Luchtvochtigheid is de hoeveelheid vocht
in de lucht.
De hoeveelheid vocht kan uitgedrukt worden in
een absolute hoeveelheid. Dat is de hoeveelheid
water in een vastgestelde hoeveelheid lucht. De
luchtvochtigheid wordt meestal uitgedrukt in de
relatieve vochtigheid, vaak relatieve
luchtvochtigheid genoemd. Dit is het percentage
van de maximale hoeveelheid waterdamp die de
lucht bij de gegeven temperatuur en druk kan
bevatten.
Natte bol
temperatuur
Bij deze methode worden twee thermometers in een
luchtstroom geplaatst (minimale snelheid 5 m/s).
Bij één van de twee thermometers wordt om het
kwikreservoir een katoenen kousje aangebracht
dat via een katoenen draad is verbonden met een
waterreservoir.
Voor het verdampen van het water uit het kousje
is warmte nodig. Deze warmte wordt onttrokken
aan het kwikreservoir, waardoor dit afkoelt. De
thermometer met de natte bol
zal dan een lagere temperatuur aangeven dan de
thermometer met de droge bol.
Doordat de temperatuur van het kousje lager is
dan de omgevingstemperatuur zal er
warmte stromen van de omgevingslucht naar het
kousje. Na enige tijd neemt het kousje
een temperatuur aan waarbij de warmtestroom van
de lucht naar het kousje gelijk is aan
de warmte die nodig is voor de verdamping van
het vocht in het kousje.
Deze evenwichtstemperatuur noemt men de
natte bol temperatuur.
Is de lucht droog, dan zal er meer water
verdampen en zal de natte bol temperatuur op
een lagere waarde stabiliseren. Het verschil in
aangegeven temperatuur is dus een maat voor de
vochtigheid van de luchtstroom.
Natte Bol Temperatuur
De hygrometer
Voor de oorsprong van de hygrometer moeten we
terug naar de 17de eeuw. De eerste melding van
een "vochtmeter" gebeurde door de Fransman
Balthasar de Monconys in 1646. Hij
experimenteerde met de "baardhaartjes" die aan
het kaf van wilde haver groeiden. Deze hebben de
eigenschap op te rollen bij droogte en zich te
strekken bij vochtig weer. Uiteraard was deze
indicator zeer onbetrouwbaar, en had een korte
levensduurte.
De eerste haar hygrometer is bedacht en gemaakt
door Horace Bénédict de Saussure (1783).
Voor een haarhygrometer gebruikt men een
ontvette paardehaar. Als een haar vochtig wordt
zet hij uit en als het droog is krimpt hij. Een
nadeel is dat de lengteverandering van haar niet
lineair toeneemt bij de toenemende
vochtigheidsgraad waardoor de schaal op de meter
niet in gelijke stukken kunt verdelen.
In zijn eenvoudigste vorm bestaat een hygrometer
uit twee gewone thermometers, waarvan er van één
continu het bolletje wordt natgehouden. Door
verdamping van vocht vanaf het bolletje wordt
die thermometer afgekoeld tot het dauwpunt, deze
temperatuur wordt ook wel de
natte-boltemperatuur genoemd. Door aflezing van
beide thermometers kan uit een tabel de
luchtvochtigheid worden bepaald. Dit type wordt
ook wel psychrometer genoemd.