| |
Weer en samenleving
1.1
Het KNMI De weerdienst van het KNMI is er ook voor úw veiligheid.
De meteorologen houden het weer voortdurend in de gaten. Wanneer zwaar weer op
komst is, wordt dat tijdig onderkend. Eventuele gevaren voor diverse groepen in
de samenleving worden ingeschat en zo nodig waarschuwen we zelfs héél
Nederland.
De meest extreme vorm van waarschuwing is het weeralarm, dat in
Nederland wordt uitgegeven door het KNMI. Op de KNMI internetsite www.knmi.nl
komt een waarschuwing (zie figuur), NOS-teletekstpagina 710 meldt wat er aan de
hand is, er gaan talrijke SMS'jes de deur uit
en alle weerberichten op radio en
tv, ongeacht van welke bron die afkomstig zijn, maken melding van het weeralarm.
Een weeralarm is een ernstige waarschuwing voor zwaar weer waarin ook aangegeven
wordt wat de gevolgen van dat extreme weer kunnen zijn. Zo'n alarm kan het hele
jaar door worden uitgegeven voor zware stormen, zeer zware windstoten en zwaar
onweer. In de winter is het aantal mogelijke gevaren nog groter: ijzel, zware
sneeuwval en sneeuwstormen kunnen het verkeer totaal ontregelen en delen van het
land onbereikbaar maken. Mist ontbreekt in het rijtje van gevaarlijke of overlast
veroorzakende weersverschijnselen; hoewel mist zeer verraderlijk kan zijn, komt
het verschijnsel te vaak voor en veelal op een te beperkte schaal om er steeds
alle alarmbellen voor te doen rinkelen.
In dit hoofdstuk komen eerst de weersomstandigheden
aan bod die aanleiding kunnen geven tot levensbedreigende situaties waarvoor het
KNMI door middel van een weeralarm waarschuwt. Daarna gaan we in op verdere gevaren
en ongemakken die door het weer kunnen worden veroorzaakt. Vervolgens komen de
waarschuwingen voor de luchtvaart aan bod en gaan we in op de meteorologische
begeleiding bij calamiteitenmanagement. In volgende hoofdstukken komen de drijvende
krachten achter extreme, maar ook gewone weersituaties aan bod
en wordt dieper
ingegaan op de verschillende weerelementen.
|
1.2
Gevaarlijk weer en weeralarm |
1.2.1 Zware storm
Bij een zware storm, of windkracht 10, bereikt de wind gemiddeld
over 10 minuten een snelheid van minstens 90 km/u.
Haalt de wind
de 103 km/u dan wordt gesproken van zeer zware storm, windkracht
11. Tijdens windstoten liggen de snelheden bij een storm
gewoonlijk nog enkele tientallen km/u hoger. Bij zware stormen
waaien bomen omver en vliegen dakpannen in het rond.
Tenten
waarin evenementen worden gehouden, waaien stuk of worden
weggeblazen.
Storm kan in Nederland het hele jaar door voorkomen, maar de
kans op een zware en langdurige storm is het grootst in het
zogeheten stormseizoen: de periode oktober tot en met maart. De
zwaarste stormen, in ons land, meestal uit richtingen tussen
zuidwest en noordwest, worden veroorzaakt door depressies die
over de Noordzee koersen.
Voor zware stormen wordt gewaarschuwd door het uitgeven van een
weeralarm. De beroepsvaart en de recreatieve scheepvaart worden
al gewaarschuwd vanaf windkracht 6 of 7.
1.2.2
Stormvloeden
Zware stormen kunnen leiden tot een sterke opstuwing
van
het zeewater en daardoor tot een aanzienlijke verhoging
van de zeespiegel langs de kust; we spreken
dan van een
stormvloed. De trechtervorm van de zuidelijke Noordzee
werkt vooral bij noordwesterstorm extra opstuwing in de
hand, die groter is naarmate de storm langer aanhoudt.
De opstuwing bedreigt duinen en dijken het meest als ze
samenvalt met het springtij; de waterstand is dan
tijdens hoogwater toch al extra hoog en het windeffect
leidt tot nog eens verdere verhoging.
Gemiddeld eens in de twee jaar hebben we een lage
stormvloed, die de dijken gemakkelijk aankunnen.
Gevaarlijker, maar ook zeldzamer zijn middelbare (eens
in
de tien tot honderd jaar) en hoge stormvloeden (eens
in
de honderd tot duizend jaar). De laatste hoge
stormvloed was die van 1 februari 1953. Een stormvloed
op zich is geen reden voor een weeralarm; wel zal er dan
meestal
een weeralarm van kracht zijn in verband met
zware storm of zware windstoten.
1.2.3
Windstoten
Tijdens onstuimig weer moet het verkeer rekening houden
met gevaarlijke windstoten. Vooral windvlagen van opzij
kunnen een auto of vrachtauto in de berm doen belanden.
Slagregens of andere neerslag die vaak samengaan met
zware windstoten, kunnen de toestand op de weg nog
gevaarlijker maken. Met name aanhangers en caravans
zijn
al gauw een speelbal van de wind. Soms worden wegen,
dijken en bruggen afgesloten voor auto's met aanhangers
en caravans.
Zware windstoten zijn windvlagen van meer dan 75 km/u en
bij zeer zware windstoten zijn windsnelheden mogelijk
van meer dan 100 km/u. Windstoten kunnen het hele jaar
voorkomen, 's winters zeker bij storm en 's zomers
vooral tijdens onweersbuien. |
|
 |
|
Figuur 1. Stormdepressie boven Europa, 30 oktober 2000.
Op de nadering van de depressie gaf het KNMI een weeralarm uit voor zware
storm en zeer zware windstoten.(SeaWiFS-beeld) |
|
Windstoten
tijdens buien zijn het verraderlijkst, doordat de wind dan ineens
enorm toeneemt tot ver boven het gemiddelde. Voor zeer
zware windstoten wordt gewaarschuwd via het weeralarm; zware windstoten
worden vermeld in de verkeersinformatie op de radio en in de
waarschuwingen voor de watersport.
 |
NOAA 14
satellietbeeld van een stormdepressie boven Nederland,
28 mei
2000. Het KNMI gaf een weeralarm uit voor zware windstoten. |
|
|
1.2.4
Zwaar onweer
Bij (opkomend) zwaar onweer met soms ieder seconde een
bliksemflits, kan het heftig tekeer gaan en treden
veelal plotselinge sterke windvlagen, slagregens en
hagel op. Ook in de zomer blijft de hagel soms de hele
dag liggen. Zware onweersbuien ontstaan in een vochtig
overgangsgebied van zeer warm (tropisch) naar veel
kouder weer. Tijdens zo'n bui kan de temperatuur in
minder dan een half uur 10 tot 15°C dalen. De buien
worden het hevigst als er op grote hoogte in de
atmosfeer een zeer sterke wind staat.
De buienwolken kunnen uitgroeien tot ongeveer 15
kilometer hoogte. Ze bevatten een enorme hoeveelheid
onderkoeld water
en op grote hoogte ijskristallen,
waardoor ze veel neerslag kunnen opleveren. Sommige
buien leveren meer dan tien millimeter op in een half
uur.
In zo'n wolkencomplex met sterk stijgende en
dalende luchtstromingen hebben de druppels een lange weg
te gaan voor ze het aardoppervlak bereiken. Daardoor
kunnen ze alsmaar groter worden en dat verklaart de
flinke druppels of hagelstenen die uit een zware bui
vallen.
Zware onweersbuien kunnen hagelstenen zo groot
als tennisballen produceren, die aanzienlijk schade
veroorzaken aan kassen, auto's en gebouwen en aan de
oogst.
Buien groeperen zich vaak in een lijnvormig patroon en
worden voorafgegaan door windstoten. De wind kan al
opsteken als de eigenlijke bui nog tientallen kilometers
verwijderd is, wat zeer verraderlijk is.
Bijzonder zware buien worden soms voorafgegaan door een
rolwolk, een indrukwekkende, scherp begrensde , vaak
inktzwarte wolkenbank. Ook overdag kan het dan
aardedonker worden. Een rolwolk gaat vergezeld van zeer
zware, plotselinge windstoten van soms 100 tot 150
kilometer per uur. Het is een voorkeursplaats voor
windhozen, maar vaak blijft het bij een begin van
hoosvorming in de lucht.
Reikt de slurf van de hoos wel
tot de grond, dan is er sprake van een echte windhoos en
is schade onvermijdelijk. Boven het water van het
IJsselmeer en de Waddenzee komen dan soms waterhozen
voor.
Voor zwaar onweer wordt gewaarschuwd door het uitgeven
van een weeralarm. Minder extreem onweer wordt
gewoonlijk genoemd in de 'gewone' uitstaande
weerberichten. In Nederland komen worden jaarlijks
ongeveer 4 mensen dodelijk door de bliksem getroffen. |
1.2.5 Sneeuwstorm
Sneeuw levert problemen op als het in grote hoeveelheden naar
beneden komt, maar vooral ook als het tegelijkertijd hard waait.
Bij temperaturen onder het vriespunt stuift de sneeuw; die fijne
stuifsneeuw kan het zicht tot een paar honderd meter beperken en
grote
overlast bezorgen. De van de grond opwaaiende sneeuw wordt
driftsneeuw genoemd.
Een sneeuwstorm, in veel landen blizzard genoemd, kan het
openbare leven ontwrichten en soms hele dorpen isoleren. Als
sprake is van een sneeuwstorm wordt het verkeer verlamd doordat
wegen, rails en startbanen geblokkeerd raken door sneeuwduinen.
In een langdurige sneeuwstorm kan de sneeuw bij aanhoudende
vorst tot meters hoge sneeuwduinen opstuiven en kunnen auto's
stranden en insneeuwen.
In ons land duurt het soms jaren voor een volgende sneeuwstorm
opsteekt, maar in sommige winters komen er twee of drie in korte
tijd voor. De laatste sneeuwstorm trad op op 8 februari 1985;
een zeer hevige trof de noordelijke helft van het land medio
februari 1979.
Als zware sneeuwval wordt verwacht, zeker in combinatie met
windkracht 6 of meer, wordt een weeralarm uitgegeven. Voor
minder extreme sneeuwsituaties moet men het doen met de 'gewone'
uitstaande weerberichten.
|
Sneeuw kan
veel overlast veroorzaken voor het verkeer, vooral in
combinatie met veel wind. |
1.2.6 IJzel
IJzel is eigenlijk niets anders dan regen die bevroren is op de
nog bevroren grond of op voorwerpen bij het aardoppervlak. Het
ijslaagje kan
zich op verschillende manieren vormen, meestal aan
het eind van een vorstperiode, wanneer de grond bevroren is. Dat
is goed mogelijk omdat de grond vaak langer koud blijft dan de
lucht die erover stroomt. Een dooiaanval begint gewoonlijk op
enige honderden meters hoogte, waar de minder koude lucht het
eerst binnenstroomt. De koudere vrieslucht heeft door zijn
lagere temperatuur een groter gewicht dan de zachtere lucht;
daardoor blijft de warme lucht 'bovendrijven' en weet de vorst
zich aan het aardoppervlak het langst te handhaven.
De neerslag valt dan in de vorm van regen uit de zachte lucht,
maar de druppels koelen onderweg in de koude lucht weer af.
Zodra de regen
de koude grond of voorwerpen daarop bereikt,
bevriezen de druppels. Het ijs dat zo ontstaat, wordt ijzel
genoemd.
Bevriest de regen al eerder, dan spreekt met van
ijsregen.
Het resultaat is overigens hetzelfde: ook ijsregen kan aan de
grond vastvriezen en een ijslaagje vormen. IJsregen kan ook als
"ronde knikkertjes" op de bodem vallen en wegrollen. In de
weerberichten worden al deze neerslagvormen ijzel genoemd.
IJzel is voor al het verkeer zeer gevaarlijk. Een klein beetje
ijzel kan al gladheid veroorzaken van wegen en trainrails. Het
ijs zet zich ook af op voorwerpen. Takken van bomen die niet
bestand zijn tegen het gewicht van het ijs breken af; draden van
bovengrondse elektriciteitsleidingen knappen of de masten raken
beschadigd. Vliegtuigen worden te zwaar en de verliezen hun
aërodynamische vorm, zodat eerst alle ijs verwijderd moet worden
en de gladheid op de startbaan moet zijn bestreden voor ze
kunnen opstijgen.
In het
voorgaande zagen we dat het weer in sommige gevallen aanleiding
geeft tot levensbedreigende situaties. Via het weeralarm wordt
de samenleving voor verscheidene vormen van extreem of
gevaarlijk weer gewaarschuwd. Een samenvatting van de
omstandigheden waarin weeralarms worden uitgegeven, is te vinden
in de Tabel.
|
1.3 Verdere
gevaren en ongemakken |
In
gevallen zoals hierboven besproken geeft het KNMI een weeralarm
uit; veelal zijn dat levensbedreigende situaties. Bovendien
kunnen weersomstandigheden aanleiding geven tot overlast. Of
deze zich kunnen voordoen, is te horen in het weerbericht of te
zien op teletekst.
Een aantal van deze overlast weersituaties
bespreken we hier.
1.3.1 Mist
Tijdens mist is het zicht door kleine in de lucht zwevende
waterdruppeltjes zo sterk beperkt dat het zicht aan het
aardoppervlak afneemt tot minder dan 1000 meter. Bij dichte mist
is het zicht minder dan 200 meter, bij zeer dichte mist minder
dan 50 meter. In veel gevallen ontstaat
de mist heel
plaatselijk, waardoor het verkeer met gevaarlijke, plotseling
opdoemende mistbanken te maken krijgt. De afname van het zicht
bij dichte en zeer dichte mist brengt voor de weggebruiker grote
gevaren met zich mee. De remweg van een auto is dan namelijk al
gauw groter dan de afstand die de automobilist kan overzien. Bij
vorst kan mist aanvriezen en gladheid veroorzaken.
Bij mist moeten soms veerdiensten
uit de vaart worden genomen.
Vliegtuigen lopen vertraging op of moeten uitwijken naar andere
vliegvelden.
1.3.2 Gladheid
Wanneer de temperatuur op waarnemingshoogte (1,5 m) tot enkele
graden boven het vriespunt daalt, kan zich op de grond al ijs
vormen die aanleiding geeft tot gladheid. Op een heldere avond
koelt het aan het aardoppervlak als regel het sterkst af, zodat
het daar dan het eerst tot vorst komt. Of het ook glad wordt
hangt af van een groot aantal factoren. Niet alleen de
vochtigheid en water op de weg zijn van belang,
maar ook de wind
en vooral de hoeveelheid warmte in de grond kunnen van grote
invloed
zijn. Op bruggen en opritten wordt het eerder glad omdat daar
geen warmte van de ondergrond wordt aangevoerd. Na een
vorstperiode, als de vorst nog in de grond zit, zal het juist op
andere plaatsen van het wegdek eerder vriezen. Dit wordt ook wel
opvriezing genoemd.
Een weg in een ondiep dal, waar de koude lucht naar toe stroomt,
is gevoeliger voor vorst en dus eerder glad dan een hoger
gelegen weg.
Dat geldt ook voor een weg op een noordhelling: die weggedeelten worden
niet door de zon beschenen en zullen overdag in het algemeen langer glad
blijven dan andere delen van de weg. Ook weggedeelten die in de schaduw
van bomen of andere obstakels liggen kunnen langer glad blijven. Andere
factoren die een rol spelen bij het optreden van gladheid zijn de
verkeersintensiteit en eventuele zoutresten op de weg
 |
|
Baan
vegen op Schiphol. |
|
 |
|
Door
gladheid van de wg geraakte auto
(Karel Holvoet) |
|
 |
|
Sneeuwploeg Schiphol. |
|
1.3.3 Zware neerslag en overstromingsregens
Zware neerslag kan zowel op lokale schaal als op grotere schaal
voor grote overlast zorgen. Soms valt uit buien plaatselijk
zoveel neerslag dat kelders en viaducten onderlopen en er een
laag water op de weg blijft staan. Er is sprake van aquaplaning
als water tussen de banden van een rijdende auto en het wegdek
niet snel genoeg door de banden wordt verwijderd. De auto
verliest het contact met de weg en gaat slippen; het
verschijnsel doet zich voor tijdens zware buien. Vanaf
rijsnelheden van ongeveer 80 km/uur neemt bij waterlaagdikten
van meer dan 1 mm de kans op aquaplaning al flink toe. Als er 20
mm neerslag per uur valt of meer, moet op gewone asfaltwegen
rekening gehouden worden met aquaplaning. Doordat regenwater in
de openingen van het zeer open asfaltbeton kan verdwijnen, is de
kans op aquaplaning op wegen, bedekt met dit soort asfalt,
aanzienlijk afgenomen.
Langduriger en grootschaliger neerslag kan leiden tot
overstromingen, zoals die van 1998 op de Zuid-Hollandse en
Zeeuwse eilanden; er viel toen in een etmaal meer dan 100 mm.
 |
|
IJzel |
|
 |
|
Straat
staat blank na zware neerslag. |
|
 |
|
Gladheid
door sneeuw. |
|
De hoge
waterstanden van Rijn en Maas rond de jaarwisseling van
1993/1994 en in januari 1995 zijn een ander verhaal. Niet alleen
de neerslag in Nederland is dan belangrijk, maar ook die in de
brongebieden; voor de Maas zijn dat bijvoorbeeld de Belgische
Ardennen en Noord-Frankrijk.
In beide gevallen werd de
hoogwatergolf voorafgegaan door een lange periode van ruim een
maand gestage en soms intensieve regen in de brongebieden. Deze
raakten daardoor verzadigd met water. Onder die omstandigheden
reageert de Maas sneller en heftiger op nieuwe grote
neerslaghoeveelheden. Bovendien kwam er tegelijkertijd door de
dooi veel smeltwater vrij van de massa's sneeuw die begin
januari 1995 waren gevallen.
Te weinig
neerslag kan ook problemen veroorzaken. In Nederland was er
bijvoorbeeld in de zomer van 1976 een langdurige droogteperiode;
water van het IJsselmeer werd toen de Friese boezem ingepompt om
de agrarische bedrijven aan voldoende water te helpen. Ook in
2003 veroorzaakte de droogte problemen, bijvoorbeeld met de
electriciteitsvoorziening en door uitgedroogde veendijken
(dijkdoorbraak Wilnis).
1.3.4
Vorst
Langdurige vorstperiodes kunnen de normale gang van zaken in de
samenleving eveneens beïnvloeden. Vooral in combinatie met een
harde
wind kan de kou indringend en extreem worden, waardoor
verwarmingen bevriezen, wissels vastvriezen en buiten vertoeven
onaangenaam of zelfs vrijwel onmogelijk is. Bij ijsgang in
rivieren en op het IJsselmeer komt het scheepvaartverkeer stil
te liggen en worden ponten uit de vaart gehaald. Vorst in het
voorjaar vormt een bedreiging voor fruitbomen, gewassen en
tuinplanten.
|
1.4 Gevaren
voor de luchtvaart.
|
 |
|
Neergestort
vliegtuig |
|
Wat het
weeralarm is voor de mensen op de grond is de SIGMET
voor de piloten in de lucht. De SIGMET is een
waarschuwing voor de luchtvaart die wordt uitgegeven
door het KNMI volgens regels voor de
luchtvaartveiligheid die overal in de wereld worden
gevolgd. Ze worden uitgegeven bij zwaar onweer,
ijsaanzetting, turbulentie en andere bedreigingen voor
het vliegverkeer. Tijdens start en landing kunnen
plotselinge veranderingen van de wind langs het gevolgde
pad gevaar opleveren; waarschuwingen hiervoor
verschijnen uitsluitend op de locale informatiesystemen
van de luchthavens. Veel luchtvaartwaarschuwingen zijn
mede gebaseerd op de meldingen van piloten, die zo een
bijdrage leveren aan de veiligheid van collega's en
passagiers.
1.4.1
IJsaanzetting
Voor een veilige reis door de lucht is het van het
grootste belang de mate van ijsvorming op vliegtuigen te
kennen. Deze hangt af van de gemiddelde druppelgrootte,
de vloeibaarwaterinhoud van wolken en het verloop van de
temperatuur over een bepaalde afstand. Vooral kleinere
vliegtuigen ondervinden overlast; de grotere zijn
gecertificeerd om onder omstandigheden te vliegen
waarbij ijsafzetting optreedt. De meeste grote
vliegtuigen beschikken tegenwoordig namelijk over
systemen om ijs te verwijderen, wat de mogelijkheden
verruimt om onder omstandigheden te vliegen waarbij
ijsaanzetting optreedt. |
|
De mate van ijsaanzetting is
niet voor elk type vliegtuig hetzelfde en verschilt van
niveau tot niveau. Als op een bepaalde hoogte de
ijsgroei op de vleugels te groot wordt, is het mogelijk
uit te wijken naar een ander niveau om het ijs weer
kwijt te raken.
1.4.2
Turbulentie
Onder turbulentie verstaat men in de luchtvaart de
ongewenste, al dan niet hevige bewegingsveranderingen
die een vliegtuig soms ondergaat. Bij voortdurend lichte
turbulentie heeft men het gevoel of het toestel over een
met ruwe keien geplaveide weg rijdt. Naarmate de
turbulentie toeneemt, wordt de besturing moeilijker en
zijn instrumenten lastiger af te lezen. Het verstrekken
van voedsel en drank aan passagiers moet bij matige
turbulentie worden gestaakt. Losse voorwerpen
en trollies moeten worden opgeborgen en gezekerd.
De bemanning
en passagiers moeten in de riemen. Matige turbulentie is
onaangenaam maar niet gevaarlijk. Zware turbulentie is echter
wel gevaarlijk. Alles wat los is, vliegt door de cockpit of de
cabine. Alles kreunt en kraakt. Besturing wordt moeilijk tot
onmogelijk en er
kan structurele schade aan het toestel worden
veroorzaakt. |
|
 |
|
IJsaanzetting op een vliegtuig |
|
Turbulentie doet zich voor in gebieden met een harde,
veranderlijke wind of waar temperatuur sterk verandert over
korte afstanden. Veruit het gevaarlijkst is de turbulentie in en
rond een onweerscomplex of buienlijn. Deze kan zo zwaar zijn,
dat startende en landende machines in acuut gevaar komen. De
turbulentie vlak onder een bui of in de basis ervan kan zeer
zwaar zijn, evenals de turbulentie bij windstoten. Potentieel
gevaarlijke turbulentie is aanwezig in en nabij alle
onweersbuien. Een zware bui kan een machine vernielen. De
krachtigste turbulentie treedt op in de wolk in het gebied, waar
opgaande en neerwaartse stromingen bij elkaar komen en waar de
mogelijkheid bestaat van de ontwikkeling van windhozen, waarin
de windsnelheid in een uiterst klein gebied kan oplopen tot 200
kts. Buiten de wolk kan turbulentie optreden tot honderden
meters boven de onweerswolk en tot 30 km opzij ervan.
Turbulentie treedt ook op buiten bewolking.; men spreekt dan van
clear air turbulence (CAT).
1.4.3
Windschering
Windschering is een snelle verandering van de windrichting en/of
-snelheid langs het pad van een vliegtuig. Bij de start en de landing
kan windschering buitengewoon gevaarlijke situaties opleveren.Zo zal een
vliegtuig draagkracht verliezen als de tegenwind die tijdens de start
wordt ondervonden, afneemt. Daardoor wint het moeilijk hoogte; als er
obstakels in de startrichting liggen, kan dit gevaarlijk zijn. Tijdens
de landing komt een vliegtuig bij afnemende tegenwind gemakkelijk te
laag terecht. De piloot geeft 'gas' bij om hoogte te winnen, maar als
hij te sterk corrigeert komt hij te hoog boven de baan aan en is een
"doorstart" nodig.
 |
|
Vuurwerkramp Enschede |
|
1.5
Rampenmanagement
In het voorgaande zagen we een groot aantal gevaren en
ongemakken die werden veroorzaakt door het weer.
Daarnaast zijn er ook rampen met andere oorzaken,
waarbij het weer een rol speelt. Het gaat met name om
rampen en calamiteiten waarbij giftige of radioactive
stoffen vrijkomen. Met behulp van weersverwachtingen kan
worden voorspeld hoe snel en in welke richting deze
stoffen zich zullen verspreiden, waar mensen of vee
gevaar lopen en waar de giftige en radioactieve stoffen
op gewassen terecht kunnen komen. Met deze informatie
kunnen de maatregelen genomen worden om de bevolking zo
goed mogelijk tegen de gevolgen van de ramp te
beschermen.1.6
Samenvatting en conclusies
Het weer kan in sommige gevallen aanleiding geven tot
levensbedreigende situaties. Via het weeralarm wordt de
samenleving daarvoor gewaarschuwd; |
daarnaast hebben
luchtvaart en scheepvaart hun eigen waarschuwingskanalen. Om te weten
wanneer waarschuwingen moeten worden uitgegeven, is kennis nodig van de
atmosfeer, de omstandigheden die zich daarin voordoen en de drijvende
krachten die van belang zijn. Deze zaken komen in volgende hoofdstukken
van dit boek aan de orde
|
|