|
Het Klimaat
Veel meteorologische instituten
hanteren een periode van dertig
jaar voor het berekenen van de
gemiddelden en daarmee voor de
vaststelling van 'het' klimaat.
Het woord voor de toestand van
de atmosfeer op een bepaald
moment is het weer. Populair
gezegd bepaalt het klimaat de
kleding die je aanschaft, en het
weer de kleding die je draagt.
Het klimaat op aarde wordt
grotendeels bepaald door de zon;
gebieden die weinig zonlicht
krijgen (de polen) hebben een
koud klimaat. Ongeveer even
belangrijk, althans voor de
temperatuur, is de hoogte van
het terrein: op hoogvlaktes is
het broeikaseffect minder,
waardoor de temperatuurvariaties
groter en de gemiddelde
temperaturen lager zijn. Andere
belangrijke factoren zijn de
aanwezigheid van grote
wateroppervlakten (zeeën), die
een matigend effect op het
klimaat hebben, en uitgestrekte
bossen, die de temperatuur lager
en de luchtvochtigheid hoger
maken. Hoge gebergtes hebben ook
invloed op het klimaat van de
omgeving; aan de loefzijde valt
meer neerslag, aan de lijzijde
minder.
 |
|
Zonnestraling
warmt de aarde
op, de aarde
straalt de
warmte weer uit.
Broeikasgassen
houden de
warmtestraling
vast, de aarde
is daardoor
+15°C i.p.v.
-18°C. Extra
uitstoot van
broeikasgassen
verhoogt de
temperatuur
verder. |
|
De opwarming van de
Aarde (ook wel
klimaatverandering,
versterkt broeikaseffect
of global warming
genoemd) beschrijft het
fenomeen waarbij een
stijging van de
gemiddelde temperatuur
van de Aarde waargenomen
wordt.
Sinds het begin
van de twintigste eeuw
is de gemiddelde
temperatuur met ongeveer
0,74°C gestegen.
Het is zeer
waarschijnlijk dat deze
temperatuurstijging
wordt veroorzaakt door
menselijke activiteiten:
door het
|
verbranden van fossiele
brandstoffen, ontbossing en
bepaalde industriële en
landbouwactiviteiten stijgt de
concentratie aan broeikasgassen
in de aardatmosfeer.
Modelberekeningen geven aan dat
de temperatuur met 1,1°C tot
6,4°C stijgt tussen 1990 en
2100. Met name
temperatuurstijgingen van meer
dan 2°C zouden grote
veranderingen met zich
meebrengen voor mens en milieu,
door zeespiegelstijging, toename
van droogte- en hitteperioden,
extreme neerslag en andere
effecten.
|
|