De Historische tijdlijn van de meteorologie

 De ontwikkeling van de meteorologie heeft een lange geschiedenis, hier onder volgen de belangrijkste gebeurtenissen die zich tot
 heden  hebben plaats gevonden. Niet alleen de historische feiten binnen ons eigen land, ook de feiten buiten Nederland zijn dikwijls
 belangrijk geweest voor het ontstaan en de vooruitgang van de meteorologie in Nederland.

 Bronnen: Meteonet, KNMI, Wikipedia,  28-12-2008

 

 140.000 v.Chr. West-Europa bevindt zich in de Grote IJstijd, sneeuw- en ijs op grote schaal bedekte Noord- en West-Europa, de grens lag ter hoogte van de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe (Posbank). Kort daarna volgde een nieuwe IJstijd die 100.000 jaar duurde.
 1300 v.Chr. In China zouden ten tijde van de Yin-dinastie al metingen zijn verricht van neerslag en wind.
 660 - 525 v.Chr. Assyrische koning Assurbinal beschrijft het optische verschijnsels aan de hemel van een Halo.
 384 - 322 v.Chr. Aristoteles maakt in deze tijd een standaardwerk over weerkunde, Meteorologica.
 300 v.Chr. Omstreeks 300 voor Christus hadden Chinese astronomen een kalender ontwikkeld waarin het jaar was onderverdeeld in 24 'feesten', die gekoppeld waren aan het weer in elk van die perioden. Het oudste meteorologisch instrument is waarschijnlijk de regenmeter
 372 - 282 v.Chr Theophrastus geeft in zijn boek Over voortekenen van het weer ongeveer 80 verschillende voortekenen van regen, 50 van stormen, 45 van winden en 24 van mooi weer. Sommige waren opmerkelijk betrouwbaar, zoals 'Als het mist, is er weinig of geen regen'.
 23 v.Chr - 79 De Romeinse schrijver Plinius de Oudere (23-79) stelde een Historia Naturalis samen, een monumentale encyclopedie waarin de werken van ongeveer 2000 Romeinse en Griekse schrijvers waren verenigd, samen met waarnemingen en bijgeloof uit Egypte en Babylonië.
 100 Hero van Alexandria ontdekt dat lucht uitzet wanneer het verhit wordt.
 764 In dat jaar viel de eerste winter waarvan op geschrift vrij veel bekend is. De winter werd de strengste van de eeuw genoemd.
 1185 In 1185 voorspelde de Spaanse astronoom Johannes van Toledo dat in september van het komende jaar alle planeten bij elkaar zouden staan, hetgeen stormen, hongersnood en andere rampen zou veroorzaken.
 1452 De dagboeken van Leonardo da Vinci bevatten ontelbare studies van weersverschijnselen en ontwerpen voor weerkundige instrumenten, zoals de hygrometer een apparaat voor het meten van de vochtigheid van de lucht. Dit gebeurde door middel van een spons, gekoppeld aan een balans.
 1500 Tot aan de 16e eeuw kregen windrichtingen Latijnse namen: Septentrionalis (noord), Orientalis (oost), Meridonalis (zuid) en Occidentalis (west). De namen zijn nog onder meer te vinden op het Sint Pietersplein in Rome. Rond 1600 begon men de wind aan te tekenen in scheepsjournalen.
 1540 Dit jaar staat bekend als het Grote Zonnejaar. Grote delen van West- en Midden-Europa kenden een half jaar lang een mediterraan klimaat.
 1546 Gerardus Mercator ontdekt de magnetische polen op aarde.
 1593 Uitvinding door Gallileo Galilei van de voorloper van de thermometer, de thermoscoop. Het apparaat bestond uit een omgekeerde glazen buis in een bak met water. Bij warmer weer drukte de lucht in de buis het water in de buis iets naar beneden, bij kou steeg het waterpeil in de buis iets.
 1607 Galileo Gallilei maakt een thermometer op gas.
 1611 Marco de Dominis geeft voor het eerst een plausibele verklaring voor het verschijnsel regenboog.
 1620 Als experiment worden in Nederland de eerste weerkundige waarnemingen gedaan door werktuigbouwkundige Cornelis Drebbel en astronoom Beeckman.  Beeckman hield een dagboek bij in Zierikzee die nooit werd teruggevonden.
Jan Baptista van Helmont gebruikt voor het eerst het woord "gas".
 1632 John Ray ontwerpt een waterthermometer.
 1643 Evangelista Torricelli hij vulde een glazen buis van ongeveer 120 cm lang met kwik een plaatste de open onderkant in een schaal met dezelfde vloeistof. Torricelli merkte op dat het grootste deel van het kwik in de buis bleef staan en niet naar de schaal zakte en dat de ruimte boven het kwik in buis luchtledig was. Hij trok toen het besluit dat de kwikkolom werd gedragen door de luchtdruk en dat variaties in de hoogte van deze kolom werden veroorzaakt door veranderingen in die druk.
 1648 Blaise Pascal legt de werking van een barometer uit aan de hand van de atmosferische luchtdruk Pascal toont samen met Perrier aan dat de lengte van zo'n kwikkolom op de top van een berg kleiner is dan aan de voet van de berg en dat de luchtdruk daar dus lager moet zijn dan op zeeniveau.
 1654 - 1667 In 1654 richtte Ferdinand II ook het eerste meetnet voor weerkundige waarnemingen op. Waarnemingsstations over heel Europa werden uitgerust met gestandardiseerde weerkundige instrumenten voor het meten van onder andere luchtdruk, windrichting, temperatuur, vochtigheid.
 1654 Von Guericke, destijds burgemeester van Maagdenburg, doet een spectaculaire proef om het verschijnsel luchtdruk aan te tonen. Hij pompt de ruimte tussen twee halve bollen met een diameter van ongeveer 50 cm leeg. Tot verbazing van de aanwezigen waren zestien paarden niet in staat de halve bollen van elkaar te trekken (de Maagdenburger halve bollen).
 1655 De eerste gesloten thermometer wordt vervaardigd door Boyle. Als vulvloeistof wordt ethylalcohol (het gewone alcohol uit dranken) gebruikt.
 1659 Bouillon vervaardigt in dit jaar de eerste kwikthermometer. Bij dit type was net zoals bij het type van Galillei (1592) het capillair aan de bovenzijde open.
 1663 Robert Boyle bedenkt de naam barometer. In 1662 ontwerpt hij zijn beroemde gaswet, de wet voor ideale gassen: de relatie tussen druk en volume.
 1675 Isaac Newton ontwikkelt zijn theorie over het lichtspectrum.
 1686 Edmund Halley ontdekt en beschrijft voor het eerst de relatie tussen de luchtdruk en hoogte boven zeeniveau. Ook ziet hij als eerste de verbanden tussen passaatwinden en moessons (het algehele windpatroon).
 1697 De Leidse filosoof Wolfert Senguerd begint met het dagelijks noteren van de standen van verschillende barometers en thermometers.
 19-12-1705 Waterbouwkundige en cartograaf Nicolaus Samuelis Cruquius  start in Delft driemaal daags met aflezingen van temperatuur, luchtdruk, vocht en neerslag. Hij maakt gebruik van primitieve instrumenten, zoals een opvangbak voor de regen en een luchtthermometer. Dit instrument bestond uit een afgesloten U-vormige buis, waarvan een uiteinde uitmondde in een met lucht gevulde bol. Bij verwarming zette de lucht uit en werd de vloeistof in de buis omlaag gedrukt.
 1709 Daniel Gabriel Fahrenheit past voor het eerst vloeistof toe in een thermometer, alcohol.
 1710 Daniel Gabriel Fahrenheit ontwikkelde ook de naar hem genoemde temperatuurschaal, die in sommige (Angelsaksische) landen nog steeds wordt gebruikt. De schaal was gedefinieerd volgens drie punten: de temperatuur van een mengsel van water, ijs en keukenzout (0° F), het vriespunt van water (32° F) en de temperatuur van het menselijk lichaam (geschat op 96° F).
 1714 Daniel Gabriel Fahrenheit past voor het eerst kwik toe in een thermometer.
 1724 Fahrenheit ontdekt onderkoeld water, de vloeibare vorm van water bij een temperatuur beneden het vriespunt, het verschijnsel dat op het aardoppervlak ook ijzel veroorzaakt.
 1735 De Engelse astronoom Hadley geeft de eerste en redelijk correcte theorie over het ontstaan van de passaatstroming. Hij stelde dat lucht aan de equator moet opstijgen ten gevolge van de verhitting door de zon, waarna deze lucht in de hogere niveaus naar hogere breedten wegstroomt en daarbij naar het oosten afbuigt. Ook dankt de naam Hadleycel aan hem.
 1742 In 1742 introduceerde Anders Celsius, een Zweeds astronoom, een schaal waarop het nulpunt het kookpunt van water was en het vriespunt bij 100° lag. Deze 'omgekeerde' schaal was bedoeld om in de winter negatieve temperaturen te vermijden.
 1745 In 1745 werd de schaal omgedraaid door de Zweedse natuuronderzoeker Carolus Linnaeus en deze schaal is nu bekend als de Celsiusschaal
 1752 Benjamin Franklin toont voor het eerst middels een vliegerproef aan dat de bliksem een elektrisch verschijnsel is, kort daarna vindt hij ook de bliksemafleider uit.
 1756 William Cullen ontdekt dat door verdamping lucht afkoelt.
 1780 De eerste hoogtewaarneming was op een bergstation.
 1784 Het verband tussen temperatuur en hoogte wordt ontdekt.
 1790 De Engelsman Dalrymple ontwerpt in navolging op een molenschaal van Smeaton de eerste windschaal voor maritiem gebruik.
 1800 William Herschel ontdekt dat dankzij de zon door voorwerpen infrarode straling wordt uitgezonden.
 1801  Johann Ritter ontdekt de ultraviolette straling.
 1802 Jean-Baptiste Lamarck publiceert voor het eerst iets over wolken. In het Latijn beschrijft Luke Howard in december van dat jaar voor het eerst een vrij complete wolkenclassificiatie, "On the modification of clouds".
 1802 John Dalton toonde aan dat de hoeveelheid waterdamp die nodig was om lucht te verzadigen sterk afhing van de temperatuur. Dit leidde tot de begrippen dampdruk, verzadigingsdruk en relatieve vochtigheid
 1804 John Dalton komt met zijn wet van partieële druk (totale druk = som van de druk die gassen afzonderlijk uitoefenen), de wet van Dalton.
 1806 Admiraal Beaufort neemt op 13 januari de windschaal (schaaldele 0-13) over in zijn journaal aan boord van het Engelse fregat HMS Woolwich.
 1807 Beaufort rondt zijn windschaal af. Schaalnummers 1 en 2 voegt hij samen zodat een 12 delige schaal ontstaat. In dit jaar besluit hij ook om een beschrijving van de zeilvoering van een oorlogsfregat zeilend onder verschillende windomstandigheden toe te voegen.
 1820 De Duitser W. Brandes schreef over het verband tussen luchtdrukverdeling en wind. Brandes zag kans aan de hand van kaarten vast te stellen dat stormen steeds in de buurt van lagedrukgebieden optraden.
 1823 Heinrich Olbers ontdekt waarom het in de ruimte donker is.
 1826 Sinds dit jaar houdt het astronomisch observatorium in Brussel zich al eerste bezig met meteorologie in Europa (vermoedelijk ook in de wereld). België hoorde toen nog bij Nederland.
 1831 William Redfield ontdekt na de passage van een orkaan in New England dat de bomen in een verschillende richting zijn gevallen en suggereert dat de wind rond een lagedrukgebied tegen de wijzers van de klok in waait.
 1832 Door de Engelsman Samuel Morse werd de telegraaf uitgevonden. Deze werd al snel toegepast voor het onderling uitwisselen van weergegevens, zodat men "stormen zag aankomen". In die tijd begon men de weergegevens in kaart te brengen.
 1833 In het Belgische Ukkel wordt het KMI opgericht, het Belgisch Meteorologisch Instituut, de eerste in Europa.
 1835 Gustav-Gaspard Coriolis ontdekt dat de beweging van luchtdeeltjes door de rotatie van de aarde wordt afgebogen en noemt deze schijnbare kracht de Coriolis kracht.
 1838 Op 28 december wordt de windschaal van Beaufort officieel in Engeland ingevoerd bij de Engelse marine.
 1842 Het principe van het Doppler-effect wordt door Christian Doppler in theorie bedacht.
 1843 Het weerkundig observatorium Den Helder wordt in augustus 1843 op de dijk opgericht. Het bestond uit wat gebouwtjes en een toren die bekend werden als waarnemingsstation de Windwijzer.
 1846 De meest algemene rotatieanemometer, de windsnelheidsmeter, werd het eerst beschreven door T.R. Robinson. Het bestaat uit drie of vier holle halve bollen of kegels die zijn bevestigd aan een draaibare verticale as.
 1847 De eerste meteorologische publicatie van Buys Ballot, de maandelijkse variaties van de temperatuur over het gehele jaar, verschijnt.
 1848 William Thomson Kelvin maakt de gelijknamige temperatuurschaal af. De eenheid Kelvin is nog steeds de officiele natuurkundige eenheid voor de temperatuur.
 1848 Op 1 december beginnen Buys Ballot en Krecke op het bolwerk Sonnenborgh een reeks van waarnemingen die onafgebroken zou voortduren.
 1849 Joseph Henry in Washington plot dagelijks weerkaarten op basis van telegrafische berichten die m.b.v. morsen binnenkomen.
 1850 Buys Ballot begint met het tekenen van de eerste weerkaarten.
 1851 Het eerste Nederlandsch Meteorologisch Jaarboek verschijnt bij het KNMI met daarin jaar- en maandtabellen van waarnemingen op de Sonnenborgh te Utrecht en de andere stations in Nederland over de jaren 1849 en 1850, bewerkt door Krecke en Buys Ballot.
 1851 In dit jaar ook waarnemingen in Utrecht, Leeuwarden, Groningen, Den Helder en verder op particuliere stations te Breda, Assen en Nijmegen gemaakt.
 1852 Joule en Thomson bemerken dat een uitzettend gas energie kost en uiteindelijk voor afkoeling zorgt.
 1852 Buys Ballot doet op 19 juli aan de minister van Binnenlandse Zaken het voorstel om een Meteorologisch Instituut op te richten.
 1853 Minister Thorbecke brengt een persoonlijk bezoek aan Sonnenborgh in Utrecht. Hij raakt overtuigd van het feit dat een Nederlands Meteorologisch Instituut een toekomst heeft. Hij verleent een krediet uit de staatskas van fl. 5000,-.
 1854 Het KNMI - het landelijk meteorologisch instituut - wordt bij Koninklijk besluit van Koning Willem III op 31 januari opgericht. Stichter en eerste directeur (tot 1890) is Christophorus Henricus Didericus Buys Ballot.
Tot 1 mei 1897 zetelt het KNMI in het bolwerk Sonnenborgh te Utrecht. In de loop van dat jaar verhuist het naar "Het Klooster" aan de Wilhelminalaan in De Bilt. In dit gebouw, dan landhuis Koelenberg genaamd, huisde voorheen een strenge vrouwelijke benedictijnenorde. Een houten toren die aan de villa was vastgebouwd, deed dienst als waarnemingscentrum. De houten constructie was nodig om verstoring van de magnetische instrumenten te voorkomen.
 1854 In dit jaar wordt ook de windschaal van Beaufort in Nederland opgenomen in het scheepsmeteorologisch journaal (ook wel Extract-Journaal genoemd). In de periode voor 1898 gaat men bij het KNMI niet verder dan windkracht 11. Om 4 uur 's morgens, 12 uur 's middags en 20 uur 's avonds wordt "de meest heerschende windrichting en windkracht" genoteerd.
 1857 De Wet van Buys Ballot wordt voor het eerst gepubliceerd bij de Koninklijke Academie van Wetenschappen in Amsterdam:
 

Als men op het noordelijk halfrond op de grond staat en de wind in de rug heeft, heeft men de lage druk links voor en de hoge druk rechts achter. Op het zuidelijk halfrond ligt voor een waarnemer die met de rug in de wind staat de lage druk rechts voor en de hoge druk links achter.
 1860 De Britse meteoroloog Glaisher doet een serie weerballonoplatingen, ballonnen die een hoogte van ca. 9 km bereiken. Op 1 juni begint in Nederland een proefperiode met het uitgeven van stormwaarschuwingen.
 1864 De officiële stormwaarschuwingsdienst wordt op 20 Februari ingesteld. Met optische seinen (kegels, cilinders, ballen en lantaarns) worden mensen gewaarschuwd.
 1871 Tyndall and Rayleigh ontdekken de verstrooiing van licht en ook waarom de hemel blauw is.
 1873 De International Meteorological Organization (IMO) wordt opgericht om wereldwijd samen te werken op het gebied van weer en klimaat. In de Verenigde Staten wordt de eerste waarschuwing voor een tropische orkaan uitgegeven.
 1874 Aan de schaal van Beaufort wordt door de Engelsman R.H. Scott equivalente windsnelheden gekoppeld. Later blijkt dat de snelheden 20-40% te hoog liggen.
 1879 Josef Stefan doet de empirische ontdekking van zijn stralingswet van Stefan.
 1890 In januari start het KNMI (toen nog op de Sonnenborgh in Utrecht) met de publicatie van de eerste weerkaarten.
 1890 Op 3 februari, overlijdt Buys Ballot - eerste hoofddirecteur van het KNMI - te Utrecht.
 1892 De eerste officiële weerballon gaat de lucht in.
 1897 Op 1 mei verhuist het KNMI naar landhuis Koelenberg in De Bilt waar tegenwoordig nog de seismologische dienst is gehuisvest.
 1900 Nederlandsch Tijdschrift voor Meteorologie wordt opgericht.
 1900 De oprichting van de Vereeniging voor Weer en Sterrenkunde door Christiaan A.C. Nell en leidde in deze jaren ook de Nederlandsche Weerkundige Vlieger Vereeniging.
 1900 In de staat Texas komen ca. 6000 mensen om door de Galveston orkaan.
 1900 In het Extract-Journaal (scheepsweerjournaal) van het KNMI wordt nu 6 maal per dag de windrichting en windkracht genoteerd, nu ook evt. met windkracht 12.
 1902 Fransman Teisserenc de Bort ontdekt tijdens een ballonoplating de stratosfeer.
 1908 Eerste ballonvluchten om bovenluchtwaarnemingen te doen worden uitgevoerd.
 1909 Op 19 april bereikt Robert Edwin Peary als eerste de noordpool.
 1911 Marinus Meel, vliegtuigbouwer verleent aan Cannegieter toestemming om op de Fokker D-XVI een meteorograaf te monteren. Dit apparaat schrijft de luchtdruk, temperatuur en vochtigheid tijdens de vlucht.
 1911 De Noor Roald Amundsen bereikt als eerste mens de zuidpool.
 1913 Op 1 juli wordt Luchtvaart Afdeling (LVA) opgericht. Als eerste vliegveld wordt Vliegheide Soesterberg (thans een grote vliegbasis) in het leven geroepen. Daar wordt tevens een meteorologisch vliegerstation geïnstalleerd.
 1917 In dit jaar verving het KNMI de houten toren van 30 meter door een betonnen exemplaar. De toren, met later daarin een weerradar, is het symbool geworden van het KNMI en heet in de volksmond de Kopspijker.
 1917 In 1917 verzoekt het KNMI de Minister van Oorlog om vliegtuigen van de LVA meteorologische hoogtevluchten te laten uitvoeren. Tot 1920 wordt dit "weerberichtvliegen" onregelmatig gedaan.
 1918 Op de Noorse school, een groep meteorologen in Bergen, wordt de frontentheorie ontwikkeld wat veel meer inzicht geeft in het weer en de analyse van weerkaarten.
 1918 Jack Bjerkness, zoon van Vilhelm Bjerkness, kwam met een depressiemodel. De benamingen warmtefront en koufront zijn dan nog niet te vinden, al werden dit toch vrij snel de begrippen waarmee voor- en achterkant van de warme lucht werden aangeduid.
 1919 Bergeron voegt er een derde type front aan toe: het occlusiefront.
 1919 Op 6 november 1919 verzorgd Ingenieur Steringa Idzerda was de eerste die in Nederland de eerste officiële radio-uitzendingen
 1920 Solberg bedenkt een model voor zogenaamde depressiefamilies.
 1922 De eerste bescheiden weerdienst voor de Luchtvaartafdeling opgericht.
 1923 Uit dit jaar stamt het nog steeds in gebruik zijnde klimaatsysteem van Vladimir Köppen. Volgens zijn wijze van indelen worden de landen ingedeeld naar een klimaattype met name aan de hand van de gemiddelde temperaturen en hoeveelheden neerslag en formules die daaraan gekoppeld zijn. Hij lette daarbij vooral op de verschillen in vegetatie op aarde.
 1924 KNMI, De Bilt zendt voor het eerst via de eigen zender "Fort Vossegat" weerberichten de ether in. Met tussenpozen van hooguit twintig minuten worden de weerberichten uitzonden.
 1927 De eerste officiële weercode wordt verspreid en toegepast. Nog steeds een internationaal werkend systeem waardoor er geen taalproblemen voorkomen.
 1928 De radiosonde wordt door de Rus Pavel Aleksandrovich Moltchanoff uitgevonden.
 1932 De eerste Internationale Atlas Der Bewolking En Toestanden Van Den Hemel verschijnt.
 1933 Tor Bergeron bewijst samen met Findeisen de tot op heden belangrijkste theorie voor het ontstaan van neerslag.
 1936 Het weer wordt door persbureau Vaz Dias als vast item opgenomen in de nieuwsberichten op de Nederlandse radio. Vaz Dias was voorloper van het ANP.
 1938 Het KNMI richt een meteodienst op de luchthaven Schiphol op.
 1943 Een Amerikaanse piloot voor het eerst (het oog van) een orkaan binnen.
 1944 Tijdens de vluchten van Amerikaanse militaire piloten boven Japan, wordt de straalstroom (de jetstream) ontdekt.
 1944 Op de conventie van de Verenigde Naties wordt in Chicago de ICAO opgericht, een organisatie die zich wereldwijd bezighoudt met de bevordering van de vliegveiligheid. ICAO, met hoofdkantoor in Montreal, kwam voort uit de IATA die in 1919 in Den Haag werd opgericht.
 1945 Op 4 juni marinekamp Valkenburg begint een reeks van waarnemingen, het eerste militaire onderdeel dat hieraan begint.
 1945 Op 14 september wordt er een telexverbinding tussen het KNMI en Schiphol verwezenlijkt.
 1946 In De Bilt wordt een apart Meteorologisch Detachement opgericht, welke zich later met meteorologische opleidingen zou gaan bezighouden.
 1947 Dit jaar krijgt het Nederlandse weerbericht een eigen plaats op de Hilversumse zenders. 's Ochtends om 05.45 uur en 07.15 wordt overgeschakeld naar een studiocel van het KNMI waar behalve de verwachting ook het weeroverzicht en weerrapporten wordt gedicteerd.
 1947 De windschaal van de Duitse zeilkapitein Petersen wordt officieel aan de schaal van Beaufort toegevoegd. Deze schaal is vooral gebaseerd op het uiterlijk van de zee en het geluid en toestand van de rollende cq. brekende golven.
 1950 De IMO (zie 1873) wordt op 23 maart omgedoopt tot WMO, Wereld Meteorologische Organisatie. Op deze datum is nu elk jaar de Wereld Meteorologische Dag. In 1951 is de WMO operationeel. 29 lidstaten hebben zich verenigd met als doel de communicatie van weerkundige waarnemingen en onderzoeken te bevorderen.
 1950 In de Verenigde Staten de eerste relatief betrouwbare numerieke weersverwachting opgesteld. De in Hongarije geboren wiskundige John von Neumann  en zijn collega's maakten deze verwachting met een primitieve computer, de ENIAC (Electronic Numerical Integrator And Computer).
 1951 Op 7 oktober is het eerste weerbericht op de Nederlandse televisie te zien tijdens een tweede experimentele TV-uitzending van de NTS. Weerman is Cor van der Ham, KNMI-meteoroloog. Diezelfde avond wordt ook een uitgebreide bijdrage over het weer uitgezonden in het VPRO-programma "de mens en zijn liefhebberijen". Daarin wordt aan de Friese onderwijzer Hans de Jong, toen nog weeramateur en later weerman van de NCRV, ruim aandacht geschonken.
 1953 In Amerika worden vanaf nu aan de tropische stormen meisjesnamen gegeven.
 1953 Armand Pien, meteoroloog bij het KMI in Ukkel, treedt in dienst als weerman bij de BRT.
 1953 1 februari: één van Nederlands grootste natuurrampen treedt op: de watersnoodramp waarbij op meer dan 90 plaatsen dijken in Zeeland, Zuid-Holland en West-Brabant doorbreken. In totaal komen 1835 mensen om het leven. Meer dan 140.000 ha. land komt onder water te staan.
 1954 Bij het 100-jarig bestaan van het KNMI in dit jaar waren er vijf afdelingen: Algemene Dienst, Weerdienst en Luchtvaartmeteorologie
Klimatologie en Landbouwmeteorologie, Oceanografie en Maritieme Meteorologie en Geophysica
 1956 De allereerste neerslagradar wordt in de Verenigde Staten operationeel.
 1959 Het KNMI krijgt zijn eerste weerradar op de luchthaven Schiphol.
 1960 Op 1 april wordt de eerste weersatelliet, de TIROS, in de Verenigde Staten gelanceerd. De foto's waren in het zogeheten zichtbaar licht.
 1962 de eerste weerradar op de KNMI-toren van De Bilt te staan. De waarnemingen worden met de hand gedaan
 1965 In Hilversum wordt een nieuw weercentrum geopend, het Luchtmacht Meteorologisch Centrum.
 1966 Met de lancering van TIROS 8 in 1966 wordt een nieuw systeem geïntroduceerd, waardoor de televisiebeelden overal ter wereld direct kunnen worden ontvangen (APT = automatic picture transmission).
 1969 In 1969 wordt de schaal door Herbert Saffir ontworpen. Robert Simpson, directeur destijds van het NHC voegde de storm surge (wateropzet boven normale getij) hieraan later toe. Deze schaal bepaalt aan de hand van o.m. luchtdruk, stormvloed en maximaal gemiddelde windsnelheden de sterkte van een orkaan. Hieraan gerelateerd is de sterkte en mogelijke schade van een tropische orkaan. In de Atlantische Oceaan gelden vijf categorieën, waarbij categorie 5 de sterkste is.
 1972 In dit jaar wordt door de Tropical Prediction Center (nu bekend als de National Hurricane Center) de schaal van Saffir/Simpson in gebruik genomen.
 1972 In dit jaar moest het monumentale complex ter hoogte van de Coenraadbotstraat in Den Helder wegens de dijkverzwaring gesloopt worden en verhuisde het KNMI weerstation naar het marinevliegkamp De Kooy waar het op 1 augustus als officieel synoptisch station (06235) geopend wordt.
 1973 Na jaren van ruimtegebrek nam het KNMI te De Bilt een nieuwe vleugel in gebruik. Ook in de periode na 1973 maakte het weerkundig instituut een groei door, waardoor de behuizing binnen tien jaar opnieuw te klein was.
 1973 Tijdens een conventie werd er een Europees samenwerkings-verband opgericht voor het maken van middellange termijnverwachtingen. Het is begonnen als een project van de "European Cooperation in Science en Technology" - Europees samenwerkingsverband voor wetenschap en techniek.
 1974 De Amerikanen Mario J. Molina en F. Sherwood Rowland ontdekken dat CFK's het ozonlaag kunnen afbreken.
 1975 De eerste GOES, de GOES-1 wordt gelanceerd en is de eerste weersatelliet in een (geo)stationaire baan.
 1975 Saffir en Simpson ontwikkelen een schaal voor tropische orkanen om hun sterkte en categorie mee uit te kunnen drukken.
 1976 De TOR (Telex Over Radio) en de radiofax worden steeds meer gemeengoed, met name op zeeschepen. Hierdoor wordt de weerinformatievoorziening aan schepen sterk verbeterd, doordat veel weerinstituten, zoals Offenbach (DWD) via de lange- en kortegolfradio een zeer uitgebreide service bieden.
 1976 Bij het KNMI worden de eerste plotmachines van het type XYnetics aangeschaft. Een jaar later worden ze operationeel. Het papier werd plat op een soort tafel neergelegd waarboven de plotpennen in alle richtingen verplaatst konden worden.
 1977 De eerste van een serie Europese weersatellieten wordt op 1 november gelanceerd met de naam Meteosat 1, een geostationaire satelliet die op 36.000 km boven de evenaar in de buurt van Lagos haar positie inneemt.
 1978 De GOES-3 wordt op 16 juni gelanceerd, de eerste weersatelliet die op basis van infraroodtechniek zowel overdag als 's nachts opnamen van de weerpatronen kan maken.
1978 De eenheid van druk officieël over van Bar naar Pascal. Voor de weerkundigen betekent dat voortaan Hectopascal (hPa) i.p.v. Millibar (mbar).
 1979 In juni 1979 werden in de Engelse plaats Reading door het ECMWF(European Center for Medium Range Forecasts) de eerste middellange termijnverwachtingen opgesteld.
 1979 Op 1 augustus 1979 werden deze verwachtingen operationeel. Originally a COST (European Cooperation in Science and Technology) project, the Centre was established in 1973 by a Convention. The first real-time medium-range forecasts were made in June 1979. The Centre has been producing operational medium-range weather forecasts since 1 August 1979.
 1981 De SYNOP, de internationale weercode die (bijna) uurlijks door meer dan 9000 weerstations onder auspiciën van de WMO wordt 1-januari gemaakt, krijgt een drastische metamorfose. Vooral in de regelgeving als in de volgorde van de elementen verandert veel. Ook de herkenbaarheid van bepaalde elementen verbetert in sterke mate.
 1982 Na bijna 14 jaren van het scherm te zijn verdwenen, keert de weerman terug op TV, eerst alleen in het late NOS-journaal.
 1985 Voor het eerst wordt door onderzoek een gat in de ozonlaag boven Antartica ontdekt. Hiermee wordt de theorie van Paul Crutzen waarheid.
 1986 In Wageningen wordt het eerste particuliere en commerciële weerbedrijf opgericht met de naam Meteoconsult. Directeur is Harry Otten.
 1988 De NOS heeft nu ook in het 8-uur journaal een uitgebreide rubriek.
 1990 Op de Nederlandse Teletekst begint KNMI-er Harry Geurts op pagina 717 de educatieve weerrubriek Nader Verklaard.
 1991 Op 30 maart wordt het eerste particuliere weercentrum in Nederland, dat van Jan Versteegt in Tolkamer, geopend door Jan Pelleboer.
 1992 De nestor van de weermannen in Nederland en ooit meteoroloog bij het KNMI, Jan Pelleboer, overlijdt.
 1992 Op augustus worden het zuiden van Florida en Louisiana getroffen door orkaan Andrew; deze veroorzaakt een schadepost van 50 miljard gulden, de meest kostbare orkaan in de USA
 1992 In september wordt met de oprichting van de LMG (Luchtmacht Meteorologische Groep) de LMC (Luchtmacht Meteorologisch Centrum, onderdeel van LVMG) en de LMS (Luchtmacht Meteorologische School) gefuseerd. De LMG vormt als klein en zelfstandig onderdeel het overkoepelende orgaan voor de weerkundige diensten binnen de krijgsmacht. De LMG is gezeteld op de vliegbasis Woensdrecht.
 1993 De METAR, een weercodevorm voor de luchtvaart, wordt 1 juli drastisch gewijzigd.
 1994 Steeds meer meteorologische instuten, zoals de DWD (Offenbach) stoppen om commerciële redenen met de distributie van uitgebreide weergegevens als verwachtingsmodellen en analyses per radiofax (facsimile).
 1994 De NOS breidt de hoeveelheid zendtijd voor het weerbericht uit.
 1995 Het KNMI neemt in samenwerking met de Koninklijke Luchtmacht een eigen onweersdetectiesysteem in gebruik, SAFIR, een Frans systeem.
 1995 Het Internet is in opmars. Steeds meer mensen ontdekken dat hier veel weerinformatie, zoals bijvoorbeeld satelietfoto's, op te vinden is.
 1996 Vanaf dit jaar doet in Nederland de Doppler-radar zijn intrede. Zowel in Den Helder als op het KNMI worden 2 nieuwe radars geïnstalleerd.
 1997 De laatste in een serie satellieten van Meteosat, de Meteosat 7, wordt gelanceerd.
Deze is thans nog voor Europa in gebruik en zal t.z.t worden vervangen door een nieuwe generatie satellieten, Meteosat Second Generation.
 1997 De animaties en satellietfoto's bij het TV-weerbericht in de journaals bij de NOS hun intrede
 1998 Het warmste jaar in de afgelopen duizend jaar wereldwijd. Gemiddeld wordt een temperatuur van 14,6 graden berekend en dat is maar liefst 0,9 graden warmer dan het gemiddelde van 1856-1899. In Nederland is het op veel plaatsen een recordnat jaar met 1240 mm in De Bilt. Vooral de herfst was op veel plaatsen recordnat.
 1999 Een nieuw weerbedrijf, Weerbureau HWS (Holland Weather Services) gaat op 1 april van start. Dit is een gevolg van het feit dat het KNMI zijn commerciële activiteiten op die datum beëindigt en daarmee overdraagt aan het nieuwe weerbedrijf in Soest.
 1999 Op 1 mei wordt ex-weerman Hans de Jong uit Gorredijk in het zonnetje gezet. Hij is dan precies 50 jaar in dienst als regenwaarnemer van het KNMI.
 2000 Bij het KNMI start men met het CLIWOC-project waarbij klimatologen uit Nederland, Engeland en Spanje samenwerken en de tientallen duizenden gegevens uit scheepsjournalen en logboeken analyseren en vastleggen. Maritiem meteoroloog Frits Koek is verantwoordelijk voor de database waarin uiteindelijk alle weersgegevens terechtkomen. Günther Können is verantwoordelijk voor de internationale coördinatie.
 2002 Op 29 augustus om 00.45 uur Ned. zomertijd werd vanaf de basis bij Kourou (Frans-Guyana) de eerste van een nieuwe serie van weersatellieten gelanceerd, de MSG-1 (Meteosat Second Generation). Deze zullen de verouderde Meteosats vervangen.
 2002 Op 28 november om 12.15 utc (13.15 uur Ned. tijd) ontving het Duitse Eumetsat de eerste beelden van de moderne geostationaire weersatelliet MSG-1 (Meteosat Second Generation). Elke 15 minuten kunnen we van deze satellieten beelden in maar liefst 12 verschillende kanalen ontvangen. Behalve dat is de resolutie van de beelden sterk verbeterd.
 2003  Nederland herdacht de watersnoodramp uit 1953, op deze dag 50 jaar geleden.
 2003 In de ochtend van 22 september overleed de bekende Belgische weerman Armand Pien in zijn woonplaats Hoeilaart. Hij stierf aan de gevolgen van een hartaanval. De meeste bekende weerman van Belgie werd 83. Hij kwam voor het eerst op televisie in 1953 bij de BRT. In 1985 ging hij met pensioen bij het KMI. Pas op 31 augustus 1990 presenteerde hij voor de BRT zijn laatste weerpraatje. Hij verzorgde ruim 5.000 weerpraatjes op televisie en 3.000 op de radio.
 2004 De SCIAMACHY sateliiet met het nieuwe satellietinstrument (OMI), wordt in juli 2004 gelanceerd, zal in nog veel meer detail in staat zijn luchtvervuiling in kaart te brengen. Het onderzoek van OMI wordt geleid door het KNMI.
 2004 Op 1 september gaat Meteo Julianadorp van start.
 2005 Op 15 Juni gaat www.meteo-julianadorp.nl officieel van start.
 2005  Op 22 juni 2005 overleed in zijn woonplaats Bilthoven op 92 jarige leeftijd oud KNMI-meteoroloog Klaas Rienk
 Postma. De zeer gedreven meteoroloog was een geboren weerkundige en heeft zijn hele leven belangrijke
 bijdragen geleverd aan de meteorologie. Belangrijk was zijn rol als één van de verantwoordelijke meteorologen
 bij de Watersnoodramp van 1953. Hij zag de ramp ruim op tijd aankomen en heeft samen met collega meteoroloog
 dr. H. Bijvoet alles in het werk gesteld om een van de twee Hilversum radiozenders, die toen nog geen
 nachtuitzendingen hadden, tijdens de rampnacht speciaal in de lucht te houden. Die mogelijkheid werd hen die
 nacht ontnomen hetgeen in de weerkamer een ontzettend gevoel van onmacht gaf.
 2005 augustus  Op 28 augustus 2005 wordt de New Orleans getroffen door de orkaan Katrina.  Kort voor Katrina aan land ging
 zijn in de Golf van Mexico nog windstoten gemeten van 280 km/uur. Katrina groeide boven het extreem warme
 water van de Golf van Mexico uit tot een hurricane van categorie 5, de hoogste klasse op de schaal
 voor hurricanes.