| |
Weerkundige
waarnemingen worden gedaan met verschillende
instrumenten zoals op Vliegveld De Kooy
in
Den Helder. Alle instrumenten van het vliegveld staan
opgesteld volgens de normen van de World Meteorological
Organization (W.M.O).
 |
|
De meetmast |
|
De Windmeting
Zoals op elk vliegveld of
meetopstelling is de mast waarop
de windsnelheid, windrichting en
luchtdrukmeters in het vrije
veld opgesteld waarbij in een
straal van 500 mtr geen
gebouwen, bomen of ander
obstakels staan die meting kan
beïnvloeden.
|
Boven in de mast met een
hoogte van 10mtr staan
de windrichting en de
windsnelheidmeter
opgesteld, halverwege de
mast is de luchtinlaat
van de luchtdrukmeter
gemonteerd. De
luchtinlaat is met een
pijp verbonden met de
luchtdrukmeter die aan
de voet van de mast is
geplaatst.
De windvaan is zó geconstrueerd dat het
instrument bij zeer zwakke wind al reageert en
bij sterke wind niet teveel gaat slingeren.
De
anemometer bestaat uit drie halve bolletjes die
al vanaf een windsnelheid van 0,5 meter per
seconde gaan draaien.
|
|
 |
|
Windvaan en anemometer |
|
|
Barometer
De barometer bevindt zich aan de
windmeetmast op het waarnemingsterrein. Het is
een zeer nauwkeurige aneroïde barometer. De
meting berust op het meer of minder indrukken
van een vrijwel luchtledig metalen doosje. De
luchtdrukmeter staat in een kast aan de voet van
de mast en door een buis wordt de lucht
aangezogen door een filter inlaat die halve
wegen de mast is gemonteerd. De luchtdruk wordt
herleid tot zeeniveau. |
|
 |
|
De
luchtinlaat |
|
 |
|
De regenmeter |
|
|
Regenmeter
De hoeveelheid neerslag wordt gemeten met een
regenmeter, een trechtervormig instrument,
waarmee de neerslag in een verzamelbak wordt
opgevangen. De hoeveelheid regenwater wordt
uitgedrukt in millimeters.
Eén millimeter regen komt overeen met één liter
water op een oppervlakte van één vierkante
meter. Valt de neerslag in vaste vorm,
bijvoorbeeld als sneeuw of ijzel, dan wordt de
neerslag door een verwarmingselement in de
regenmeter gesmolten. Eén millimeter smeltwater
is te vergelijken met een sneeuwhoogte van één
centimeter.
De
neerslag wordt langs elektronische weg
gemeten en ieder uur wordt de gevallen
hoeveelheid en de duur van
de neerslag gemeld.
Na de uurlijkse
meting loopt het regenwater uit de
meter. |
|
 |
|
De trechter
met lamellen |
|
|
Om te voorkomen
dat neerslag over de trechter heen waait is de
regenmeter opgesteld in een kuil waarvan de
hoogte overeenkomt met de hoogte van de trechter
(veertig centimeter). Men noemt dit de Engelse
opstelling. Deze opstelling werd voorheen op De
Kooy ook gebruikt. Nu beschikt De Kooy over een
nieuw model die door middel van lamellen de
lucht vervelingen rond de trechter vermindert.
Grastemperatuur
De temperatuur wordt ook gemeten op een hoogte
van tien centimeter boven het gras. Indien de
temperatuur op deze hoogte tot onder het
vriespunt daalt, spreekt men van nachtvorst. In
heldere nachten met weinig wind kan de
zogenaamde grastemperatuur drie à vier graden
lager zijn dan de temperatuur op anderhalve
meter hoogte. Deze sensorhut heeft een diameter
van 250mm en is gemaakt speciaal synthetisch
materiaal. Ook in dit sensorhut bevindt zich een
electronische thermometer. |
|
 |
|
De
grassensor |
|
 |
|
De
meetopstelling voor temperatuur
en
luchtvochtigheid |
|
|
Luchttemperatuur en -vochtigheid
Op meteorologische stations wordt de temperatuur
van de lucht volgens internationale afspraak
gemeten in graden Celsius op een hoogte van
anderhalve meter boven een open grasvlakte.
De thermometer of de sensor, waarmee de
temperatuur wordt waargenomen, staat in een wit
kastje met wanden die de vorm hebben van een
open jaloezie. Daardoor heeft de wind vrij spel,
maar zon en neerslag kunnen niet tot de
instrumenten doordringen.
Vroeger werd daar een houten Stevensons
sensorhut voor gebruikt maar die worden steeds
minder gebruikt door dat men steeds meer
elektronisch metingen verricht. |
Tegenwoordig wordt
een speciale sensorhut gebruikt die van het
zelfde materiaal is gemaakt als de
grasthermometer. Met deze sensorhutten zijn de
instrumenten beschermd tegen directe
zonnestraling en neerslag. Voor de
meetopstelling op De Kooy worden twee hutten
gebruikt een voor de temperatuur en een voor de
luchtvochtigheid.
Stralingsmeter
De stralingsmeter bestaat uit een glazen
bolletje waaronder zich twee plaatjes bevinden,
één wit en één zwart. Zodra de zon boven de
horizon is (ook bij bewolking) zal onder invloed
van de zonnestraling het zwarte plaatje een iets
hogere temperatuur krijgen dan het witte
plaatje. Uit dit verschil in temperatuur kan de
straling worden afgeleid. Uit deze zogenaamde
globale stralingsgegevens is het mogelijk het
aantal uren zonneschijn af te leiden. Deze
metingen zijn vergelijkbaar met de
zonneschijnmetingen die al honderd jaar verricht
worden met een zonneschijnmeter (Campbell-Stokes)
met brandglas en papierstrook. |
|
 |
|
De
stralingsmeter |
|
 |
|
present weather sensor en regensensor |
|
|
Present
Weather Sensor
De present weather sensor bevat een
optische sensor waarmee de neerslagsoort en het
meteorologisch zicht bepaald kunnen worden.
Een zender
verspreidt lichtpulsen over een kegel. Een
ontvanger analyseert eventueel verstrooid licht
uit een meetvolume van 0,1 dm3. Als de lucht
deeltjes bevat, bijvoorbeeld neerslag of mist,
wordt dat door de ontvanger geregistreerd.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een
continue registratie en de detectie van pulsen.
|
De continue registratie wordt gebruikt om het zicht te
bepalen. Pieken in de registratie duiden op neerslag,
waarbij de breedte van de piek een maat is voor de
valsnelheid van het deeltje en de amplitude verband
houdt met de grootte van het deeltje.
Behalve de hier beschreven
optische sensor bevat het apparaat nog een afzonderlijke
neerslagdetector. De present weather sensor kan zo de
volgende grootheden bepalen:
neerslagsoort, neerslagintensiteit, neerslagduur, het
meteorologisch dagzicht en achtergrondhelderheid.
Dit laatste dient als extra informatie voor het schatten
van nachtzicht.
Wolkenhoogtemeter
De wolkenhoogtemeter kan de hoogte van de
bewolking meten van vijfentwintig tot
vijfentwintigduizend voet (acht meter tot ruim
acht kilometer).
Het apparaat
zendt in bovenwaartse richting een lichtpuls
uit. De puls bevat geen zichtbaar licht, maar
straling in het nabije infrarood. Indien de
lichtpuls wolkendruppels of andere deeltjes
treft, wordt een gedeelte van het uitgezonden
licht teruggekaatst.
De hoogte
waarop die deeltjes zich bevinden wordt dan
bepaald uit het tijdsverschil tussen het moment
waarop de puls wordt uitgezonden en het moment
waarop de gereflecteerde puls wordt
terugontvangen.
Uit het
verticale verloop van de sterkte van het
terugontvangen signaal, wordt de basishoogte van
wolkenlagen afgeleid. Als de bewolking niet te
zwaar is kan de wolkenhoogtemeter ook twee of
drie wolkenlagen detecteren.
Foto's: Meteo-Juliandorp |
|
 |
|
Wolkenhoogtemeter |
|
|
|