
Europese nationale meteorologische diensten die zich tot doel stelt om een gezamenlijke expertise
uit te bouwen op het gebied van weer, klimaat, milieu en aanverwante activiteiten.
 
         
1996 Het KMI op Internet. Op de website kan u de meteorologische weersverslagen vinden alsook andere interessante rubrieken.  
         
04-12- 1997   Op 4 december 1997 is het nieuwe radarsysteem officieel in gebruik genomen. De nieuwe radark
geeft gedetailleerdere informatie over neerslag en ook wind in een groter gebied dan bij de oude radar. Dankzij nieuwe antennes die het afgelopen jaar in De Bilt en Den Helder zijn geplaatst, kan nu niet alleen heel Nederland in kaart worden gebracht, maar wordt ook het weer boven een groot deel van
de Noordzee getoond. De nieuwe radars zijn uitgerust met Doppler-techniek, waardoor ze geschikt
zijn om windsnelheden in buien te meten. Dit maakt het mogelijk om in de toekomst beter te waarschuwen voor zware buien met windstoten.
 
         
1997 De laatste in een serie satellieten van Meteosat, de Meteosat 7, wordt gelanceerd. Deze is thans nog voor Europa in gebruik en zal t.z.t worden vervangen door een nieuwe generatie satellieten, Meteosat Second Generation.  
         
1997 De animaties en satellietfoto's bij het TV-weerbericht in de journaals bij de NOS hun intrede  
         
1998   Op 13 mei werd de NOAA-15 gelanceerd in vervolg van het TIROS-N programma. De NOAA-K heeft een sterk verbeterd instrumentarium. Het TIROS-N programma loopt nog steeds.

De meeste satellietbeelden die we kennen komen van dit programma. Ze worden ook gebruikt voor het observeren van de ozonlaag en de temperatuur van het zeewater
 
         
1998 Het warmste jaar in de afgelopen duizend jaar wereldwijd. Gemiddeld wordt een temperatuur van 14,6 graden berekend en dat is maar liefst 0,9 graden warmer dan het gemiddelde van 1856-1899. In Nederland is het op veel plaatsen een recordnat jaar met 1240 mm in De Bilt. Vooral de herfst was op veel plaatsen recordnat.  
         
01-03-1999   Breitling Orbiter De Breitling Orbiter 3 was de eerste ballon die non-stop rond de wereld vloog.
De geslaagde recordpoging van de ballonvaarders Bernard Piccard en Brian Jones eindigde in 1999
na 19 dagen en 21 uur. De ballon landde veilig in de Egyptische woestijn na haar vlucht van 45.755 kilometer. De Breitling-ballon werd ontworpen door de Engelse expert Don Cameron. De ballon was
55 meter hoog en woog bijna negen ton. De capsule was gemaakt van een materiaal dat was samengesteld uit carbonvezels en kevlar. De piloten hadden tijdens de vlucht maar weinig bewegingsruimte, want de capsule was slechts 5 meter lang en 3 meter hoog. De productietijd voor
de capsule was een jaar. De ballon had een inhoud van 18.500 m3 helium.
 
         
1999 Een nieuw weerbedrijf, Weerbureau HWS (Holland Weather Services) gaat op 1 april van start. Dit is een gevolg van het feit dat
het KNMI zijn commerciële activiteiten op die datum beëindigt en daarmee overdraagt aan het nieuwe weerbedrijf in Soest.
 
         
2000 Bij het KNMI start men met het CLIWOC-project waarbij klimatologen uit Nederland, Engeland en Spanje samenwerken en de tientallen duizenden gegevens uit scheepsjournalen en logboeken analyseren en vastleggen. Maritiem meteoroloog Frits Koek is verantwoordelijk voor de database waarin uiteindelijk alle weersgegevens terechtkomen. Günther Können is verantwoordelijk voor de internationale coördinatie.  
         
01-03-2002   SCIAMACHY bevindt zich aan boord van de Europese milieusatelliet ENVISAT. Deze satelliet is in 2002 gelanceerd, vanaf Kourou in Frans Guyana, in een baan over de Noord- en de Zuidpool op
800 km hoogte. SCIAMACHY meet zonnestraling in hoge resolutie nadat het door de aardatmosfeer
is verstrooid en gereflecteerd in verschillende golflengten. SCIAMACHY heeft drie verschillende gezichtspunten: nadir, horizontale doorsnede, en zons- en maansverduisteringen. Samen kunnen ze distributieprofielen maken van gassen in de stratosfeer en soms troposfeer van spoorgassen en aerosols en kan bronnen van vervuiling en antropogene broeikasgassen heel nauwkeurig en met een hoge ruimtelijke resolutie in kaart brengen.
 
         
25-04-2002 High Performance Technologies maakt in een press release bekend dat het voor de Amerikaanse NOAA (National Oceanic and Atmosheric Administration) een Linux supercomputer heeft gebouwd  met 276 nodes, draaiend op Alpha processors. Het hele cluster kostte 15 miljoen dollar en zal ingezet worden bij weersvoorspellingen.  
         
29-08-2002 Op 29 augustus om 00.45 uur Ned. zomertijd werd vanaf de basis bij Kourou (Frans-Guyana) de eerste van een nieuwe serie van weersatellieten gelanceerd, de MSG-1 (Meteosat Second Generation). Deze zullen de verouderde Meteosats vervangen.  
         
28-11-2002 Op 28 november om 12.15 utc (13.15 uur Ned. tijd) ontving het Duitse Eumetsat de eerste beelden van de moderne
geostationaire weersatelliet MSG-1 (Meteosat Second Generation). Elke 15 minuten kunnen we van deze satellieten beelden in maar liefst 12 verschillende kanalen ontvangen. Behalve dat is de resolutie van de beelden sterk verbeterd.
 
         
22-09-2003 In de ochtend van 22 september overleed de bekende Belgische weerman Armand Pien in zijn woonplaats Hoeilaart.
Hij stierf aan de gevolgen van een hartaanval. De meeste bekende weerman van Belgie werd 83. Hij kwam voor het eerst op televisie in 1953 bij de BRT. In 1985 ging hij met pensioen bij het KMI. Pas op 31 augustus 1990 presenteerde hij voor de BRT
zijn laatste weerpraatje. Hij verzorgde ruim 5.000 weerpraatjes op televisie en 3.000 op de radio.
 
         
15-06-2005  Op 15 Juni gaat Meteo-Julianadorp officieel van start.  
         
22-05-2005 Op 22 juni 2005 overleed in zijn woonplaats Bilthoven op 92 jarige leeftijd oud KNMI-meteoroloog Klaas Rien Postma. 
Belangrijk was zijn rol als één van de verantwoordelijke meteorologen bij de Watersnoodramp van 1953. Hij zag de ramp ruim op tijd aankomen en heeft samen met collega meteoroloog dr. H. Bijvoet alles in het werk gesteld om een van de twee Hilversum radiozenders, die toen nog geen nachtuitzendingen hadden, tijdens de rampnacht speciaal in de lucht te houden. Die mogelijkheid werd hen die nacht ontnomen hetgeen in de weerkamer een ontzettend gevoel van onmacht gaf.
 
         
28-08-2005   Katrina wordt gezien als de dodelijkste en meest vernietigende Atlantische orkaan van het orkaanseizoen in 2005. De orkaan trok op 28 augustus 2005 over de zuidelijke staten Louisiana en Mississippi, waarbij de steden New Orleans en Biloxi zwaar getroffen werden. Tijdens de orkaan en
de daarop volgende overstromingen overleden ruim 1.800 mensen, waardoor Katrina in de top vijf
staat van dodelijkste orkanen uit de geschiedenis van de VS. Niet eerder richtte een natuurramp
zoveel schade aan; de totale materiële schade bedroeg maar liefst 81 miljard dollar.
 
         
18-04-2006   Het KNMI krijgt de beschikking over een nieuwe supercomputer. Dankzij de nieuwe computer, een Altix 3700 van Silicon Graphics, levert het regionale weermodel Hirlam voor weersverwachtingen op
de korte termijn nog betere informatie op een kleinere schaal.

De nieuwe rekenserver van het KNMI, die 240 processoren telt, behoort tot de tien grootste van ons land. Hij wordt niet alleen gebruikt voor de operationele weersverwachting maar ook voor onderzoek
van weer en klimaat. Met dit nieuwe systeem kan het KNMI 1440 miljard berekeningen per seconde uitvoeren.
 
         
22-08-2007   De TU Delft heeft een nieuwe weerradar in gebruik genomen, de “Drizzle Radar”. De zeer gevoelige radar kan zelfs fijne motregen waarnemen. Voor klimaatonderzoekers is dat een enorme aanwinst, waarmee ze internationaal de aandacht trekken. De radarantennes staan inmiddels boven op de 213 meter hoge KNMI-meetmast in Cabauw, bij Lopik. Vanaf deze plek moet de uiterst gevoelige radar, samen met de andere geavanceerde instrumenten van het CESAR observatorium (Cabauw Experimental Site for Atmospheric Research), een compleet beeld gaan geven van de wisselwerking tussen stof, wolken, regen en straling. Dit is nog altijd een van de minst begrepen factoren in klimaatmodellen.  
         
16-03-2012   Het KNMI heeft vandaag het vernieuwde computercentrum met de nieuwe supercomputer officieel in gebruik genomen. Hiermee beschikt het KNMI over meer rekenkracht om de komende jaren flinke stappen vooruit te kunnen maken op het gebied van weersverwachtingen en klimaatonderzoek.

De BullX B500 heeft 4.752 cores, beschikt over een werkgeheugen van 9,5 terabyte ofwel 9.500 gigabyte en heeft een maximale verwerkingsnelheid van 58,2 teraflop. Hiermee beschikt het KNMI
over een van de krachtigste en snelste supercomputers van Nederland. Daarbij is het een
energiezuinig systeem waarbij waterkoeling wordt gebruikt.
 
         
14-04-2016 http://public.meteorage.com/euclid/euclid_last_lightnings.gif   Het KNMI heeft deze maand een nieuw meetsysteem, Météorage genaamd, in gebruik genomen waarmee blikseminslagen beter dan ooit kunnen worden gemeten. Het Météorage systeem biedt een betere geografische dekking en een nauwkeurigere plaatsbepaling van inslagen dan het oudere Flits bliksemmeetsysteem dat het KNMI tot voor kort in gebruik had.  Het meetsysteem wordt ook in andere landen gebruikt zodat de bliksemactiviteit over een groot gebied beter vergelijkbaar is dan met het vorige meetsysteem dat alleen in Nederland en België werd gebruikt. Ook maakt het nieuwe bliksemmeetsysteem beter onderscheid tussen ontladingen die zich tussen de wolken voordoen en ontladingen die op aarde inslaan. Voor de veiligheid en de KNMI-weerwaarschuwingen zijn met name de blikseminslagen van belang.  
         
19-10-2016   Het KNMI vernieuwt zijn neerslagradars. De radar in Herwijnen komt dan in de plaats van de radar
die op de toren van in De Bilt staat, die uitgeschakeld wordt Door de vele hoogbouw in de naaste omgeving is het zicht aan de horizon minder geworden en voldoet deze radar niet meer aan de eisen die het KNMI stelt. De nieuwe radars in Herwijnen en Den Helder gaan deel uitmaken van het
Europese radarnetwerk zodat de informatie over de neerslag uitgewisseld kan worden met de omringende landen. De radars zijn uitgerust met de nieuwste technieken waardoor de buien gedetailleerder kunnen worden gevolgd en zijn in staat om neerslagsoort en nerslagintensiteit nog
beter te onderscheiden.
 
         
         
         
 
Bronnen: Het wonderlijke weer, Meteonet, Weerstation Moerzeke, KNMI, KMI, Wikipedia