| |
De laatste
jaren lijkt Europa iets vaker geplaagd te worden door
stormen dan de jaren daarvoor. Toch is dat na uitvoerig
onderzoek door de Klimatologische Dienst van het KNMI
niet zo gebleken. Ook zijn de stormen niet direkt
zwaarder geworden; de zwaarste storm in Nederland waaide
namelijk al meer dan 55 jaar geleden.
Wat
is officieel een storm?
Storm is wanneer de gemiddelde windsnelheid over
een periode van 10 minuten minimaal 75 km/uur bereikt.
Deze snelheid komt overeen met 20,8 m/s of 41 knopen.
Dit is tevens de ondergrens van windkracht 9 op de
schaal van Beaufort. Een zware storm (windkracht 10)
begint bij een snelheid van 90 km/uur, een zeer zware
storm - een windkracht 11 - bij 103 km/uur en windkracht
12 (orkaan) bij 117 km/uur of hoger (zie
de windschaal van Beaufort). Belangrijk is dus dat
men altijd uitgaat van een gemiddelde windsnelheid over
10 minuten. Vroeger bepaalde de waarnemer dat zelf door
denkbeeldig de windregistratie te middelen, tegenwoordig
berekent de computer nauwkeurig de gemiddelde snelheid.
Een windstoot van 75 km/uur is dus nog géén storm! Een
windstoot is een kortdurende momentopname en daarom niet
representatief als bepalende faktor.
|
|
|
Hoe ontstaat een storm?
Vanaf september nemen op het Noordelijk Halfrond
de temperatuursverschillen tussen de tropen en
noordpool toe. In de periode oktober t/m maart
zijn deze verschillen het grootst. Dit openbaart
zich door actieve depressies die door
toestroming van warme en koude luchtsoorten op
de Atlantische Oceaan gevormd worden. De warmere
lucht wordt door de koude lucht opgetild In de
nabijheid van een krachtige straalstroom (een
medegevolg van de temperatuursverschillen) wordt
op 7 tot 10 km hoogte de lucht a.h.w. weggezogen
en dat bevordert het uitstromen van lucht
bovenin de atmosfeer. Onderin wordt de lucht
aangezogen om het tekort aan te vullen. Zolang
de uitstroom bovenin groter is dan de instroom
aan het aardoppervlak, diept de depressie uit,
d.w.z. de luchtdruk daalt in het centrum. Zolang
dit proces doorgaat worden ook de
luchtdrukverschillen over een horizontale
afstand steeds groter. Dit resulteert in een
toename van de wind. Uiteindelijk leidt dit tot
hoge gemiddelde windsnelheden die windkracht 9
of hoger kunnen bereiken. Dan hebben we dus een
storm of wellicht zwaarder dan dit. Hoe zwaar de
storm wordt is dus niet zozeer afhankelijk van
de luchtdruk in de kern van de depressie, maar
veel meer van de grootte van de
luchtdrukverschillen rond de kern. |
Op
de weerkaart (zie analyse onder) kunnen we dat zien aan
de hand van de isobaren, de lijnen die punten met een
gelijke luchtdruk verbinden. Hoe dichter deze lijnen op
elkaar staan, hoe sneller de luchtdruk op een bepaalde
horizontale afstand afneemt ofwel hoe groter de
luchtdrukverschillen zijn.
Begin
november 2000 zagen we een diepe depressie waarvan de
kern dichtbij Nederland op de weerkaart lag. Dit leidde
niet tot een storm aangezien de luchtdrukverschillen aan
de west- en zuidzijde pas op grotere afstand van de
depressie hoger waren. Daar was - o.a. in Frankrijk,
Golf van Biskaje en in het noorden van Spanje - wel
sprake van een storm tot zware storm. Dat is op zich
vrij normaal. Het gebied met de grootste
luchtdrukverschillen en de krachtigste wind ligt meestal
ten zuidwesten of westen van de stormdepressie, vaak op
ongeveer 100 tot 200 km van de kern vandaan en strekt
het windveld zich uit tot ongeveer 600 á 700 km van de
kern. Dat kan nogal eens variëeren.
Bron: KNMI
|
|